'We zijn helemaal doorgegaan tot Berlijn'

OOSTERBEEK, 19 SEPT. Een daverend applaus klonk gistermiddag voor de kapitein van de Britse Grenadier Guards Division, lord Peter Carrington die op woensdag 20 september 1944 met zijn tankeenheid over de Waalbrug bij Nijmegen trok. De strategisch belangrijke brug was in dat jaar kort voor de twintigste september door de Britten samen met para's van de Amerikaanse 82nd Airborne Division op de Duitsers veroverd.

De band van de Grenadiers speelde en Carrington glunderde. Sinds de oorlog was hij niet meer in Nijmegen teruggeweest en nu ging hij, nadat een herinneringsplaquette was onthuld, opnieuw met vier Sherman-tanks over de brug. Vijftig jaar geleden ging sergeant Peter Robinson voorop, gevolgd door de sergeants Pacey, Billingsham en Knight, ieder in hun Sherman waarna tenslotte Carrington in zijn commandotank volgde.

Gisteren moest hij het doen met tanks uit het Koninklijk Belgisch Legermuseum. Niet onder vijandelijk vuur maar onder groot enthousiasme van de duizenden toeschouwers. In de neergutsende regen die slechts af en toe door iets milder weer werd onderbroken, hadden zij ook enorm veel aandacht voor de legendarische Waaloversteek van Nijmegen naar Lent die zondag met veel vertraging nog eens werd overgedaan, als ook voor de kilometers lange stoet van bijna achthonderd oude, Amerikaanse en Britse legervoertuigen en ander materieel, dat 's morgens vroeg uit Valkenswaard bij de Nederlands-Belgische grens was vertrokken.

Brabant leek massaal vroeg te zijn opgestaan voor deze corridor-toer die dezelfde route reed als vijftig jaar geleden de geallieerde bevrijders. Op het traject tussen Valkenswaard en Nijmegen, de Hells Highway die door en langs Eindhoven, Son, Veghel, Grave en nog diverse andere gemeenten gaat, stonden misschien wel honderdduizenden toeschouwers. Van meerijdende veteranen werd gehoord dat zij nauwelijks konden bevatten wat hen overkwam. Zoveel enthousiasme, zoveel toejuichingen. Die overtroffen alle verwachtingen, aldus een van de inmiddels zeer vermoeid geraakte veteranen in Nijmegen waar de karavaan uren te laat arriveerde. Het onthaal van het publiek was er niet minder om.

In de chaos van alle vertragingen en verstoringen door het weer, al was dat minder slecht dan de dag daarvoor toen heel wat verkleumde veteranen met warme dekens weer op temperatuur moesten worden gebracht, bleek de organisatie van de ontvangst van de veteranen niet volkomen naar wens te zijn. “We hebben niet genoeg eten voor de Amerikanen”, klonk het tegen zeven uur verontrust bij het organisatiecomité, “want we kunnen ze toch niet afschepen met één hotdog, één hamburger of één loempia”. Waarop de pennimgmeester werd aangesproken: “Zeg meneer Haffmans, hebt u misschien nog wat geld over?”.

Volgens de Nijmeegse politie waren er gistermiddag zeker tweehonderdduizend toeschouwers op de been. Daarmee hebben de herdenkingsplechtigheden en bevrijdingsvieringen in Nijmegen mogelijk meer publiek getrokken dan waar in het land ook, al moet gezegd dat de finale van de jaarlijkse Vierdaagse veelal op een kwart miljoen mensen trekt. Hoe het ook zij, iedereen leek enthousiast en geïnteresseerd. Twee Haagse jongens, Maarten van 16 en David van 15 jaar, vonden het allemaal erg boeiend. “Allemaal heel interessant die geschiedenis”, zei David, “maar jammer eigenlijk dat men er niets van geleerd heeft want het is nog overal oorlog”. Waarop zij zich weer vergaapten aan al het oude legermaterieel, waarvan er heel wat uit Belgisch bezit was en zich door goedlachse veteranen van de Royal British Legion, die vaak met hun vrouwen naar Nederland waren gekomen, de betekenis van hun onderscheidingen lieten uitleggen. “Die is van El Alamein, die van Sicilië, die van Normandië, etcetera. ... Ja we zijn helemaal doorgegaan tot aan Berlijn. Toen pas mochten we eindelijk naar huis”, aldus een veteraan van de Northumbria Infantry.

Op hetzelfde moment dat lord Carrington in Nijmegen opnieuw over de brug trok en nu dienstdoende leden van de Amerikaanse 82ste luchtlandingsdivisie herinneringspenningen aan 'the battle of Nijmegen' uitdeelden en zelf heel wat blikjes Market Garden-bier in ontvangst namen, werd in Oosterbeek het laatste monument onthuld dat van de autoriteiten in de regio Arnhem nog mocht worden neergezet. Het is een herdenkingsteken voor de 264 Air Despatchers van de Royal Air Force and Royal Army Service Corps Air Despatch, die in 1944 bij hun bevoorradingsvluchten boven Arnhem werden neergeschoten; 79 van hen werden gedood. Deze bevoorraders hadden de opdracht om de in Arnhem gedropte parachutisten van voedsel en munitie te voorzien. Zij moesten daarvoor met hun vliegtuigen dwars door de vijandelijk linies vliegen en werden door de Duitsers onthaald op een spervuur van afweergeschut.

De Britse generaal Smith, die een korte toespraak hield bij de onthulling, was zelf een van de parachutisten die tandenknarsend moesten toezien hoe de Air Despatchers hun voorraden boven Oosterbeek en omstreken afwierpen. Tandenknarsend, omdat meer dan 90 procent ervan in handen van de Duitsers viel, die de door de geallieerden als 'droppingzones' aangeduide velden en veldjes in handen hadden. Omdat de radioverbindingen tussen de geallieerde soldaten bij Arnhem en het hoofdkwartier niet functioneerden en de piloten van de hulpvluchten niets mochten uitdoen op signalen van 'beneden', waren zij niet op de hoogte van het feit dat de meeste van hun inspanningen tevergeefs waren. Het maakt de verhalen over de 'heldendaden' van de Air Despatchers des te schrijnender. De geallieerde para's zagen hun makkers in de lucht halsbrekende en heldhaftige toeren uithalen om door het 'gordijn van afweergeschut' heen te komen en hun lading precies op de overeengekomen plek te droppen, zonder enig effect.

Het monument voor de gesneuvelde Air Despatchers ligt een beetje verscholen achter de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek waar de gesneuvelde militairen liggen die gisternorgen in aanwezigheid van koningin Beatrix en de Britse prins Charles werden herdacht.