Bramer: vernuftig en buitenissig schilder in Delft

Leonaert Bramer (1596-1674), 'Vernuftig schilder en tekenaar in Rome en Delft', Stedelijk Museum het Prinsenhof, St. Agathaplein 1 Delft. T/m 13 nov. Di tm za 10-17u, zo 13-17u.

De tentoonstelling van het werk van Leonaert Bramer (1596 - 1674) is ondergebracht op de plaats die daar historisch gezien als eerste voor in aanmerking komt: het Prinsenhof in Delft. In dat gebouw (tegenwoordig in gebruik als Stedelijk Museum) moet Bramer veel tijd hebben doorgebracht toen hij er rond 1667 de Grote Zaal van wanddecoraties en plafondschilderingen voorzag. In voorafgaande decennia had de schilder ook al een belangrijke rol gespeeld in het artistieke klimaat van Delft. Met de tentoonstelling en de gelijktijdige publikatie van een monografie Leonaert Bramer, Ingenious Painter and Draughtsman in Rome and Delft geeft Delft Bramer de aandacht die hij verdient.

Bramer is een interessant buitenbeentje in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Hoewel tentoonstelling en monografie herhaaldelijk wijzen op de invloed van andere kunstenaars, wordt het beeld van de excentrieke Einzelgänger nauwelijks aangetast. Bramer komt naar voren als een kunstenaar met een anekdotische, soms zelfs theatrale inslag. Veel van zijn schilderijen en tekeningen ogen als illustraties in een spannend jongensboek. Ze tonen spaarzaam verlichte tempelgebouwen (een decor dat ook veelvuldig door Rembrandt gebruikt werd) en worden bevolkt door oosterse types en bont uitgedoste priesters. Ook heksen, monsters, skeletten duiken wel eens op in zijn werk. “Bramer had een voorkeur voor nogal buitenissige onderwerpen.” erkent gast-conservator Michiel Plomp. “Hij koos obscure verhalen of volslagen onbekende passages uit het Oude Testament. Maar ook als hij zich toelegde op bekende bijbelverhalen, was zijn aanpak nogal eigenzinnig.” Van de onthoofding van Johannes de Doper maakt Bramer een ware actiescène. De beul staat, een groot uitgevallen slagersmes hoog boven zijn hoofd geheven, op het punt de geknielde man voor hem de genadeklap te geven. Het fascinerende schilderijtje is niet veel groter dan een ansichtkaart. Op dergelijk klein formaat komt Bramer's talent goed tot zijn recht. In grotere stukken krijgen zijn figuren soms een houterig aanzien.

Het oeuvre dat Bramer in zijn zestig jaar (!) omspannende carrière heeft nagelaten is uiterst gevarieerd. Hij heeft veel kleine schilderijtjes met nauwgezette priegelige figuurtjes gemaakt, maar draaide zijn hand ook niet om voor wandschilderingen of plafonddecoraties per strekkende meter.

Meer dan 1300 tekeningen van zijn hand zijn bewaard gebleven. Het gaat daarbij grotendeels om reeksen illustraties van populaire eigentijdse lectuur als Tijl Uilenspiegel of de Spaanse novelle Lazarillo de Tormes. Ook maakte Bramer ontwerpen voor wandtapijten en decoraties van Delftsblauw aardewerk.

Dat Bramer's schildertrant nogal wat Italiaanse trekjes vertoont is geen toeval. Hij verliet Delft op achttienjarige leeftijd om via Frankrijk naar Italië te reizen. Hij werkte lange tijd in Rome, waar hij kennismaakte met een internationaal gezelschap vakgenoten: Agostino Tassi, bij wie hij waarschijnlijk in het atelier heeft gewerkt, de Nederlandse navolgers van Caravaggio (evenals Bramer verenigd in de zogenoemde 'Bent') en Claude Lorrain, zijn buurman die gewond raakte toen hij in wilde grijpen in een door Bramer uitgelokte vechtpartij. Niet lang na dat incident keerde Bramer, 32 jaar inmiddels, terug naar Delft, waar hij de rest van zijn schilderscarrière zou blijven wonen. Ook op pensioengerechtigde leeftijd was hij nog volop actief. Bramer was verantwoordelijk voor de decoratie van de Doelen en de Grote Zaal van het Prinsenhof. “De kroon op zijn carrière.” aldus Plomp. Opmerkelijk is dat hij bij die gelegeheid fresco's heeft geschilderd. Die techniek, in Italië geleerd, bleek echter ongeschikt voor het vochtige Hollandse klimaat. Nog tijdens zijn leven heeft Bramer restauratiewerkzaamheden in de Doelen uit moeten voeren. Zijn fresco's hebben de tand des tijds dan ook niet doorstaan. Van de decoraties resteren alleen nog plafondschilderingen in het Prinsenhof.

Geheel probleemloos is de Bramer-tentoonstelling niet tot stand gekomen. Aanvankelijk was samenwerking gepland met het Patrick and Beatrice Haggerty Museum of Arts in Milwaukee dat (met inbegrip van drie bruiklenen van een lokale verzamelaar) over zes Bramer schilderijen beschikt. De onenigheid tussen de organisatoren in Delft en Milwaukee liep zo hoog op dat beide musea onafhankelijk van elkaar een Bramer tentoonstelling hebben gemaakt.