Algemene zaken

W. Kok, 0,5 miljard, 307 ambtenaren

Op de begroting van het ministerie van algemene zaken, het departement van de premier, staat voor 1995 een bedrag van 12,7 miljoen gulden opgenomen voor geldelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis. Voor de Koningin is een bedrag van 6,8 miljoen voorzien, dat de personele kosten, niet-personele kosten en ook een inkomensbestanddeel van 1,8 miljoen gulden bevat. Ook voor prins Claus (1,3 miljoen), prins Willem Alexander (1,6 miljoen), prinses Juliana (1,8 miljoen) en prins Bernhard (1,1 miljoen) zijn bedragen gereserveerd, inclusief alle personeelskosten.

De ministerraad heeft zijn reglement van orde veranderd in het kader van de staatkundige vernieuwing. De afgelopen jaren is in de commissie-Deetman over een geheel van staatkundige, bestuurlijke en staatsrechtelijke vernieuwingen gesproken en gerapporteerd. De positie van de minister-president is versterkt. De premier krijgt in het nieuwe reglement van orde voor de ministerraad de bevoegdheid om onderwerpen op de agenda te zetten die volgens hem te weinig voortgang maken.

De ministerraad heeft in het kader van de herziening van het adviesstelsel ook gekeken naar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Volgens de ministerraad is verandering van de positie van de WRR onwenselijk. De op 1 januari opgeheven Inlichtingendienst Buitenland (IDB) levert het kabinet nog een aantal personele problemen op. Veel van de voormalige medewerkers van deze inlichtingendienst kunnen moeilijk elders in het ambtelijk apparaat worden geplaatst. “Dit houdt verband met de zeer specifieke ervaring van de betrokkenen en tevens de gemiddeld hoge leeftijd”, aldus de toelichting op de begroting van Algemene Zaken. “Daarnaast bemoeilijkt de relatief hoge bezoldiging van deze vroegere medewerkers een inpassing in andere organisaties”.

Kort na Prinsjesdag zal de Voorlichtingsraad een lijst bekenmaken met voorlichtingscampagnes die in 1995 via Postbus-51 zal worden uitgezonden via radio en televisie. Er worden ten hoogste dertig campagnes gelanceerd. Bij voorgaande begrotingsbehandelingen uitte de Kamer kritiek op het “betuttelende karakter” van deze campagnes.