'De Zweedse sociaal-democratie is terug, maar ruikt niet meer zoals vroeger'; Socialisten nu afhankelijk van coalities

STOCKHOLM, 19 SEPT. Op de Sveavägen in het centrum van Stockholm lag gisteravond om zes uur een rode roos bij de gedenksteen op de plaats waar 28 februari 1986 de socialistische premier Olof Palme werd vermoord. Alleen een eerbetoon aan een man wiens naam nog altijd emoties oproept of misschien het gebaar van een kiezer die een paar uur voor het sluiten van de stembus de sociaal-democratische overwinning zeker dacht te weten?

De harde wind had een paar bloemblaadjes geknakt. Op de televisie werd reclame gemaakt voor een nieuwe cd met de grootste successen van de Nederlands-Zweedse protestzanger Cornelis Vreeswijk. Zijn raspige stem nog even hartverscheurend als toen - linkse nostalgie in handen van de commercie.

De sociaal-democratie is terug in Zweden, maar ze ruikt niet meer als vroeger. Palme is dood en zijn opvolger is met een respectabele winst van bijna zeven procent definitief uit diens schaduw gestapt. Voor Cornelis Vreeswijk zal geen opvolger worden gevonden.

Ook de Andes-geluiden van de musicerende Chilenen in de koude, tochtige winkelpromenade onder de Hamngatan herinneren nog even aan de tijd van de vroegere linkse solidariteit. Maar het concert was vooral bedoeld om de voorbijganger warm te maken voor - alweer - een nieuwe cd.

Zweden heeft weer massaal op de sociaal-democraten gestemd. Drie jaar burgerlijk bewind is de mensen niet in de koude kleren gaan zitten. Er is gehakt in de voorzieningen van de welvaartsstaat, er is op alle fronten bezuinigd, de werkloosheid steeg van drie naar veertien procent. De regering van premier Carl Bildt heeft daarvoor gisteren de rekening gepresenteerd gekregen. Helemaal eerlijk vond hij het niet. “Drie jaar is een te korte periode”, aldus de vertrekkende premier. “Wij namen een uiterst problematische toestand over. De werkloosheid liep op, de economie ging naar beneden. We denken dat we in drie jaar veel bereikt hebben. Nu begint de economie zich te herstellen. Er gloort weer optimisme. Dit mag niet verloren gaan. Als Carlsson een links beleid gaat voeren, dan gaat het vroeger of later weer mis. Ik denk later, want de vooruitzichten voor de korte termijn zijn door ons toedoen veel beter geworden.”

Bildts drie bondgenoten, Olof Johansson van de Centrumpartij, Alf Svensson van de christen-democraten en de liberale Bengt Westerberg, zaten er wat beteuterd bij. Westerberg probeerde nog wat af te dingen op de relatieve zege die Bildts eigen Conservatieven hebben behaald door te wijzen op de verdwijning van de populistische partij Nieuwe Democratie, maar de druiven bleven zuur. Het politieke midden doet voorlopig niet meer mee. De zwaai naar links is compleet en overtuigend.

Ingvar Carlsson maakte een opgeluchte indruk. De uitslag is veel positiever dan de peilingen van de afgelopen dagen voorspelden, constateerde hij. Dat hij geen absolute meerderheid heeft behaald, geeft hem speelruimte om de linker vleugel in zijn partij in toom te houden. Carlsson kan vier jaar vooruit, want de periode tussen twee verkiezingen is met bijna algemene instemming met één jaar verlengd. In die vier jaar zal hij steeds gelegenheidscoalities moeten zien te vormen, met de burgerlijken als het om bezuinigingen gaat, met de Groenen en Socialistisch Links als het de werkgelegenheid betreft. De vakbondsvleugel in zijn partij zal zich intussen koest moeten houden op straffe van nieuwe verkiezingen en mogelijk verlies van de macht.

Zorvuldig formuleerde Carlsson de volgorde van zijn beleidsvoornemens. Op de eerste plaats het enorme begrotingstekort, dan de werkgelegenheid en daarna de maatschappelijke solidariteit. Of hij dan niet bang is voor de dreigementen van de captains of industry begin vorige week, die zeiden bij onvoldoende bezuinigingen niet meer te zullen investeren? “Zij zullen niet weggaan. Wij zullen het particuliere initiatief stimuleren. Zij kennen ons beleid. Ik ben volstrekt niet bang dat zij niet zullen meewerken aan het economisch herstel.”

Carlsson verzekerde nog eens dat de plannen voor de 'Karensdag', de wachtdag, wat hem betreft gewoon doorgaan: de eerste dag dat een ouder thuis blijft voor een ziek kind, zal niet langer worden doorbetaald. En mocht dat voorstel het niet halen, dan kom ik met iets anders waardoor evenveel wordt bezuinigd, waarschuwde de nieuwe premier vastberaden. En dan stralend van enthousiasme: “Als je om je heen kijkt in de wereld, is dit toch een uniek resultaat. Ik zie dat als een speciale verantwoordelijkheid.”

De eerste horde die de nieuwe regering nu moet nemen is het referendum over toetreding tot de Europese Unie. Op 13 november gaan de Zweden daarvoor naar de stembus. Veel sociaal-democratische kiezers hebben moeite met de toetreding. Binnen de partij zijn al twee groepen actief om voor, respectievelijk tegen het lidmaatschap campagne te voeren. Carlsson heeft beloofd dat hij zich bij het resultaat neerlegt, maar er is hem veel aan gelegen dat het 'ja' wordt. Zolang zal hij in elk geval de Groenen en Socialistisch Links, twee partijen die de afgelopen weken al campagne voerden tegen Europa, op een armlengte afstand willen houden.

De economische crisis en het verlangen naar de goede oude tijd hebben de Zweden teruggedreven in de armen van de sociaal-democratie. Vooral die Zweden die op de een of andere manier afhankelijk zijn geworden van de publieke sector: gepensioneerden, gehandicapten, de werkers in de gezondheidszorg, de vele mensen die een baan hebben in de overheidssector. Als er dan toch bezuinigd moet worden, dan het liefst door de partij die de sociale welvaartsstaat heeft opgebouwd.