Terugblik van een mislukte heilsprofeet

Voorstelling: Ombat. Tekst en spel: Peter De Graef. Produktie: Nova Zembla. Gezien: 17/9 Blauwe Zaal Stadsschouwburg Utrecht. Tournee door Nederland t/m 28/4. Inl. 00-32-3-235 04 90.

Ombat begint verrassend heftig. Zaal en toneel zijn in duisternis gedompeld. Een man zingt mee met een clavecimbelconcert van Bach, eerst innig en uit volle borst, dan steeds getourmenteerder, met een gevaarlijk overslaande stem. In de monoloog die op deze ouverture volgt wordt het stemvolume drastisch omlaaggeschroefd, alsof de man geschrokken is van zijn eigen gevoelsuitbarsting.

Moeizaam komen de woorden eruit, begeleid door een schaapachtig lachje. Hoewel de man geen andere luisteraars heeft dan de theaterbezoekers tegenover hem, weet hij amper wat hij met hun aandacht moet beginnen. Het grootste deel van de avond zit hij ineengedoken op een stoel. Deze vreemde snuiter, getooid met een steil de lucht in priemende bos krullend haar, gaat gebukt onder iets waar hij wel over móet praten, ook al praat hij van nature kennelijk niet zo graag.

Omdat zijn flegmatische aard een levendige voordracht in de weg staat, is het niet zo eenvoudig te begrijpen waar hij het over heeft. Bij stukjes en beetjes doemen uit zijn verwarde herinneringen de contouren van drie personages op. Personage nummer één, de verteller, is een geflipte priester, geboren uit een 'hoogwerker en een parelduikster'. Hij blikt terug op zijn ambtstijd in een Zuidamerikaanse staat. Daar wilde hij de arme mensen met zijn heilsleer verblijden, maar Ombat strooide roet in het eten.

De diepgelovige dommekracht Ombat wordt door het regeringsleger gedwongen vermeende guerrillero's te vermoorden. Als boetedoening ranselt hij zichzelf na zo'n daad steeds tot bloedens toe af. Op een dag vermoordt hij ook de plaatselijke priester. Bénicao, diens buitenechtelijke kind, komt de moord op zijn vader wreken. Maar zijn geweer weigert dienst en Ombat knipt hem met een snoeischaar beide duimen af. De nieuwe priester - niemand minder dan de verteller zelf - geeft hem de opdracht zichzelf dood te geselen. En zo geschiede.

Het verhaal, geschreven en verteld door de Vlaamse acteur Peter De Graef, lijkt op een parabel waarin de ex-priester figureert als een verdwaasde tijdgenoot. Zijn notie van goed en kwaad is vervaagd en op de destructieve krachten om hem heen reageert hij slechts met meer van hetzelfde, wat hem nog hulpelozer maakt. Mensen kunnen niet van elkaar houden, concludeert de voormalige heilsprofeet bedroefd, en als een verschrompelde oude man sloft hij naar zijn werktafel.

Daar staat hij een hele tijd in het donker te prutsen, totdat hij, in een heldere lichtstraal, zijn creatie toont: een mechanisch bewegende engelenvleugel. “Die zetten ze hier op uw graf als ge dood zijt. En 's nachts komt uw ziel uit uw lichaam, die zet zich daarvoor en die kijkt naar het bewegen van de vleugel.” Zo laat De Graef toch nog een vleugje mystiek toe in dit aardse tranendal, en geeft hij de toeschouwer hoop op een mooie wedergeboorte.

Als deze het relaas althans tot zover heeft kunnen volgen. De soms absurde logica, het virtuoze gegoochel met cijfers en statistieken, de laconieke wijze waarop over de bloederigste details wordt bericht - dat alles zorgt beslist voor komische momenten. Andere momenten zijn echter net zo suffig als de mislukte priester zelf. De Graefs tekst, met zijn mengeling van horror en poëzie, is ontegenzeggelijk van hoog niveau. Ik had alleen liever gezien dat hij echt werd gespééld, door verschillende acteurs, met op gezette tijden een lekker heftige, theatrale scène, zoals dat uitzinnige zingen in de gedenkwaardige ouverture.