Uitzendkracht Carter maakt Haïti nog niet stabiel

Met het gisteren bereikte akkoord tussen de Haïtiaanse junta en de missie-Carter krijgt de Amerikaanse president Clinton voorlopig het beste van twee werelden: geen riskante invasie op Haïti, terwijl de junta aftreedt om plaats te maken voor de verdreven president Aristide. De tactiek van dreiging en diplomatie lijkt te hebben gewerkt. De bemiddeling door de missie-Carter heeft voorkomen dat de opgestoomde zeemacht van de Amerikanen daadwerkelijk een invasie uitvoert. Wanneer er vandaag toch troepen aan land gaan, is het om “de orde te handhaven”, bizar genoeg sàmen met de Haïtiaanse militairen die ze moesten verdrijven.

Wat betekent deze uitkomst voor generaal en junta-leider Raoul Cédras, president Aristide, president Clinton en de 'nieuwe wereldorde'? Cédras vertoonde zich gisteren glimlachend buiten zijn hoofdkwartier tijdens de onderhandelingen. En niet zonder reden: eervol ontslag voor de junta, niet nu maar pas over uiterlijk een maand, met de mogelijkheid om in Haïti te blijven; amnestie voor de militaire leiders met behoud van al hun bezittingen; en opheffing van het economisch embargo voor Haïti. Dat zijn onderhandelingsresultaten waarvoor iemand, wiens vertrek de afgelopen week vrijwel dagelijks is geëist door de Verenigde Staten en die tot paria is bestempeld, voor de dag kan komen.

De terugkeer van Aristide is tegelijkertijd geen garantie voor stabiliteit in Haïti. Aristide is dermate overgeleverd aan president Clinton dat hij bijna de status van marionet heeft bereikt. Aristide zal, zoals het er nu naar uitziet, tot het einde van zijn mandaat alleen maar onder de vleugels van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties kunnen regeren. Bovendien, komen er alsnog wraakacties uit militaire kring - ook na 15 oktober wanneer de junta definitief moet zijn afgetreden? En wie moet na december volgend jaar Aristide opvolgen? Dit alles nog even afgezien van de vraag of de aanhangers van Aristide zich in het akkoord van gisteren kunnen vinden en niet overgaan tot geweld.

Een delegatie van drie vooraanstaande Amerikanen, onder wie een ex-president, smeekte het afgelopen weekeinde Cédras en zijn collega's in Haïti te vertrekken. Het wierp niet alleen de vraag op wie de veelbesproken invasie van de Verenigde Staten nu het meest vreesde: de junta of de Amerikaanse regering zelf? Maar ook: waar was de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher en waar was Strobe Talbott, die zich als onderminister op het State Department speciaal bezighoudt met Haïti? Was hun zichtbare afwezigheid het zoveelste bewijs van de zwakke buitenlandse politiek van Amerika? Of denkt de regering in Jimmy Carter - na zijn eerdere geslaagde reis naar Noord-Korea - de ideale uitzendkracht te hebben gevonden?

Uiteindelijk ging de Haïtiaanse junta, die behalve 7.000 slecht geoefende soldaten alleen kapotte vliegtuigen en een drietal pantserwagens ter beschikking heeft, om voor een overmacht van onder andere 20.000 man troepen, honderden vliegtuigen en helikopters en een armada van oorlogsschepen voor de kust. Twee van de drie Haïtiaanse topmilitairen hebben mondeling beloofd op te stappen maar hun aftreden maximaal een maandje mogen uitstellen en kunnen ongestoord hun bevroren rijke spaartegoeden op buitenlandse rekeningen opnemen. Ze mogen in Haïti blijven wonen, hoewel ze dat volgens Amerikaanse functionarissen niet zullen doen. Dat is gunstiger dan het akkoord dat Cédras anderhalf jaar geleden met Aristide in New York tekende en vervolgens negeerde.

Toch ruiste er gisteren een zucht van verlichting door de drukke ether, van het Witte Huis tot het Pentagon, de Amerikaanse ambassade in Haïti, het Capitool, de huiskamers van de Amerikaanse televisiekijkers. Het publiek was van de kleinste details van de invasie op de hoogte gehouden. Militairen en functionarissen verdrongen zich voor de camera om te vertellen hoe het met de voorbereidingen stond. Beschreven werd welke eenheden in welke fase en van waaruit zouden landen. De Amerikaanse persattaché in Port-au-Prince instrueerde de pers, waar die zich tijdens de invasie het beste zou kunnen opstellen. Generaal Cédras ging pas akkoord toen hij vernam dat de vliegtuigen met parachutisten al waren opgestegen.

Deze uitgespeelde militaire dreiging is een kenmerk van een nieuwe wereldorde onder Amerika als beduchte grootmacht. Gedurende het grootste deel van deze eeuw draaide Amerika voor kleine militaire operaties in Latijns Amerika de hand niet om; laat staan dat er lang over werd gedebatteerd. Het buurland van Haïti, de Dominicaanse Republiek, kreeg in 1965 bezoek van 42.000 Amerikaanse mariniers voor het neerslaan van een volksopstand.

De rij van Amerikaanse interventies 'in de achtertuin' voor zakelijke belangen of tegen het communisme is lang. Tegenwoordig zijn de schietpartijen in de South Bronx politiek belangrijker dan die in Port-au-Prince. Het publiek is meer geïnteresseerd in ordehandhaving in de VS dan pacificatie in Haïti. Elke lijkenzak of gewonde uit Haïti zal voor de camera komen en Congresleden aanzetten tot nieuwe ontwerpresoluties tot onmiddellijke terugtrekking, zeker tot 8 november, wanneer de tussentijdse verkiezingen plaats hebben.

Bij de laatste interventies in Panama (1989) en in Grenada (1983) werden de militaire leiders meteen vervangen. De twee generaals en de politiechef van Haïti krijgen echter respijt en mogen de eerste politieke vruchten plukken van de opheffing van het embargo. De Amerikaanse generaal Shelton zal de binnenkomst van de Amerikaanse troepen met hen coördineren. Het Haïtiaanse parlement moet een amnestiewet aannemen en als dat niet lukt, hoeven de militairen pas op 15 oktober heen te gaan. Dat is aanzienlijk vager dan het ultimatum dat president Clinton afgelopen donderdag nog stelde: “Uw tijd is om.” Een nieuwe vraag is nu: wanneer is de tijd om van deze nieuwe Amerikaanse peace keeping-operatie?

Het Congres zal zich nu niet hoeven uit te spreken over een invasie maar zal wel meteen proberen de verblijfsduur van de Amerikaanse troepen in Haïti te beperken via de begroting. De situatie is nog wel zo ingewikkeld en gevaarlijk dat Haïti komende maand de politieke agenda en het avondnieuws nog in beslag zal nemen. De verslaggeving over de wederwaardigheden van de troepen in Haïti zullen Amerikanen er des te meer van overtuigen dat het binnenland politiek belangrijker is. Maar het gisteren bereikte compromis met Cédras valt politiek waarschijnlijk wat gunstiger uit voor Clinton dan een invasie.

De invloedrijke Democratische senator, Daniel Patrick Moynihan, voorspelde gisteren dat het Congres bij een invasie niet meer zou toekomen aan belangrijke wetgeving zoals hervorming van de ziekteverzekering en ratificatie van het nieuwe GATT-wereldhandelsverdrag. Hij suggereerde dat een geheime actie van de CIA goedkoper en effectiever zou zijn dan een invasie.

Onervarenheid in buitenlands beleid en beduchtheid voor militair optreden hebben tot deze crisis geleid. Tijdens zijn campagne had president Clinton beloofd dat hij Haïtiaanse vluchtelingen zou toelaten. Meteen na zijn aantreden gooide hij de grenzen toch dicht voor Haïtiaanse vluchtelingen die zich massaal inscheepten. Het handelsembargo tegen Haïti trof vooral de arme Haïtianen zwaar. Later liet Clinton zich toch door onder andere een hongerstaking van een zwarte activist en door de Congresleden overhalen om Haïtianen toe te laten. Er kwamen 20.000 nieuwe vluchtelingen en Haïti kwam steeds hoger op zijn agenda. Op de dag dat een groot aantal Amerikaanse militairen in Somalië omkwam trok hij het oorlogsschip Harlan County terug uit Haïti omdat sommige handlangers van de junta onrust zaaiden op de kade.

Volgens oud-minister van buitenlandse zaken, Henry Kissinger, verliest Amerika door de beslommeringen over Haïti belangrijke politieke zaken uit het oog, zoals de positie van Rusland. Hij vraagt zich af voor welke prijs Rusland heeft meegewerkt aan de resolutie van de Veiligheidsraad over Haïti. Hij vermoedt dat Rusland aan de Amerikaanse interventie in Haïti ook een recht ontleent om “de eigen achtertuin schoon te houden”. “Als Rusland hieruit de conclusie trekt dat het een vrije hand krijgt in de naburige republieken, dan zou dat heel slecht zijn voor de wereld”, zei Kissinger gisteren voor CNN. “Dat is niet te vergelijken met het Amerikaanse optreden in de Caraïbisch Zee, waardoor het machtsevenwicht niet wordt veranderd.” Volgende week kunnen president Clinton en de Russische president Jeltsin dit machtsevenwicht in Washington tijdens hun topconferentie bespreken. Dit artikel is geschreven door Maarten Huygen, Robert van de Roer en Hans Steketee.