Jarige 'Ferry' Porsche is levende legende

ROTTERDAM, 19 SEPT. Voor de 7.000 werknemers van de fabriek van Porsche in Stuttgart-Zuffenhausen is het vandaag een bijzondere dag. De grondlegger van Duitslands enige sportwagenfabrikant prof.dr. Ferdinand Porsche viert zijn 85ste verjaardag. En hoewel 'Ferry' vanwege zijn gevorderde leeftijd als ere-voorzitter van de raad van bestuur tegenwoordig nog maar zelden op de werkvloer wordt gesignaleerd, spreekt iedereen zijn naam binnen het uit zijn krachten gegroeide familiebedrijf nog immer met respect uit.

Voor het eerst staat bij Porsche sinds vorig jaar een regelrechte buitenstaander aan het roer. Bestuursvoorzitter Wendelin Wiedeking voerde Japanse produktiemethoden door in Stuttgart. Een verlies vorig jaar van 150 miljoen mark is daardoor begin dit jaar omgezet in een aarzelend winstherstel. Maar uit het feit dat de familie Porsche afgelopen maart nog 200 miljoen mark in het bedrijf injecteerde, blijkt dat de Porsche-dynastie nog springlevend is.

Tegenwoordig heeft de familie Ferdinands zoon Ferdinand Alexander ('Butzi') binnen de raad van bestuur naar voren geschoven om de belangen van de familie bij Porsche te behartigen. Hij is een technisch vindingrijk man die in de voetsporen van zijn vader is getreden en voordien bij Porsche-Design onder meer zonnebrillen, pijpen, bobsleeën en een instrumentenpaneel voor Airbus heeft ontworpen. Porsche Design staat tegenwoordig los van de autofabriek en wordt momenteel geleid door een aangetrouwd familielid Michael Piëch.

De familie Piëch - Volkswagen-voorzitter Ferdinand Piëch is niet alleen miljardair maar ook een volle neef van Ferdinand Porsche - deed Porsche halverwege de jaren tachtig op zijn grondvesten schudden. Enkele kleinkinderen Piëch eisten hun aandeel in het Porsche-bedrijf op. Maar de beminnelijke Ferdinand Porsche was in zijn veelbewogen leven wel meer gewend en hield zijn 'levenswerk' niet alleen technisch maar ook financieel bij elkaar. Later overleefde het bedrijf ook het instorten van de voor Porsche belangrijke Amerikaanse markt en de daarmee gepaard gaande lagere dollarkoers. In het boekjaar 1992/93 resulteerde dat zelfs in een recordverlies van 239 miljoen mark. Een gerespecteerd weekblad als Der Spiegel schreef min of meer het requiem voor de roemruchte sportwagenfabriek door te constateren dat Porsche te lang had vastgehouden aan verouderde modellen.

Ferdinand Porsche heeft die mening fel bestreden. De nuchtere cijfers stellen hem in dat opzicht ook in het gelijk. Sinds het begin van de produktie in 1950 zijn er meer dan 950.000 Porsches op de weg verschenen, waarvan 7500 in Nederland. In het boekjaar 1976/77 werd door Porsche voor het eerst een omzet van meer dan een miljard mark overschreden. Zonder uitzondering werden de modellen gebaseerd op de eerste Porsche 356, tot en met de in 1963 voor het eerst geproduceerde 911-serie die zelfs ruim derig jaar later nog steeds het kassucces van de fabriek is.

De Porsche 356 werd samengesteld uit oude onderdelen van de Volkswagen Kever, een produkt dat eveneens nauw met de familiegeschiedenis van Porsche is verbonden. De vader van Ferdinand Porsche (die eveneens Ferdinand heette) was in wezen de geestelijke vader van de Kever, met de produktie van 21 miljoen 's wereld meest geproduceerde auto. Maar Ferdinand Porsche trad na een studie aan het Gottlieb Daimler-gymnasium en een hogere technische opleiding en na een stage van een jaar bij Bosch al in 1931 in dienst bij zijn vader die in de oorlog de Volkswagen-Werke leidde. Alleen werden er toen tanks en pantserwagens gemaakt in plaats van auto's

In 1938 togen vader en zoon Porsche naar Henry Ford in Detroit om te bekijken hoe die zijn massaproduktie organiseerde. Ford ontving het tweetal koel met de mededeling dat hij binnen afzienbare tijd een oorlog verwachtte. Maar daar hadden de Porsches weinig oren naar. Binnen een jaar ontwikkelden zij een Volkswagen die 50.000 proefkilometers glansrijk had doorstaan en niet meer dan 1000 mark hoefde te kosten.

Na de oorlog ging de jonge Ferdinand Porsche zijn eigen weg en knutselde hij in Gmünd en later in Salzburg zijn eerste sportwagens in elkaar. Nadat overeenstemming was bereikt met het Amerikaanse bezettingsleger verhuisde Porsche naar Stuttgart waar definitief de Porsche-autofabriek ontstond en alleen al van het sportwagentype 356 in vijftien jaar 80.000 exemplarenwerden verkocht.

Evenals het rijden van een Ferrari is een Porsche voor velen het in vervulling gaan van een jongensdroom. Maar in tegenstelliing tot het bedrijf in Modena, waar het bedrijfsmatig altijd maar een rommeltje is geweest, is Porsche zowel technisch als zakelijk altijd strak en eminent geleid. In het Porsche-museum in Stuttgart worden nog steeds de tientallen modellen gekoesterd die op alle circuits ter wereld racesuccessen hebben behaald. In de Formule I won de Amerikaan Dan Gurney in 1962 de Grand Prix van Frankrijk voor Porsche. Twee jaar later verongelukte de Nederlandese privérijder Carel Godin de Beaufort in een Porsche tijdens de training voor de Grand Prix van Duitsland. In sportwagenraces grossierde het merk jarenlang in overwinningen. Momenteel staan de race-activiteiten bij Porsche op een laag pitje. Porsche heeft zijn naam verbonden aan de de competitie van de 911 Cup Carrera en ontwikkelt achter de schermen weer een 10-cylinder Formule I-motor.

De mooiste anecdoten over de rijke historie van Porsche zijn daarom afkomstig uit de racewereld. Bijvoorbeeld over Engelsman Vic Elford, een rallyrijder die was overgestapt van Ford naar Porsche. Bij Ford was Vic altijd gewend dat een truck van de fabriek met onderdelen hem tijdens de rally's en races begeleidde. Toen hij die bij Porsche nergens kon ontdekken vroeg Elford waar de reserve-onderdelen zich bevonden. “Die nemen wij nooit mee”, vertelden de Porsche-ingenieurs de verbouwereerde Elford. “We hoeven ook geen reserveonderdelen mee te nemen, want een Porsche gaat niet stuk.”