Gergjev en De Waart: Mahler nrs VI en VIII

Concert: Radio Filharmonisch Orkest, div. koren en solisten o.l.v. Edo de Waart. Programma: G. Mahler: Achtste symfonie. Gehoord: 17/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 23/9 20.02 uur Radio 4; Tv-uitz.: 16/10 15.20 uur Ned. 3.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Programma: G. Mahler: Zesde symfonie. Gehoord: 18/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 25/9 11 uur Avro Radio 4.

Terwijl de overdonderende finale van Mahlers massaal bezette Achtste symfonie, zaterdagmiddag uitgevoerd onder leiding van Edo de Waart, het Amsterdamse Concertgebouw nog leek te doen natrillen, klonk daar zondagmorgen om 11 uur alweer het begin van Mahlers Zesde symfonie, gespeeld door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev. De deprimerende 'Tragische symfonie' trok op een tijdstip dat meestal slechts vederlicht 'populair klassiek' klinkt, een stampvolle en na afloop zeer enthousiaste zaal.

De Achtste symfonie was een onderdeel van de Mahlercyclus van de Matinee op de vrije zaterdag, die Edo de Waart nu voltooit. De vorige Mahlers werden vaak eerst in Enschede en Utrecht uitgevoerd, eer ze in Amsterdam voor radio en tv werden vastgelegd. Bij deze Achtste kon dat niet: het fors versterkte Radio Filharmonisch Orkest, koren uit Hilversum, Elburg, Leipzig en Praag èn nog acht solisten pasten alleen op het flink uitgebouwde podium van het Concertgebouw.

Lag het daaraan dat de Achtste net niet die unieke, zinderende indruk maakte waarop men hoopte en die men na de laatste, steeds overtuigender Mahlers van De Waart verwachtte? Het eerste deel Veni creator spiritus klonk eerder bevelend dan eerbiedig. Ondanks een aantal flink getemperde passages waren er een veelal erg hoog tempo dat tal van details onhoorbaar maakte en een expansief volume, dat de solisten niet altijd wisten te pareren.

Het tweede deel, de slotscène uit Goethes Faust, ging meestal juist weer erg traag, wat soms zeer fraaie momenten opleverde, zoals bij het binnenzweven van Mater gloriosa. Bij de solisten werden opvallende prestaties geleverd door Gwynne Geyer, Doris Soffel en Vinson Cole, die als Doctor Marianus zorgde voor intieme, lyrische en later extatische momenten. De doordringende stem van sopraan Alessandra Marc klonk met wisselende overtuigingskracht.

Als geheel was deze Achtste ondanks een aantal kwaliteiten toch eerder een wat afstandelijke en technisch imposante affaire dan een uitvoering die de ziel werkelijk in vervoering bracht. Dat is toch zeker een vereiste in het afsluitende Chorus mysticus, dat op bezwerende wijze een ultieme geestelijke ervaring in muziek wil omzetten, maar hier net niet de rillingen over de rug liet lopen.

De zinsnede Das unbeschreibliche, hier ist's getan uit de finale van de Achtste is de beste typering van de Zesde die Gergjev zondagmorgen dirigeerde, na eerdere uitvoeringen vorige week in Gent en Rotterdam. Het was zijn eerste Mahler in ons land en de uitwerking van de intensiteit en de directe expressie van de op zijn scherpst gedefinieerde klank bleek van uitzonderlijke kracht. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde hier als door hogere machten bezeten.

De Mahler van Gergjev heeft een onverbiddelijk dwingend karakter en loopt uit op een onontkoombare confrontatie tussen de muziek en de geest van de luisteraar. De eerste drie delen (Allegro, Scherzo en Andante) leiden in de Gergjev-versie rechtstreeks naar de rand van de afgrond, waarin zich de lange Finale afspeelt. Het is een serie schokkende en noodlottige gebeurtenissen die gepaard gaan met verpletterende climaxen die worden begeleid door doffe klappen van een reuzenhamer: de holle klankkist sprong er telkens weerloos bij op en kwakte een eindje verder neer. Daarna restte slechts de stilte van ondergang en dood, zonder de hoop op een ander en beter leven, zoals die in Mahlers andere symfonieën wordt beleden. Beter dan hier verder te lezen kan men op 25 september naar de radio luisteren.