'Koeman stormt nooit met 60 per uur op de bal af'

LAGE VUURSCHE, 19 SEPT. Polo? De meest masculiene sport die met de kleren aan bedreven wordt, meent het gros van de fervente polo-enthousiastelingen. Onzin, oordeelt Arlette van der Meulen. “Polo wordt gedomineerd door mannen maar daarmee is niet gezegd dat het ook een mannensport is. Als speler moet je fanatiek zijn en over een harde mentaliteit beschikken. Waarom zou een vrouw aan die twee criteria niet voldoen?”

De 24-jarige Amsterdamse debuteerde afgelopen weekeinde tijdens de negende editie van de Dutch Open Polo op de doorweekte piste in de lommerrijke omgeving van Lage Vuursche als eerste vrouwelijke polospeler op het jaarlijkse evenement. De bankmedewerkster maakte deel uit van de Nederlandse selectie, die onder leiding stond van 'huurling' Howard Hipwood. De Engelse prof, algemeen gezien als een van Europa's beste polospelers, was toegevoegd aan het Hollandse kwartet om, in de woorden van Van der Meulen te spreken, “het niveau wat op te krikken”. Nederland eindigde evenwel als vierde en laatste.

Hoewel de organisatie volgend jaar het tweede lustrum van het evenement hoopt te vieren, staat polo in Nederland nog altijd in de kinderschoenen. Verwoede pogingen in voorbije jaren van een enkele fanaat de sport het hobbyistische niveau te doen ontstijgen ten spijt. Het bestaansrecht ontleent het toernooi voornamelijk aan de gulle hand van een zevental geldschieters, die in de prestigieuze en besloten happening een ideale mogelijkheid ziet trouwe klanten en bevriende relaties te verwennen. “Het is een puur sociale aangelegenheid, zij het eentje met klasse en uitstraling”, erkent Hans van der Kolk, verantwoordelijk voor de pr van de Dutch Open.

De ware liefhebbers bewieroken de sport wegens de 'ultieme' combinatie van snelheid, spelinzicht en techniek. Wat voor de leek oogt als hockey te paard, is voor de bewonderaar de belichaming van vele sportfacetten. Of, zoals Van der Meulen betoogt, eigenlijk zijn het drie takken van 'Koeman stormt nooit met 60 per uur op de bal af'

sport in één verenigd: hockey, rugby en paardrijden. “Uniek gewoon”, meent Van der Kolk. “Ik heb Ronald Koeman nog nooit met een snelheid van zestig kilometer per uur op een bal zien afstormen”, lacht hij. De oud-journalist, die zichzelf omschrijft als een “echte paardenman”, zegt van alle sporten waar dieren bij betrokken zijn, polo “absoluut de mooiste” te vinden.

De spelregels van de van oorsprong Perzische sport zijn niet al te moeilijk. Vier ruiters per team proberen met een stick de massief houten bal in het vijandige doel te slaan. Alle spelers krijgen een handicap toebedeeld, variërend van -2 tot 10. Hoe hoger de handicap, hoe hoger het niveau van de speler. De handicap wordt vastgesteld door een commissie van internationale bond, de Hurlingham Polo Association, waarin oud-spelers zitting hebben. “Zoals Dick Advocaat beoordeelt wie goed genoeg is om in aanmerking te komen voor een plaats in Oranje”, verklaart Van der Kolk. “Maar er schijnt wel eens mee gerotzooid te worden.”

Nederland telt momenteel ongeveer dertig serieuze polospelers, onder wie drie vrouwen. Een marginale toename vergeleken met een jaar of tien geleden. Wat houdt een definitieve doorbraak van de King of Sports, zoals de fans hun favoriete sport liefkozend noemen, in Nederland tegen? Volgens Van der Kolk is dat doodeenvoudig te wijten aan een gebrek aan traditie. “Nederland is geen paardenland zoals Engeland. Aan een omvangrijke, gevestigde adelstand die zich bezighield met de paardensport, heeft het altijd ontbroken.” Om daar wat sip aan toe te voegen dat “mensen met geld bovendien tegenwoordig niets van paarden willen weten”.

Arlette van der Meulen - handicap 1 - zou het toejuichen als polo in het kielzog van tennis en golf, voor een groot publiek toegankelijk wordt. “Meer spelers betekent meer competitie en dus een hoger niveau.” Het merendeel van de genodigden lijkt echter weinig geporteerd van dergelijke 'revolutionaire' ideeën, die afbreuk zouden doen aan het exclusieve karakter die de sport omgeeft. De jaarlijkse sociale rendez-vous waar in een ontspannen sfeer onder het genot van een glaasje en een hapje zaken worden bedisseld en bekokstoofd, zou zijn charme terstond verliezen. Polo is en blijft het laatste bolwerk van de happy few, en dat terwijl “de meesten weinig van het spel begrijpen”, zucht Van der Meulen.

Dat blijkt. Tijdens de finale tussen titelverdediger Brazilië en Engeland gonst het van de onkunde op de tribunes. Paarden worden verward met spelers, Brazilianen met Engelsen. Als de acht spelers en hun dampende rossen het immense speelveld doorploegen, kan een enkeling een vermoeide geeuw niet onderdrukken. Aan het einde van de vier maal zeveneneenhalve minuut waarin het Engelse viertal de Zuidamerikanen met 6-4 onttroond, maant de speaker de spelers haast te maken voor de prijsuitreiking.

De toeschouwers wensen de kille tribunes zo snel mogelijk te verruilen voor de behaaglijke ambiance in het aangrenzende paviljoen om het intieme familiefeestje in stijl voort te zetten. Terwijl de genodigden zich buigen over het weelderige diner, buigen de terreinknechten zich over de verwoeste grasmat.