Proces tegen vakbondsleider in Indonesië begonnen

MEDAN, 19 SEPT. Onder scherpe veiligheidsmaatregelen is vandaag in de Indonesische stad Medan het proces begonnen tegen de 41-jarige Mochtar Pakpahan, de leider van de onafhankelijke vakcentrale SBSI (Indonesische Welvaartsbond). Pakpahan wordt verdacht van 'opruiing' en heeft volgens de autoriteiten een belangrijk aandeel gehad in de rellen die in april woedden in Medan, op Sumatra. In de aanklacht staat overigens niet dat Pakpahan zelf bij de rellen aanwezig was.

Meer dan 1.500 soldaten en politieagenten zijn ingezet om eventuele demonstraties, uitingen van sympathie voor Pakpahan, de kop in te drukken. Tijdens de eerste ondervraging van een uur maakte de vakbondsleider een depressieve indruk en staarde hij geregeld naar het plafond.

Het Indonesische leger heeft het SBSI beschuldigd van het organiseren van de rellen in Medan, waar arbeiders protesteerden tegen de slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen. De protesten eindigden in etnische rellen tegen de Chinese minderheid, die veel economische sectoren beheerst. Een Chinese zakenman kwam daarbij om het leven. De betogers vernielden honderden fabriekjes.

Mensenrechtenorganisaties zeggen dat veel leden van de SBSI de afgelopen twee jaar sinds de oprichting, zijn gearresteerd, lastig gevallen en gemarteld. De autoriteiten hebben onder meer verhinderd dat een lid van de beweging een vakbondsconferentie in Groot-Brittannië zou houden door hem een paspoort te onthouden. Pakpahan kan tot zes jaar cel worden veroordeeld. (Reuter)