De strijd tegen etnische zuiverheid

DEN HAAG. Vijf jaar geleden was Muhamed Sacirbey een snelle investment-banker, een jonge Amerikaan die toevallig in Joegoslavië was geboren. Nu zit hij vermoeid aan de Hollandse ochtendkoffie, morgen Parijs, gisteren Van Mierlo, overmorgen Wenen, hij woont in vliegtuigen, rijdt rond in geleende auto's, logeert her en der. Hij is ambassadeur van Bosnië-Herzegovina bij de VN in New York, geld om zijn staf te betalen is er nauwelijks en met een handvol mensen moet hij de wereld de baas blijven. 'Het maakt minder verschil dan het lijkt', zegt hij. 'Voor investment-banking moet je de partijen samen zo gek zien te krijgen dat ze ergens miljoenen dollars in steken, daarvoor heb je ook politieke intuïtie nodig, gevoel voor timing, en bovendien gaat het om geld, dat is vaak nog moeilijker dan ideeën.'

Sacirbey zit tegenwoordig regelmatig in Nederland. Hij vindt het er prettig, en bovendien spelen in Den Haag achter de schermen twee rechtszaken die van groot belang kunnen zijn voor het Bosnië van de toekomst: bij het Internationale Hof van Justitie is Servië-Montenegro aangeklaagd wegens schending van het genocideverdrag, en binnenkort begint het zogenaamde Joegoslavië-Tribunaal, ingesteld door de Veiligheidsraad, met het berechten van oorlogsmisdadigers. 'Er is een overvloed aan gevallen, we hebben nu achttienhonderd zaken, negenhonderd dossiers zijn panklaar, en half oktober gaan de eerste dagvaardingen de deur uit', zegt de Amsterdamse advocaat Phon van den Biesen die met een aantal andere internationale juristen de belangen van de Bosnische regering behartigt. De eerste aanval is gericht op verdachten die zich niet op Servisch grondgebied bevinden - wat betekent dat niet direkt de grootste boeven achter het hekje zullen verschijnen. 'Dit is geen Tokio en geen Neurenberg, eenmalige processen waar de overwinnaars de overwonnenen berechtten', zegt Van den Biesen. 'Hier begint een heel ander soort proces. Ik zie dit tribunaal als een eerste stap naar een permanente, supra-nationale rechtbank voor oorlogsmisdaden. Maar alles hangt nu af van de medewerking van de landen waar de verdachten zich bevinden. Zometeen moeten er mensen ook daadwerkelijk opgepakt worden.'

Het andere proces, voor het Internationale Hof van Justitie, is al een fase verder. In een tweetal voorlopige uitspraken heeft het Hof unaniem vastgesteld dat de etnische zuiveringen in Bosnië inderdaad beschouwd moeten worden als volkerenmoord en dat Servië-Montenegro onmiddellijk alle steun aan milities en andere groepen moet staken die daarvoor verantwoordelijk zijn. Voor Sacirbey, Van der Biesen en die handvol andere papieren vechters is dat alleen nog maar een begin. Op langere termijn gaat het immers om miljarden aan herstelbetalingen - en Klein-Joegoslavië kan daar nog grote problemen mee krijgen. Maar vooral gaat het hen om de principiële vaststelling dat er zelfs in deze chaos nog zoiets als recht bestaat.

'Wat Belgrado nu aanbiedt, het blokkeren van de aanvoerlijnen naar de Bosnische Serviërs, is niets anders dan wat het Internationale Gerechtshof vorig jaar al eiste', zegt Sacirbey. 'Maar impliciet erkennen ze daarmee wel hun betrokkenheid.' Natuurlijk had hij zich na de eerste juridische successen afgevraagd of ze door moesten procederen, want op korte termijn zal zo'n internationaal proces niets opleveren. 'Diplomatie is voor ons net zo belangrijk als oorlog, en al die energie wordt aan ander werk onttrokken. Toch hebben we ervoor gekozen. Het zal in de toekomst mensen in soortgelijke situaties steunen. Het is een soort missie voor de geschiedenis.'

Phon van der Biesen: 'Bovendien gaat het om enorme herstelbetalingen, en dat heeft de Bosnische economie hard nodig, maar dat is misschien nog niet eens het belangrijkste. Ooit zal er weer iets van een normale situatie ontstaan, een soort verzoeningsproces wellicht. De mensen die dan verder moeten weten nu in ieder geval: het is gezien, het is vastgesteld, en er wordt een poging gedaan om de schuldigen te straffen. In een vredesverdrag wordt die schuldvraag nooit verder uitgediept: veel politici willen er zelfs juist vanaf. De enigen die kunnen vaststellen dat er werkelijk sprake is van onrecht, van volkerenmoord en van oorlogsmisdaden zijn rechters, juristen, en zij zijn ook de enigen die daaraan kunnen en zullen vasthouden.'

Muhamed Sacirbey is heilig overtuigd van zijn missie, hoewel hij zich niet een echte Bosniër voelt. 'Het is een nationaliteit die ons opgedrongen is. Wij dachten niet in dat soort termen. Het alternatief was dat we door Servië zouden worden vermorzeld.' Ook op diplomatiek gebied onderschat hij zijn tegenstanders niet. 'Servië-Montenegro heeft een uitstekende diplomatieke dienst van het voormalige Joegoslavië geërfd, met gebouwen en al. Wij moesten van de grond af aan beginnen.' Een van de grootste successen van Servië was volgens hem de manier waarop ze de oorlog in Bosnië naar de buitenwereld wisten te presenteren. Door voortdurend onderscheid te maken tussen de gewone Serviërs en de Bosnische Serviërs werd gesuggereerd dat het hier ging om een rebellie van autochtone bewoners, terwijl het niets anders was dan een ordinaire agressie-oorlog. En de samenwerking tussen beide legers gaat volgens hem tot op dit moment volop door.

De zwakte van de Servische diplomaten ligt zijns inziens vooral in het feit dat hun netwerk nog steeds gebaseerd is op het Europa van voor 1989 - het is ook niet toevallig dat hun voornaamste medestanders Russische nationalisten en ex-communisten zijn. 'Bovendien zijn ze zo langzamerhand verstrikt geraakt in hun eigen rationalisaties. Al die misdrijven en deportaties zijn in hun ogen op een of andere manier onvermijdelijk. Ze weigeren in te zien dat wat hier gebeurt gewoon duivels slecht is, en dat het bovendien op een systematische manier wordt uitgevoerd. Maar je kunt niet eeuwig in de schijn blijven geloven.'

Een jonge vrouw komt binnen met een bericht voor Sacirbey. In Sarajevo is opnieuw het gas en de elektriciteit afgesneden. 'Het is heel moeilijk om het moreel van je eigen mensen in zo'n oorlog in de hand te houden', zegt Sacirbey. 'Ons belangrijkste succes was het ideaal dat we, ondanks alle tegenslagen, omhoog hebben weten te houden: dat van de multiculturele maatschappij, het tegenbeeld van de etnisch zuivere samenleving van onze tegenstanders. Naarmate de oorlog voortduurt zie je echter hoe de daders de slachtoffers beginnen te besmetten. Dat is het weerzinwekkende van oorlogsmisdrijven en genocide: de natuurlijke reactie van de slachtoffers is om jezelf én je vijand ook als groep te gaan identificeren. Zo grijpt het fascisme en het etnocentrisme als een ziekte om zich heen, en als deze oorlog nog lang duurt vrees ik soms dat Karadzic en de zijnen alsnog hun eigenlijke doel zullen bereiken: dat wij, hun vijanden, op dezelfde manier zullen gaan denken als zijzelf, en we van recht en onrecht niet meer willen weten.'