Met kunstbont komen we de winter wel door

Nederlandse couturiers lijken zich van de Parijse modewetten weinig aan te trekken. Ze maken mooie kleren voor een welgestelde, maar geen modebepalende elite. Toch gaan enkele internationale tendensen niet aan hen voorbij. Het accent in de komende wintercollectie ligt op glamour, barokke stoffen en bont.

Mode met een grote M wordt in Nederland niet gemaakt. Bij onze topcouturiers zitten geen fashionwatchers, die tuk zijn op revolutionaire ontwerpen. Hier worden geen trends gemaakt of gebroken, geen lijnen uitgezet voor de komende seizoenen. Enerzijds is de vraag wat je kunt verwachten in een calvinistisch land, waar kleding niet te veel geld mag kosten en opvallen niet tot de volksaard behoort. Anderzijds zou je met vijftien modeopleidingen en Nederlandse ontwerpers die in het buitenland wel tot de top doordringen, best iets van een typisch Nederlandse mode kunnen verwachten. De Belgen kunnen het toch ook?

De Fashion Excession, een week van modeshows waarvan gisteravond de grote finale plaatsvond in de Beurs van Berlage, is in het derde jaar van haar bestaan uitgegroeid tot een mode-evenement van formaat. Compleet met de uitreiking, voor het eerst, van de Fashion Excession Award. Niet jubilaris Frank Govers - dertig jaar couturier - was de gelukkige, noch een veelbelovende jonge ontwerper, maar Tom van Lingen kreeg het bronzen beeld in de handen gedrukt. Van Lingen, die sinds zeven jaar het nieuw leven ingeblazen Parijse modehuis Jacques Fath bestiert, kreeg de prijs om zijn staat van dienst, en vooral om het feit dat hij als Nederlandse ontwerper tot de top van de internationale mode is doorgedrongen.

De organisatrice van de modeweek Emilie Bouwman speelt op safe, met de grote drie, Govers, Molenaar en Vos, en nieuwkomers Meta Struycken en Mart Visser, die vorig jaar ook meededen en wellicht blijvertjes zijn.

De couturiers van de Fashion Excession doen waar ze goed in zijn. Mooie kleren maken voor een welgestelde, behoudzuchtige, hooguit modebewuste, maar zeker geen modebepalende elite. Govers, Heymans, Molenaar, Visser, en Struycken trekken zich dan ook weinig aan van 'Parijs'. Deconstructie, eco-mode, nieuwe soberheid hebben op hen geen vat gehad. Natuurlijk zijn er tendensen waaraan zij zich niet willen of kunnen onttrekken. 'Glamour' is terug in de wintercollectie van '94-'95, kopten de kranten deze zomer na de Parijse shows, en dat uit zich ook hier in veel zilver en goudglans, en variaties in zwarte tinten. Een effect dat bereikt wordt door uiteenlopende stoffen als kant, crêpe, tweed, lak, fluweel en satijn, alles zwart dus, met elkaar te combineren. Er zijn barokke stoffen (mohair, brokaat en damast, wit en zwart kant, fluweel), en er is veel 'beest'.

Bont was vorig jaar al weer evident aanwezig bij Visser, Govers en Molenaar, in manchetten en kragen, en andere 'garnering' - en 't mocht want 't zou van schadelijke beesten als opossum en bisamrat zijn. Maar voor wie niet van dode beesten houdt zijn er mooie en behaaglijke bontprints in alle soorten en maten. Meta Struycken had een enkellange, getailleerde jas in panterprint. Struycken volgt de internationale trend het meest; androgyn, jong en brutaal met A-lijnwikkelrokjes, zwart lakleer onder zwart kant, knalroze en oranje plooirokjes met dwarrelende-verenjasjes.

De Russische Alexy Koreshkov, die sinds enkele jaren samenwerkt met de Nederlandse Denise Ernsting, bracht onder de naam Mooncrest een weinig eenduidige collectie breiwerk. Fijngebreide jassen en vesten in rood, aubergine, bruin en zwart, in wijde en enkellange modellen en met biezen en goudborduursel leken regelrecht uit de sacristieën van de Russische kerken geplukt. Er was een grote variatie aan 'comfortbreisels': broeken, catsuits en wijde, soepele jurken, vesten en truien, in vleermuissilhouet, met losse mouwen, of enorme capuchons. Met de vele kunstbontmantels kunnen Siberische winters met gemak doorstaan worden.

Govers citeerde als altijd naar hartelust uit de kostuumgeschiedenis, en leefde zich uit op avondkleding die niet van deze wereld is, met crinolines, duizenden pailetten, meters en meters van de kostbaarste kant en de zwaarste zijde. Iedere vrouw wordt hebberig van deze jurken. Je ziet het aan de mannequins; zij voelen zich prinsessen, keizerinnen, mooi en machtig, verleidelijk en fataal. Een beetje droef was hij wel, de couturier, met veel zwart kant voor weduwen, en een onheilspellende gedaante in kolossale, wijde en zwarte cape.

Visser, met zijn 26 jaar de jongste van de Fashion Excession ontwerpers, maakt kleding voor vrouwen die representativiteit hogelijk waarderen. Zijn overal de rokken enkellang of (ultra)mini, Visser houdt het op net boven de knie, waar veel vrouwen zich het prettigst bij voelen. In Parijs is overigens de sinds de oorlog nauwelijks meer vertoonde lengte tot net over de knie gesignaleerd. Van modekleuren trekt Visser zich geen jota aan. Hij houdt van blauw, en van ton-sur-ton, en van soepele, het lichaam volgende stoffen, en combineert daar knap mee. Aardige accenten vormen het veelvuldig gebruik van zilveren hoogglanssatijn, de aan sm-kleding refererende zwarte banden, al of niet met franjes, een jas van kartonkleurig papier afgezet met nerts, en muisgrijze jersey catsuits die net iets vergevingsgezinder zijn dan de stretchvarianten.

De Fashion Excession vond haar apotheose in de gezamenlijke presentatie van de bruiden. Tussen twaalf ruisende witzijden rokken van de bruidsmeisjes verscheen één bruid in broek (Visser), één met gewatteerd klokrokje en rolschaatsen (Struycken), één in hoogglanzende japon van brokaat uit voorbije eeuwen (Tom van Lingen) en één rozegeruite rok die heel bevallig werd opgenomen en een roze crinoline met strikjes liet zien. Er was voor ieder type vrouw wel een bruidskleed bij om ja tegen te zeggen.