Ondernemers: ministerschap is niet attractief

DEN HAAG, 19 SEPT. Driekwart van de Nederlandse topondernemers voelt er niets voor minister te worden. De politieke cultuur, de aantrekkelijke huidige baan en de relatief lage ministerssalarissen zijn de belangrijkste redenen om een plek in het kabinet te weigeren. Dit blijkt uit een schriftelijke enquête van NCW-magazine De Werkgever die vorige week werd gehouden onder leden en voorzitters van raden van bestuur en directies van grote bedrijven in Nederland.

De deelnemers aan de enquête (141 van de 245 aangezochte ondernemers) werd gevraagd of zij positief dan wel negatief zouden reageren op een verzoek minister te worden. Uitgangspunt was dat ze zouden instemmen met het regeerakkoord, de aangeboden portefeuille door hen passend werd gevonden en ze als minister 220 duizend gulden zouden gaan verdienen. Van degenen die het ambt afwezen voelde bijna 70 procent zich niet aangetrokken tot de politieke cultuur. Geringe zelfstandigheid in het werk, onvoldoende snelheid van de besluitvorming en de samenstelling van politieke organen waren daarvoor de belangrijkste argumenten.

De afwijzers zien het ambt van minister meestal niet als saai (54 procent) en kennen aan het ambt een hoge maatschappelijke status toe (83 procent). Dat ze geen bewindsman willen worden, komt omdat ze de huidige baan veel te leuk vinden om op te geven (79 procent). De financiële voorwaarden vormden geen doorslaggevende, maar wel een belangrijke factor om op het eventuele aanbod niet in te gaan. Twee procent van alle ondervraagden verdient minder dan een minister. Tweeëndertig procent verdient twee keer zoveel en 65 procent een veelvoud van wat een minister maandelijks op zijn bankrekening krijgt.

In de afweging of iemand minister wil worden speelt de persoonlijke situatie nauwelijks een rol. Zaken als gezinssituatie en persoonlijke financiële verplichtingen worden zowel door 'ja'- als 'nee'-antwoorders in meerderheid als onbelangrijk aangemerkt. Voor 80 procent van de ondernemers die zeiden een aangeboden ministersambt te zullen aanvaarden, is het belangrijk dat ze zich willen inzetten voor de publieke zaak.