Meeslepende Oresteia op Russische wijze

Voorstelling: Oresteia van Aeschylus door Theater van het Russische Leger. Bewerking en regie: Peter Stein; decor en kostuums: Moidele Bickel; vertaling: Jenny Stelleman. Gezien 18/9 Rotterdamse Schouwburg. Nog te zien 20/9. Aanvang 16u, einde ca. 23.15u.

Ruim tien jaar geleden ging bij de Schaubühne am Halleschen Ufer in Berlijn een klassieke tragedie in première, die sindsdien als voorbeeld geldt voor tal van regisseurs: de Oresteia in de bewerking en enscenering van Peter Stein.

Hij haalde de stofkam erdoor, ontdeed het Griekse drama van het traditionele pathos en kwam met een van de mooiste oplossingen voor het koor. Stein vervlocht de tekst van de koorleden met de handeling, zelfs liet hij het koor daarop invloed uitoefenen. Van koele, objectieve buitenstaanders veranderden de leden in geëmotioneerde figuren. Dat was ongekend. In zekere zin ontheiligde hij ook de tragedie door decorwisselingen in het zicht van de toeschouwers te laten uitvoeren.

De Oresteia heeft Peter Stein niet losgelaten. In 1988 besloot hij tot een Russische enscenering, die pas in 1993 in Moskou werd uitgevoerd. Europa was inmiddels veranderd, de Berlijnse Muur gevallen, het communisme versplinterd. Een politieke aardverschuiving die wonderwel aansloot bij Steins visie op de Oresteia. Dit meesterstuk uit de Griekse tragedies omvat twee rechtsvormen. In het eerste deel, Agamemnon, heersen moordzucht, gruwelijke voorspellingen gedaan door zieneres Cassandra en bloedwraak. Aan het slot van het laatste deel, De Eumeniden, worden de spookachtige wraakgodinnen door Pallas Athena getemd en van hun duistere krachten beroofd. Athena creëert een democratische rechtsorde; de oude wetten der vergelding zijn voorbij.

De Russische enscenering is nu twee keer in Nederland te zien. In het programmaboek en op videobeelden tijdens de pauze betoogt Stein dat hij per se met een Russisch gezelschap tot heruitvoering wilde komen. In dat land heeft zich een grote politieke omwenteling voltrokken, net als in de Oresteia van een inhumaan bestel naar een democratisch stelsel. Hoe dan ook wekt deze visie enige bevreemding, want de Russische uitvoering is naar interpretatie een remake van de Berlijnse. De vraag blijft dan ook open of een voorstelling zomaar van de ene maatschappijvorm naar de andere overgeheveld kan worden, met als enig verschil Russische in plaats van Duitse acteurs.

De kracht van Steins Oresteia is in de tussenliggende tijd ongebroken. De tragedie begint met de langverwachte val van Troje. Hoog op het huis van Klytaimnestra zit een wachter. Haar man, Agamemnon, is tegen Troje ten strijde getrokken. Nu Troje is bedwongen, verheugt ze zich op zijn terugkeer. Maar Klytaimnestra's huis is vervloekt, het druipt er van mensenbloed. Een ongenaakbare, zwarte wand met een reusachtige deur verbeeldt haar woning. De wachter ziet eindelijk het signaal dat de ondergang van Troje aankondigt: vuur op een bergtop. Verheugd daalt hij af en tegelijk beseft hij welke verschrikkingen gaan volgen. Hij zegt: “Als dit huis kon spreken.'

De helden van Aeschylus zijn van meet af aan ruïnes. Elke handeling in de Oresteia gaat terug op het verleden. De toeschouwer is getuige van een noodlottige, huiveringwekkende keten van moord op moord. Klytaimnestra doodt haar man omdat hij hun dochter Iphigeneia offerde om wind in de zeilen te krijgen voor de tocht naar Troje. Dat is de eerste bloedige scène die we te zien krijgen. In het binnenste van het huis dat nog het meest lijkt op een zwart offerblok klinkt gekrijs. De deur zwaait open en op een rijdend plateau verschijnt Klytaimnestra met aan haar voeten de overvloedig bloedende lijken van Agamemnon en zijn minnares Cassandra.

De kracht waarmee het rijdende plateau naar voren schuift, komt als een schok. Stein schept echter meteen afstand door heel zichtbaar de slangetjes te tonen, waardoor het bloed toestroomt. De gehele trilogie door zal Stein gebruik maken van een fascinerend contrast tussen emotie en distantie.

Voor hem is Aeschylus meer dan de schepper van een tragisch verhaal; hij ziet hem als een ideeëndichter. De personages zijn geen figuren die zichzelf te buiten gaan aan gevoelsuitbarstingen. Ze zijn als stukken in een schaakspel die met klinische meesterhand verschoven worden.

Agamemnon heeft niets van een overwinaar. Op een oud, roestig spoorwagentje maakt hij zijn entree. Net zo min is Orestes, zoon van Klytaimnestra en Agamemnon, een werkelijke wreker. Hoewel hij zijn moeder vermoordt omdat zij zijn vader doodde, is hij beducht voor wraak. Door het ingrijpen van Apollo en Athena blijft die wraak uit. Hiermee is aangegeven dat met de vrijspraak van Orestes de nieuwe tijd zich aandient. Zijn hals wordt niet bloedig doorgesneden.

Stein plaatst in de twee andere delen, De Choephoren en De Eumeniden (Offerplengsters en Weldoensters) onophoudelijk de duisternis tegenover het licht. Op de voorgrond krijsen de in zwarte lappen gehulde wraakgodinnen, op het erachter gelegen podium heerst heldere orde. Als toeschouwer kijk je tegelijkertijd naar twee werelden: die van de nachtmerrie van de misdaad en die van de bezwering daarvan in de rechtszaal. Op metaforisch niveau gaat de Oresteia over het conflict tussen irrationele driften en het verlangen die te beheersen.

Zijn de wraakgodinnen laag bij de grond en kruipen ze over de speelvloer. Pallas Athena maakt haar intocht vanuit de lucht, zwevend aan een staalkabel. Ze draagt een glitterjurk en lijkt licht uit te zenden; ze glimlacht als een glamourgirl naar het publiek. Apollo daalt met zijn luit neer uit de hemel. In het laatste deel stralen de theaterlampen oogverblindend. Ook de speelstijl verandert. Was die in de eerdere delen zwaar en gedragen, nu treedt een lichtzinniger trant van acteren naar voren.

Aan het slot heerst verzoening. Althans, dat lijkt. De rechters wikkelen de wraakgodinnen in paarse doeken, waaruit ze zich niet kunnen bevrijden. Doelbewust worden ze onschadelijk gemaakt. Daarmee zijn de duistere krachten echter niet voorgoed bezworen. De nieuwe wereldorde is een kunstmatige.

Deze Oresteia heeft ondanks de visionaire verbeeldingskracht van Stein minder kracht dan de Duitse uitvoering. Om de eenvoudige reden dat de rolbezetting toen sterker was. Edith Clever als Klytaimnestra bijvoorbeeld is onmogelijk te overtreffen. De Russische acteurs hebben een heftiger, ingeleefder manier van acteren; de Duitsers gingen uit van een afstandelijker, bijna hardere benadering die, vreemd genoeg, dieper sneed. Dat neemt niet weg dat het eerste en laatste deel ongekend spannend waren. Dankzij de geprojecteerde vertaling kan de toeschouwer de handeling volgen. De voorstelling sleepte me opnieuw mee. Met als prachtige bijkomstigheid te ontdekken hoe sterk de stijlmiddelen van Peter Stein zijn gebleken voor het hedendaagse theater. We zijn getuige van een historisch moment.