DE SCHEIDSRECHTER

Rond mijn twintigste ben ik acuut gestopt met voetbal. De trainer droeg mij op met fysiek geweld mijn tegenstander uit te schakelen. Dat ging me te ver. Ik ben toen gaan kijken bij een rugby-vereniging hier in Delft. Ik was meteen verkocht. Tot m'n 37ste heb ik het gespeeld, door een ingeklapte long moest ik stoppen. Maar definitief afscheid nemen wilde ik nog niet. Daarom besloot ik te gaan fluiten. Ik pikte het snel op. Sinds twee jaar ben ik ook internationaal actief.

In de rugbysport bestaat groot respect voor de scheidsrechter. Juist doordat het spel nogal hard en ruw is. Kwestie van traditie ook. In Engeland spraken de spelers mij met 'sir' aan. De scheidsrechter aanraken is een doodzonde. In tegenstelling tot andere sporten heeft een rugby-scheidsrechter de bevoegdheid beslissingen terug te draaien en tijdens dode spelmomenten op te treden. Hij heeft altijd gelijk. Na de wedstrijd wordt een 'derde helft' gespeeld, in de kantine nagekaart.

Streng ben ik zeker. Mijn harde stem laat ik gelden. Sterkste punten? Snelheid en het zicht op de bal. Dat laatste is in het rugby moeilijk. Ik heb door mijn speelervaring zicht op het spelletje. Zelden stuur ik iemand van het veld. Mijn vrouw, die altijd meegaat, vindt dat ik dat wat vaker moet doen.

Na het laatste fluitsignaal vormt een van de teams een poortje waar tegenstander èn scheidsrechter onderdoorlopen. Dan gaat een hoeraatje op. Een enkele keer is een wedstrijd ontspoord. Ik kon de schuldige maar niet aanwijzen. Met een rotgevoel ging ik naar huis.

Vaste voorschriften voor het tenue ontbreken. Officieel is het een bordeaux-rood shirt, zwarte broek en witte kousen. Maar je bent vrij in je keuze. Ik laat het altijd afhangen van de clubkleuren van de twee teams.

Vergoedingen van de bond ontvangen we niet, behalve voor reiskosten en gemaakte onkosten in het buitenland. Maar waar je ook komt als scheidsrechter, je wordt door als een gast behandelt. Ik hoef ook geen vergoeding voor mijn grootste hobby.