SOESJA CITROEN OVER Swing

Soesja Citroen met trio: Here and Now (Challenge CHR 7003). Distributie: Munich. Concerten: 22/9 BIMhuis (cd-presentatie, gasttrompettist Jarmo Hoogendijk), 25/9 Van Merlen Den Haag; 2/10 Dizzy Rotterdam; 9/10 Krimpert Salm Dordrecht; 12/10 Stadsgehoorzaal Vlaardingen; 14/10 Papenstraattheater Zwolle; 15/10 Mahogany Hall Edam; 16/10 De Roestbak Almere; vervolgens tot 28/1 in het hele land.

“Misschien ben ik niet viswijverig genoeg om alles te pakken. Ik ben nogal relativerend van aard en niet zo bezig met beroemd worden. Wat precies mijn status is, ik zou het niet weten.”

Zangeres Soesja Citroen figureert niet wekelijks in de 'bladen' maar is na vijftien jaar zingen wel een 'naam' die wordt herkend. Ze is de meest gevraagde artiest uit het 'jazzpakket' van het Nederlands impresariaat en presenteert dezer dagen Here and Now, haar tiende plaat. Ook schrijft ze regelmatig over jazzmuziek; voor de Haagsche Courant elk jaar naar aanleiding van het North Sea Festival en maandelijks in het vakblad Jazz Nu.

“Ik ben altijd een typische ballad-zangeres geweest met een voorkeur voor trage tempi. Liedjes van verlangen en bezwering waarin ik probeerde de tijd stil te laten staan. Daarnaast heb ik altijd iets met de blues gehad. Met een goed aansluitende ritme-sectie kan een blues zo lekker smerig en sexy zijn. Dat 'onder-de-gordel'-gevoel vind ik heel prettig, al was het maar als contrast met de meer etherische stukken. Ik eindig een optreden meestal met een blues.

“Een swingend up-tempo-mens ben ik nooit geweest en daar had ik me inmiddels mee verzoend. Je moet proberen je grenzen te verschuiven maar ook leren leven met je beperkingen. Ik ben ook niet iemand voor een dixieland-band. Maar laatst op het Heineken festival, onder de meest ongunstige factoren - rumoerig publiek, geluiden van elders - gebeurde er ineens iets onverklaarbaars. Alle stukken gingen in een hoger tempo, ik improviseerde veel meer dan ik gewoonlijk doe en begon op een gegeven moment zelfs te scatten. Ik zat de boel gewoonweg op te hitsen.

“Het gebeurt wel eens vaker dat ik een uitstapje maak en dat mijn pianist zoiets heeft van: 'doorgaan, doorgaan'. Maar zo sterk als die avond had ik het nog nooit beleefd. Dat je zo vrij kunt zijn in een stuk muziek. Zo los en toch geïnspireerd. Het gaf me een fantastisch gevoel, alsof ik een glimpje van het paradijs zag. Maar toen ik naar huis reed overviel me een soort postcoïtale neerslachtigheid. In het dagelijkse leven heb ik daar helemaal geen last van, maar zang is natuurlijk iets ongrijpbaars. Was het een hoogtepunt voor maar één keer? De avond daarna had ik er ontzettend zin in; kijken of ik het nog eens kon.

“Die ervaring heeft me iets geleerd over de functie van swing. Als ik vroeger een ballad zong, was het soms wel eens zo spannend dat ik dacht: oh god, er is geen beweging meer, dit is voor eeuwig. Zoals ik toen bezig was om de tijd te bevriezen, zo probeer ik nu juist om bepaalde stukken een voortgaande beweging mee te geven.

“Ik ben van huis uit niet zo analytisch ingesteld maar wil nu ook weten hoe het allemaal in elkaar steekt. Als ik in Will Friedwalds America's Great Voices lees over de 'pulse' van Frank Sinatra, dan zoek ik een plaat op en luister me suf. Waar heeft die Friedwall het over, wat doet die Sinatra dan voor bijzonders? Ik sta versteld van mijn eigen gretigheid om het allemaal uit te zoeken: ik heb zelfs een cd met stokoude opnamen van Louis Armstrong gekocht.”