'Vier zonder' haalt na snoek toch goud

ROTTERDAM, 19 SEPT. Zelfs een snoek bracht het viertal niet van streek. Vlak na de start lagen de vier vrouwen door die mishaal even stil, belandde de boot in de balletjes die de baan afzetten en moest de 'vier zonder' beginnen aan een lange inhaalrace. Die eindigde gisteren met een gouden medaille op de wereldkampioenschap roeien in Indianapolis in de Verenigde Staten.

Muriel van Schilfgaarde, Femke Boelen, Rita de Jong en Elien Meijer voeren halverwege nog op een vijfde plek met een bootlengte achterstand op de koplopers, maar ze passeerden in de tweede kilometer met een indrukwekkende opmars alle concurrenten. Het was de eerste gouden medaille ooit voor Nederlandse roeisters.

Nederland, dat met dertien ploegen had ingeschreven op de 23 verschillende nummers, bereikte met acht boten de finale. De equipe behaalde vier medailles en vier vierde plaatsen. Goud was er voor de vrouwen vier zonder stuurman, zilver voor de Holland Acht en de lichte skiffeuse Laurien Vermulst, brons voor de mannen vier met stuurman van Nereus. De mannen lichte acht, de vrouwen acht, de vrouwen dubbeltwee en skiffeuse Irene Eijs eindigden als vierde.

Vorig jaar op het WK in Tsjechië kwam Nederland slechts tot één zilveren (Vermulst) en twee bronzen medailles (Rip/Meliesie en Aardewijn), allen in het lichte veld. Dit jaar investeerden de roeibond en NOC*NSF met succes in een op de Olympische Spelen in 1996 afgesteld programma. Technisch directeur René Mijnders kreeg meer tijd voor de Holland Acht, coach Jan Klerks voor het scullen en de Amerikaan/Pool Kris Korzeniowski werd aangetrokken als coach voor het vrouwenroeien.

Nederland had het laatste decennium geen medailles gehaald bij het vrouwen boordroeien (met één riem per roeister). Dit jaar liet Korzeniowski in de winter iedere belangstellende - langer dan 1.78 meter - opdraven en kneedde hij een kernploeg. Hij eindigde met twee perfecte vieren. Op de generale repetitie voor het WK in Luzern, twee maanden geleden, won een compleet andere vier dan gisteren, namelijk de andere helft uit de vrouwenacht. Een maand later, bij onderlinge wedstrijdjes op de Bosbaan, bleek de andere vier een fractie beter. De coach koos voor de ervaring van Van Schilfgaarde en Boelen (Willem III, uit de twee zonder), De Jong (Okeanos, uit de dubbelvier) en nieuwkomer Meijer (Orca). De ploeg versloeg de Verenigde Staten, Duitsland, Roemenië en Australië.

“We lagen na die snoek echt bijna stil”, vertelt Boelen. “Maar dan moet je toch maar gewoon doorroeien. Het is gelukkig een stabiele ploeg. Na een tussensprint gaan we ook altijd harder. En het ging verrassend goed. In de laatste 250 meter, als je eenmaal voor ligt, krijg je dan vleugeltjes.”

De finale van de vier was verschoven van zaterdag - er waaide te veel wind - naar zondag. De vier won zondagochtend om acht uur goud, legde zich daarna te ruste in het hotel en moest zondagmiddag om kwart voor zes als de voorste helft van de acht wederom het water op. De acht lag de eerste helft van de wedstrijd zesde, kwam in de tweede kilometer sterk terug, maar slaagde er net niet in de Roemenen van de derde plaats af te houden. Duitsland won, de Verenigde Staten eindigden als tweede.

“Ik denk niet dat we zonder die wedstrijd in de vier beter hadden gepresteerd in de acht”, zegt Boelen. “We zijn goed getraind en herstellen snel. In de meeste achten zaten roeisters die ook andere nummers hadden gevaren. Met de acht hebben we zelfs een bijna ideale race gevaren, maar we kwamen te kort op de Duitsers en die andere grote landen.”

De 34-jarige skiffeuse Vermulst deed een moedige alles-of-niets poging. Ze nam snel de leiding en had halverwege de race een voorsprong van anderhalve bootlengte op haar concurrenten. Maar ze slaagde er niet in de versnelling van de sterke Roemeense Pipota in de laatste vijfhonderd meter af te slaan. Vermulst moest voor de vierde achtereenvolgende keer op een WK genoegen nemen met de tweede plaats. Toch zijn er maar weinig roeisters met haar erelijst.

De clubvier van het Amsterdamse studentenvereniging Nereus (met Bartman, Eecen, Vos, Janssen en stuurman Türkcan) pakte met hun favoriete wapen, een krachtige eindsprint, de derde plaats achter de Verenigde Staten en Roemenië. De ploeg had na 1.500 meter nog vijfde gelegen. Volgend jaar zal dit viertal waarschijnlijk deel uitmaken van de selectie voor de Holland Acht.

De 27-jarige Irene Eijs van het Leidse Njord kon niet in de buurt blijven van de drie medaille-winnaars en werd vierde. De vrouwen dubbeltwee, met Eeke van Nes en José de Groot, werd pas op de finishlijn voorbij gevaren door de om brons sprintende Duitsers. Hetzelfde overkwam de lichte acht, voorgeslagen door de 35-jarige Mark Emke, die in de laatste meters net te kort kwam tegen de Italianen. De vrouwen twee zonder, met Marleen van der Velden en Karien Zuidgeest, won de kleine finale en werd daarmee zevende.