Musica Sacra zorgt voor verdeeldheid in Maastrichtse kerken

Festival: Musica Sacra. Gehoord: 16 t/m 18/9 Maastricht.

De KRO zal in de komende tijd veel van de concerten van Musica Sacra uitzenden op donderdag in het avondconcert (20.00u) en in Laudate (22.00u) op Radio 4.

Het festival Musica Sacra, dat het afgelopen weekeinde plaatsvond in Maastricht, trekt jaarlijks twee soorten publiek. De ene helft komt voor de Musica, de andere voor de Sacra.

De eerste groep komt soms van ver om in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek, in de St. Servaas en nog een paar andere kerken te luisteren naar prachtige muziek met, min of meer toevallig, een religieuze dimensie. Sommigen laten zich nog wel verrassen door de liturgische entourage en lopen verstoord weg, nog voor het eerste kruisteken is gemaakt. De rest gniffelt om het gekniel, laat de preek gelaten over zich heen komen, kijkt gefascineerd naar het spektakel met kaarsen, bellen, wijn en brood, dat zich op het priesterkoor voltrekt en ergert zich aan hoestende kerkgangers die 'hun' muziek verstoren.

De tweede groep, veelal Maastrichtenaren, gaat zoals altijd naar de zondagse kerkdienst en hoort daar toevallig kerkmuziek die er anders niet gauw zal klinken. Ze zingen mee met de gregoriaanse gezangen en accepteren de vreemde gasten, zolang die zich maar een beetje aanpassen aan de gang van zaken.

Dit amalgaam van muziek- en kerkgangers geeft Musica Sacra een eigen karakter dat de muziek geen schade doet. In tegendeel, de vanzelfsprekendheid waarmee althans een deel van de 'concerten' is ingebed in de liturgie, geeft de muziek iets authentieks. De verstilde een-stemmige, middeleeuwse melodieën en de meerstemmigheid uit de Renaissance krijgen een extra dimensie als ze samen met wierrook opstijgen.

De misgezangen van de Engelse Renaissance-componist Robert Fayrfax, die tijdens een dienst in de O.L.V. Kerk werden gezongen, werkten sterker dan die van zijn Zuidnederlandse tijdgenoot Pierre de La Rue, in dezelfde ruimte maar dan zonder interventies van gebeden en lezingen. Aan de kwaliteit van de ensembles lag dat niet. Het Fayrfax Vocaal Ensemble en het Gesualdo Consort ontliepen elkaar niet veel, geen van beide waren echt bijzonder.

De Missa Theresia van Peter Serpenti, dirigent van het koor van de St. Servaas zou in concert-vorm een onbeduidend werk zijn geweest. Maar op deze zondagochtend werkten de scherpe samenklanken en de vele contrasten uitstekend. 'Huiveringwekkend' noemde de priester de muziek aan het eind van de mis, 'en prachtig' voegde hij er gauw aan toe. Maar met die huiver viel het eigenlijk wel mee. Serpenti schreef weliswaar geen eindeloze, in elkaar gevlochten melodische lijnen zoals zijn vier eeuwen oudere collega's, die meestal ook koorleiders in een kerk waren, maar echt grimmig en modern werd zijn mis evenmin.

Het thema van dit festival was Maria, 'de schoonste onder de vrouwen'. Het Vokalensemble Frankfurt en Il Basso gaven onder leiding van Ralf Otto een nogal ruwe uitvoering van Monteverdi's Maria-vespers. Het ensemble Sequentia zong delen uit de Cantica Canticorum van de Duitse minnezanger Frauenlob. Het eenvoudige harpje en de voorloper van de viool deden middeleeuws aan, maar de stemmen zijn wel heel erg modern en helder geschoold.

Kennelijk valt het niet mee om serieuze hedendaagse muziek over de Maria-verering te vinden. Ook vorig jaar was het moderne repertoire de zwakste schakel in het festival. Toen speelde men ondermeer een werk van Ennio Morricone. Deze keer was het de beurt aan een andere Italiaanse filmcomponist. Nino Rota, beroemd om zijn samenwerking met cineasten als Fellini en Visconti, schreef het oratorium La Vita di Maria. Zoals alle filmcomponisten, beweerde ook Rota dat zijn 'gewone' muziek niet te lijden had onder zijn carrière in de film. Zoals zo vaak bleek dat onzin. Rota's Marialeven is een aaneenschakeling van eenvoudige muzikale ideetjes, zoals stijgende chromatische lijnen als het spannend wordt en een grote climax aan het eind van bijna ieder deel. In 'De kribbe' (deel 10) kwam het werk van filmcollega Miklos Rosza (Ben Hur) voorbij, in 'De bruiloft van Kana' zag men de beelden van kruiken die zich vulden als het ware aan het oog voorbij trekken.

De zeer matige uitvoering was voor deze muziek, die het moet hebben van effecten, dodelijk. Het Limburgs Symphonie Orkest kon, onder leiding van Ernst van Tiel, de rijkdom aan klankkleuren niet aan. De strijkers misten de Mantovani-achtige warmte die Rota zo 'lekker' kan maken en het Gemengd Koor Cambiata kon alleen versterkt de zaal bereiken.

Zondagmiddag klonk werk van John Tavener, die zich graag presenteert als een moderne mysticus. The Last Sleep of the Virgin, voor strijkkwartet en handklokken, moet bij vlagen op de rand van het hoorbare gespeeld worden. The Protecting Veil, naar aanleiding van een legende over de beschermende sluier van Maria, is een lied voor cello en strijkers. Ongrijpbare muziek, mooi vaak, heel mooi, te mooi, en nooit verontrustend. Veel van de muziek-gangers leken toch even sacraal geraakt.