'Lubbers' Energie Handvest komt nu snel dichterbij

DEN HAAG, 19 SEPT. Initiatiefnemer Ruud Lubbers is net iets te vroeg van het politieke toneel verdwenen om het eerste internationale energieverdrag nog als premier van Nederland te kunnen ondertekenen. Vandaag maakte de diplomaat mr. Charles Rutten, voorzitter van de Intergouvernementele conferentie voor het Energie Handvest, in Brussel de tekst van het verdrag bekend.

In juni 1990 lanceerde premier Lubbers op een Europese topconferentie zijn eerste voorstel voor samenwerking op energiegebied tussen West-Europa en - toen nog - de Sovjet-Unie. Anderhalf jaar later werd in de Haagse Ridderzaal het Energie Handvest, een politieke verklaring, plechtig ondertekend door alle Westerse landen, inclusief de Verenigde Staten en Canada, alle Oosteuropese landen, Japan en Australië. Nu zijn in totaal 50 landen het onder leiding van ambassadeur Rutten eens geworden over een ontwerp-verdrag dat het Handvest van 1991 concreet uitwerkt.

Het ideaal van Lubbers, een versnelling van het economisch herstel in Oost-Europa door Westerse ondernemingen aan te moedigen door daar in energieprojecten te investeren, komt nu snel naderbij. Rutten heeft de vijftig deelnemers uitgenodigd op 16 december naar de Portugese hoofdstad Lissabon te komen om daar het verdrag te tekenen. De meeste partners zijn bereid het verdrag direct daarna alvast toe te passen, vooruitlopend op ratificatie door de parlementen.

“Dit is het eerste grote multilaterale verdrag met Oost-Europa sinds de Koude Oorlog en Nederland mag best trots zijn op zijn bijdrage daaraan”, zegt Rutten. “De laatste tijd wordt er veel afgegeven op de Nederlandse diplomatie. Men staart zich blind op de in wezen onbelangrijke kandidaatstelling voor internationale functies. Dit verdrag, een Nederlands initiatief, heeft veel meer betekenis. Het kan de basis vormen voor een langdurige samenwerking, het kan de landen van de voormalige Sovjet-Unie aan veel deviezen helpen en voor de Westerse landen levert het een grote bijdrage aan de diversificatie van de energievoorziening.”

Rutten is in de diplomatie gepokt en gemazeld en stelt zich voorzichtig op, maar uit zijn woorden wordt duidelijk dat de Europese Unie en Noord-Amerika door deze samenwerking op den duur minder afhankelijk kunnen worden van de olielanden in het Midden-Oosten. “Ook voor Japan”, benadrukt hij, “is dit verdrag van grote betekenis. Dat land moet nu al zijn olie uit de Golfregio betrekken, en vloeibaar aardgas uit Maleisië. Japan kan geen bilaterale akkoorden sluiten met Rusland, vanwege het geschil over de Korillen-eilanden, maar dit verdrag biedt toch een stevige basis voor de Japanse belangen in de olie-en gaswinning rondom het Russische eiland Sachalin.” Westerse oliemaatschappijen, waaronder de Koninklijke/ Shell Groep, werken op dat eiland voor de Russische Oostkust al in een groot energieproject samen met Japanse en Russische ondernemingen.

Rutten verwacht dat ex-premier Lubbers in december in Lissabon van de partij zal zijn. “Ik denk dat de Portugezen hem zeker zullen uitnodigen”. Tegen die tijd moeten nog “enkele zwakke punten” in de ontwerp-tekst zijn opgehelderd, maar hij heeft de regeringen in een begeleidende brief geschreven dat nu het best mogelijke resultaat is bereikt en dat verdere onderhandelingen naar zijn stellige verwachting geen verbetering meer zouden opleveren. “Mijn aanbeveling aan de regeringen is om dit pakket als het best haalbare te accepteren. Dat betekent impliciet dat we onvermijdelijke compromissen hebben gesloten en dat we het dus niet voor 100 procent eens zijn geworden.”

Het energieverdrag biedt buitenlandse investeerders in Oost-Europa garanties tegen eventuele politieke risico's, ze krijgen een behandeling die gelijk is aan de nationale ondernemingen in die landen en deze principes worden omgekeerd in alle deelnemende Westerse landen gehanteerd. Ook krijgen de investeerders het recht op vrij verkeer van kapitaal en winsten in converteerbare valuta. Rusland heeft zich op dit punt alleen het recht voorbehouden op uitzonderingsmaatregelen als die nodig zijn in de strijd tegen de mafia. “Ze zijn bang dat investeringen in de energie-sector door malafide ondernemingen misbruikt kunnen worden.” Rutten heeft hiervoor in een aanhangsel op het verdrag een tekst opgesteld waarvan hij vurig hoopt dat deze aanvaardbaar zal zijn voor de Russische Centrale Bank en de regering. Maar het verdrag voorziet ook in een internationale arbitrage-procedure om geschillen te beslechten.

Een lastig probleem in de onderhandelingen was dat de delegatie van de Verenigde Staten een bepaling in het verdrag willen waardoor de Amerikaanse staten niet verplicht worden om zich aan het verdrag te binden. “In de praktijk betekent dat eigenlijk heel weinig, maar de Amerikanen zeggen dit nodig te hebben om de instemming voor het verdrag van het Congres te krijgen. Maar zo'n uitzondering kan natuurlijk niet alleen voor de VS gelden. Stel je eens voor hoe desastreus dat zou uitwerken. Je krijgt alle landen met een federale structuur over je heen: de Russen, de Zwitsers, de Canadezen, de Duitsers”, zegt de ambassadeur. “Rusland heeft al gezegd: als de Amerikanen die uitzondering krijgen, zal ons parlement en de Raad voor de regio's nooit instemmen. Ik heb nu als compromis een verklaring voorgesteld die inhoudt dat we dit probleem over vijf jaar aan de hand van de ervaringen dan onder de loep nemen, en ik hoop nu maar dat de Amerikanen daarmee uiteindelijk zullen bijdraaien.”