Doodenge moordenaar subtiel ondervraagd door Bromet

Dokument: Achter slot en grendel. Ned.1, 23.09-23.57u.

In de serie Achter slot en grendel interviewt Frans Bromet voor de NCRV-tv langgestraften. Tijdens de eerste uitzending zit de kijker tegenover Erik. Een blonde jongeman in een veelkleurig overhemd. Hij ziet er niet 'crimineel' uit. Hij heeft geen tatoeages, draagt geen paardestaart of matje in zijn nek. Hij is niet grof in de mond. Een keurige jongeman zo te zien. Hij heeft zijn vriendin vermoord. Vanaf het moment dat deze kleurloze jongeman heeft verteld dat hij zijn vrouw achttien keer met een keukenmes heeft gestoken, laat hij de kijker niet meer los. De jongeman, die met een pak aan zo in een herenmodezaak zou kunnen staan, begint zijn verhaal met: “Ik trof mijn relatie met een ander aan.” De aanwezigheid van die ander bevestigt zijn al lang bestaande vermoeden dat zijn vriendin overspelig is. Tijdens de ruzie die volgt dreigt hij haar dat zij hun dochter nooit meer zal zien. Er vindt een handgemeen plaats waarbij hij naar zijn zeggen tegen het aanrecht aan wordt geduwd, “en daar lag dat keukenmes.”

Onwillekeurig staat, luisterend naar de bekentenissen van Erik, in de kijker de amateurpsycholoog op. Wat is dit voor knaap? Het eerste deel van het interview gaat over de geschiedenis van Erik. Daarin hoort de kijker niets nieuws. Ouders gescheiden toen hij twee was, in tehuizen geplaatst en daarna allerlei baantjes gehad. Hij heeft gevaren en in de bouw gewerkt. Zielig misschien, maar niets bijzonders. Hij zegt ook zelf dat zijn verleden hem niet tot de moord heeft gebracht.

Pas wanneer Bromet, onzichtbaar aanwezig en subtiel doorvragend, weer de omstandigheden rond de moord oppakt komt er meer kleur in het gesprek. Erik verwijt zijn vriendin ontrouw, hij zegt dat ze loog tegen hem en dat ze worstelde met een alcoholprobleem. Geen prettige vrouw kortom. Gaandeweg blijkt dat Erik ook niet zo'n prettige jongen was. Hij geeft toe dat zijn vriendin tijdens ruzies wel eens 'knallen tegen haar hoofd kreeg'. Terloops zegt hij dat zijn vriendin geen verantwoordelijkheid voor het kind kon dragen, bijvoorbeeld omdat ze onder invloed van alcohol met het kind uit rijden ging. Later blijkt dat hij ook een alcoholprobleem had. Vanwege dronken rijden moest hij een keer tien dagen zitten. En het keukenmes dat op het aanrecht lag, waar hij tegen zijn zin tegenaan was geduwd, had hij eerst tussen zijn kleren verborgen gehouden.

Het laatste wat hij zich van de slachtpartij kan herinneren is de blik van zijn vriendin. “Haar blik was sarcastisch lachend.” Door die blik werd naar zijn zeggen “het laatste stukje grond onder hem vandaan getrokken”. Daarna raakte Erik door het dolle heen, en “dan mis je een stukje film”. Een doodenge man, die Erik. Bij zo'n jongen zou je willen weten of de contouren van het beest in hem niet eerder ontdekt hadden kunnen worden. Hoe had zijn slachtoffer aan hem kunnen ontkomen? Helaas geeft de film geen antwoord op de vragen van de kijker/amateurpsycholoog. Dat is geen verwijt aan Bromet die een prachtige documentaire heeft gemaakt.

Het vraaggesprek eindigt met de woorden: “Mijn dochter zie ik nog. Dat is de reden dat ik in deze stoel zit. Het is de verantwoordelijkheid die ik voor haar draag. Ze heeft toch recht op haar vader.” “Ja”, zegt hij, “ze lijkt op haar moeder.”