Spanga, het Verona van Weststellingwerf, brengt Strauss' Ariadne auf Naxos; De opera maakt zich vrolijk over opera

Voorstelling: Ariadne auf Naxos door Spanga, het Verona van Weststellingwerf o.l.v. David Levi m.m.v. o.a. Valerie Girard, Jacek Pazola, Monique Krüs, Marianne R⊘rholm en Peter Michailov. Decor: Elga Lepelaar; kostuums: Heleen Heintjes; regie: Corina van Eijk. Gezien: 16/9 Odeon Zwolle. Herhalingen: 21, 24, 27, 30/9 aldaar.

Voor het eerst is de stichting 'Spanga, het Verona van Weststellingwerf' op reis en brengt opera in een ècht theater, de stijlvolle en intieme bonbonnière van Odeon (1839) in Zwolle. Daar gaat nu Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, de komische opera over het opvrolijken van een serieuze operavoorstelling. Het is berucht moeilijk repertoire, maar regisseuse Corina van Eijk zegt: 'Nou, en?' Met die onbekommerde flair en het vocale talent van een aantal jonge operazangers is de enscenering exemplarisch voor de eigenzinnige en informele operakunst, zoals die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld in Spanga, het zuid-Friese gehucht waar Van Eijk woont.

In 1989 begon Van Eijk met Donizetti's L'Elisir d'amore in haar eigen tuin met het publiek op een open tribune. Het omringende Friese landschap en de hoge hemel werkten als een reusachtig decor. Verdi's Rigoletto ging het jaar daarop in een half open tent in het weiland aan de overkant, met het orkest in een afgedamde sloot. In Les contes d'Hoffmann van Offenbach had het Friese landschap nog slechts een beperkte functie en Strawinsky's The Rake's Progress speelde zich af in een geheel gesloten tent, nog wel steeds in het weiland.

Ariadne auf Naxos in een echt theater is volgens van Eijk geen keerpunt in de Spanga-traditie, maar een zijpaadje. Ze wil gewoon op haar eigen manier en met de vertrouwde internationale vriendenkring opera maken en ze doet dat waar dat uitkomt. The Rake's Progress had ze eigenlijk in een fabriekshal willen doen, alleen was er geen te vinden. Nu deed zich de gelegenheid voor om twee maanden te werken in het Zwolse Odeon, dus sloeg ze daar voor Ariadne auf Naxos haar tenten op en kampeerde in het theater, waar de was nu binnen te drogen hing.

Naast de typische Spanga-produkties heeft Van Eijk de afgelopen jaren ook een kleine carrière gemaakt in het 'normale' operabedrijf. Ze staat daar zeer afstandelijk tegenover, omdat ze het liefst alles in eigen hand houdt. Ze werkt uitsluitend intuïtief, van een 'dramaturgisch concept' wil ze niet weten. “Ik ben wel zo arrogant dat ik zeg: ik bestudeer het werk beter dan menig ander, ik ken èlke noot.”

Bij Opera Forum maakte Van Eijk een niet bijzonder geslaagde produktie van De parelvissers van Bizet, die ook in Duitsland en Oostenrijk werd vertoond. En eerder dit jaar veroorzaakte ze schandaal bij de Opéra in Nantes met Saint-Saëns' Samson et Dalilah, die zich leek af te spelen op een autokerkhof in de Gazastrook. Het oproerige publiek keerde zich tijdens de voorstelling heftig tegen Van Eijk: “Het cachot in met haar, zelfs al is ze een vrouw!” Die Samson et Dalilah wil ze ook in ons land herhalen, op een buitenlokatie.

Ariadne auf Naxos is volgens Van Eijk een 'vette' opera van een geniale componist en ze heeft naar eigen zeggen geprobeerd om in haar enscenering niet minder vet te zijn dan Strauss zelf en dus uitdrukkelijk 'van dik hout planken te zagen'. Dat levert, samen met de bij Van Eijk gebruikelijke seksuele referenties, wat platte wc-grappen en grollen op. Maar een ander deel van de enscenering, die wordt gebracht op een draaitoneel, ligt op een hoger en - ondanks haarzelf - conceptueler niveau.

Het stuk gaat over het afbreken van de tussenschotten in het operarepertoire. Op speciale bestelling van een rijkaard zal de tragische opera Ariadne auf Naxos in première gaan, maar op het laatste moment besluit de opdrachtgever dat er tegelijkertijd een komedie moet worden gegeven. In het wat rommelig gebrachte voorspel wordt dat opheffen van de tussenschotjes letterlijk uitgebeeld: de afscheiding tussen alle kamertjes waar ieder zijn eigen dingetje voorbereidt, verdwijnt in de toneeltoren.

Dat gebeurt, in de beste Spanga-traditie, op de geestige en inventieve wijze die ook de burleske vormgeving van de eigenlijke operavoorstelling kenmerkt. Het liefdeloze bed waarin de treurige Ariadne na het verdwijnen van Theseus haakt naar het dodenrijk, bevindt zich in een typische barok-grot, geverfd in zuurstokkleurtjes. Aan de andere kant is een vrolijke strandtent en als het toneel draait wordt Ariadne op haar bed heen en weer geschoven en verkeert ze beurtelings in de werelden van verdriet en vreugde.

In de frivole wereld heersen de commedia dell' arte-figuren, van wie Zerbinetta met haar blonde pruik oogt als een fusie tussen Anita Meyer en Corrie Konings. Monique Krüs, een vaste Spanga-gast, weet die lastige coloratuurrol niet perfect, maar vocaal en ook acterend wel op opmerkelijke wijze vorm te geven. Haar duet met de componist (Marianne R⊘rholm) herinnert aan de scène tussen de Marschallin en Octavian uit Der Rosenkavalier. En aan het slot doet zij het met Bacchus.

Ook Ariadne, gezongen door Valerie Girard, krijgt een vertolking op redelijk hoog niveau. Buitengewoon vermakelijk is het zingen van Jacek Pazola als Bacchus. Deze tenor met een Wagneriaans Siegfried-pathos heeft een zeer ruime strot die hij uit volle borst laat schallen. In het orkestbakje is het een wondertje wat de vaste Spanga-dirigent David Levi daar met slechts 31 musici produceert aan smeltende klanken, vrijwel puur Straussiaans.