De tochtplek van Europa

Waar ligt Polen eigenlijk? De vraag lijkt simpel, toch is het antwoord niet eenvoudig. Polen kijkt van de andere kant naar Duitsland, we zijn als het ware overbuurlanden. Tegelijk is Polen nog steeds heel ver weg, daar moeten we ons geen illusies over maken. Vrijwel niemand hier zou bijvoorbeeld op het voor de hand liggende idee komen dat Polen tussen drie landen ligt die nu niet meer bestaan: de Sovjet-Unie, de DDR en Tsjechoslowakije. Zolang dergelijke deuren nog geopend moeten worden voor een Westeuropees publiek, ligt Warschau mentaal op veel meer dan een klein uur vliegen van Berlijn.

Een van degenen die de culturele afstand tot Polen heeft verkleind is de schrijver Adam Michnik. In zijn beschouwingen en publieke handelen heeft deze dissident van het eerste uur het stereotype beeld van Polen op losse schroeven gezet. Zijn weg liep over het smalle pad tussen capitulatie en romantiek. Altijd trouw aan de kunst van het compromis, altijd in de weer om een matigende rol te spelen, heeft hij op tal van momenten in de recente Poolse geschiedenis een beslissende intuïtie gehad. Zo kwam in het voorjaar van 1989 het onwaarschijnlijke pleidooi voor een premier uit de kringen van Solidarnosc uit zijn pen.

Afgelopen vrijdag was Michnik in Rotterdam om de Pierre Bayle-lezing uit te spreken. Thema van zijn voordracht was de 'fluwelen restauratie' in Polen. Het is een mooie omschrijving van het opmerkelijke fenomeen dat na de omwenteling van 1989 in Hongarije, Litouwen en Polen de voormalige communisten door de kiezers weer in het zadel zijn geholpen. Michnik verwacht in landen als Slowakije en Bulgarije eenzelfde restauratie. Hoe moet die verklaard en gewaardeerd worden?

Michnik baseert zijn interpretatie van deze opmerkelijke terugkeer van de oude garde op een analogie met de Franse revolutie: 'De revolutie kan terreur voortbrengen. Maar ze kan die ook voorkomen. In dat geval moet ze echter tot een restauratie leiden. Elke revolutie kent immers ofwel dictatoriale overwinnaars ofwel een restauratie. De Poolse fluwelen revolutie bracht de fluwelen restauratie voort [..] De restauratie belooft de terugkeer van 'de goede, oude tijd'. Maar de restauratie - net als de revolutie - kan niet anders dan teleurstellingen brengen'.

Michnik spreekt met de beduchtheid van een tovenaarsleerling: wat heeft hij in hemelsnaam allemaal ontketend met zijn verzet tegen het communisme? Welke geesten zijn uit de fles gekomen? Ik kan me de schrik wel voorstellen, maar Michnik vraagt zich onvoldoende af of de kleine groezeligheden waar hij zich terecht aan ergert niet eenvoudigweg onderdeel zijn van de democratische routine. 'Kenmerk van de Restauratie is dorheid. Dorre regering, gebrek aan ideeën, gebrek aan durf, intellectuele regressie, cynisme, meedrijven op de conjunctuur', zegt hij. Ik zou zeggen: dat komt me verdomd bekend voor. Waar hij over klaagt is deels de saaiheid van democratische politiek.

De politieke realist in hem ziet de legitieme kant van de 'fluwelen restauratie' wel: 'De Polen willen een normaal leven. Daartoe hebben ze het recht. Ze willen rust. Ze willen recht op respect voor hun eigen biografie, onafhankelijk van de vraag of die biografie in het teken stond van de Poolse Volksrepubliek, de communistische partij, dan wel van de anticommunistische oppositie. Wie dit niet begrijpt, begrijpt niet veel van het huidige Polen.' Maar hoe kunnen zijn ruim bemeten morele afkeer van 'dorheid' en het realistische respect voor de behoefte aan 'rust' dan samen gaan?

Vergelijking van allerlei post-revolutionaire situaties leert dat er geen 'logica' is die van revolutie naar restauratie voert. Wat zou hij zeggen over Spanje of over Tsjechië? Is het niet zo dat we nu onevenwichtigheden zien die een veel langere voorgeschiedenis hebben? De historicus Andrezj Walicki gebruikt de paradoxale term 'anti-autoritair collectivisme' om de politieke cultuur van Polen te typeren. Er is een gebrek aan evenwicht naar twee kanten: een sterk individualisme - de traditie van verzet tegen autoriteit, tegen elk staatsgezag - en tegelijk een sterk collectivisme, dat zich openbaart in de traditie van het nationalisme, van het katholieke Polen.

In de grote afstand tussen dit individualisme en collectivisme wordt het 'sociale vacuüm' duidelijk, er is nog lang geen ontwikkelde burgerlijke samenleving. En dat heeft veel te maken met de langdurig onderbroken staats- en natievorming in Polen, toen het land door vreemde machten werd geregeerd. Deze sociale leegte is fraai weergegeven in de woorden van Cyprian Norwid in 1863: 'We zijn helemaal geen samenleving, we zijn een grote nationale vlag'.

Het antwoord van Michnik op deze perverteringen van de politiek heeft altijd bestaan uit trouw aan de kunst van het compromis. 'Drie belangrijke stromingen ontmoetten elkaar binnen Solidariteit: de plebeïsch-revanchistische groepering, de katholiek-nationalistische stroming en de groep van de democratische intelligentsia [..] En hoewel hun latere lot hen tot radicale tegenstanders van elkaar heeft gemaakt, mag ieder van hen zijn recht doen gelden op die niet-homogene erfenis', aldus Michnik met een adelaarsblik van boven de strijdende partijen. Door deze tradities met elkaar in dialoog te brengen, door ze met de neuzen tegen elkaar te drukken, hoopt hij de Poolse politieke cultuur te zuiveren van fanatisme.

Nergens heeft Michnik die geesteshouding van het compromis als een waarde op zich, korter samengevat dan in een gesprek met Jürgen Habermas: 'Ik heb de formule bedacht dat men voor amnestie en tegen amnesie moet zijn. Anders kan men niet leven' (Die Zeit, 17 december 1993). Ik vroeg me wel af hoe zich deze formule over de amnestie verhoudt tot het gedicht van Zbigniew Herbert, dat hij zo vaak met graagte citeert: 'Vergeef niet, want het ligt niet in je macht te vergeven namens anderen, die bij zonsopgang zijn verraden'. Als dat waar is: hoe kan men dan namens anderen een amnestie bepleiten?

Misschien kunnen we niet veel tegenover de 'fluwelen restauratie' in Polen stellen, hier in het Westen. Maar we zouden kunnen beginnen ons te verplaatsen in de positie van een land dat vijf maal is opgedeeld door zijn twee buren. Zelfs een gematigd man als Jaruzelski, die zeker geen afgrenzing van Rusland bepleit, zegt: 'Zonder enige twijfel zal op langere termijn de tendens om de landen van het voormalige Warschaupact op een of andere manier te finlandiseren, alleen maar sterker worden [..] Het leven, de geschiedenis, hebben ons geleerd dat Polen op zo'n geografische tochtplek ligt, dat in elke historische situatie verschillende zekerheden vereist zijn' (Vrij Nederland, 9 april 1994).

Na zijn toespraak toonde Michnik zich verrukt over het beeld van Erasmus tegenover de Sint Laurenskerk, waar de lezing plaatsvond. De bescheiden pose van Erasmus verzonken in zijn grote boek trof hem bijzonder. Temeer omdat de schrijver van Lof der zotheid een grote inspiratie voor de democratiseringsbeweging in het Oosten was. Later die avond vertelde hij met aanstekelijk enthousiasme dat Sacharov hem ooit had toegesproken met de woorden: 'Adam, we zijn allebei een aap'. De grote denker van Rotterdam keek even op uit zijn lectuur en zag dat het goed was.