De Nationale Reisopera, eindelijk vervanging van Opera Forum, geeft eerste voorstelling; 'Ook provincie moet openstaan voor vernieuwing'

ENSCHEDE, 19 SEPT. Zijn kamer is na zes weken werk bij de Nationale Reisopera nog steeds kaal, zijn bureau is leeg, een stoel voor het bezoek moet van elders worden aangesleept. Louwrens Langevoort (37), de eerste artistiek directeur van de nieuwe Nationale Reisopera in Enschede, vindt het allemaal onbelangrijk. “Het echte werk gebeurt toch niet hier. Dat gebeurt in mijn hoofd, onderweg, als ik denk: 'dát zou wel leuk zijn', of als ik in Amsterdam, of Parijs of München iemand tegenkom die leuke dingen kan doen en met wie ik dan praat. Zo gaat het in alle operahuizen, ik heb nog nooit meegemaakt dat je in de standplaats alle ideeën krijgt aangeleverd. Dit bureau zal dus leeg blijven.”

De huidige visuele leegte op het kantoor in Enschede maakt overigens niet veel verschil met de situatie voordat Langevoort in augustus aantrad. Het hele vorige seizoen werd er in Enschede geen opera gemaakt, omdat het ministerie van WVC bij het vaststellen van het nieuwe Kunstenplan het oude Opera Forum al had opgeheven, voordat de nieuwe Nationale Reisopera van start kon gaan. Opera Forum, dat ondanks frequente financiële nood 38 jaar bestond en de laatste jaren alleen nog door interim-managers werd geleid, had volgens velen wegens het ontbreken van artistieke leiding een te wisselvallige kwaliteit.

Met enorme financiële en organisatorische problemen werd het oude Forum de afgelopen maanden tenslotte gesplitst in het nieuwe Orkest van het Oosten en de nieuwe Nationale Reisopera. Door ontslagen en deeltijdarbeid verdwenen 25 hele banen, en werden 45 mensen geheel of gedeeltelijk op wachtgeld gezet. Ondertussen werden goedkope operavoorstellingen uit Oost-Europa geïmporteerd om in provincie èn Randstad de gaten in de theaterprogrammering te vullen. Voor het nieuwe orkest en de nieuwe opera is nu samen 17 miljoen beschikbaar, het oude ongesplitste Forum kreeg vroeger 20 miljoen.

Zaterdag begint in Enschede het eerste seizoen van de Nationale Reisopera in de Twentse Schouwburg in Enschede met een voorstelling van Candide van Bernstein, vertaald door Willem Wilmink. Daarna volgen nog Rusalka van Dvorák, Faust van Gounod en Macbeth van Verdi. Met de samenstelling van dat eerste seizoen van de Nationale Reisopera heeft Langevoort niets van doen gehad. Het programma, inclusief de keuze van regisseurs, dirigenten, decorontwerpers en zangers, is op zeer korte termijn in elkaar gezet door Jan Bouws, hoofd regie van de Nederlandse Opera.

Bouws werd dat opzetten van het eerste seizoen gevraagd toen Guus Mostart, de beoogde nieuwe artistiek directeur, besloot niet aan zijn baan te beginnen wegens de financieel steeds treuriger vooruitzichten. Die waren het gevolg van meningsverschillen tussen WVC-minister d'Ancona en de Tweede Kamer, die - ten behoeve van het zelfstandig voortbestaan van de orkesten in Overijssel en Gelderland - kortte op het budget van de nieuwe opera.

De minister verklaarde dat het zó niet kon, maar moest zich uiteindelijk neerleggen bij de Kamermeerderheid. De vervanging van Forum door een voorbeeldig nieuw gezelschap, bedoeld als boegbeeld voor d'Ancona's nieuwe kunstbeleid, werd in tal van stadia met steeds verwarrender besluitvorming tot almaar schameler omvang gereduceerd.

Na het vertrek van Mostart, die al een compleet eerste seizoen had voorbereid, was de Schot Ivan Fisher, werkzaam bij het befaamde Venetiaanse operahuis La Fenice, de nieuwe beoogd artistiek directeur. Zijn benoeming werd negen maanden na het afhaken van Mostart wel aangekondigd, maar werd uiteindelijk geen feit. Ditmaal lagen de financiële problemen meer in de privésfeer: Fisher kon niet overweg met het Nederlandse fiscale klimaat. Daarna kwam eind mei de benoeming van Louwrens Langevoort.

De voormalige rechtenstudent was aanvankelijk muziekrecensent bij Trouw en werkte vanaf 1981 zeven jaar lang als dramaturg, hoofd PR en hoofd artistieke planning in de Brusselse Muntschouwburg. Dat was in de glorietijd van Gerard Mortier. Daarna werkte hij bij Philips Classics en was hij vervolgens artistiek coördinator van de Salzburger Festspiele. Vanaf 1991 was Langevoort 'Direktor für künstlerische Produktion' bij de Opera van Leipzig. Sinds vorig jaar heeft hij die functie bij de Opera van Keulen.

Dat werk blijft Langevoort overigens dit seizoen nog part time erbij doen, dus reist hij vrijwel dagelijks heen en weer tussen zijn woonplaats Keulen en Enschede. “Ach, 160 kilometer, net zover als van hier naar Amsterdam. En intendant Michael Hampe gaat weg in Keulen, dus het werk is daar het begeleiden van een aflopende zaak. Hier begint het juist, dus besteed ik veel meer tijd aan Enschede.”

Met het nu beschikbare budget van 9,8 miljoen per jaar heeft Langevoort geen probleem. “Het is een uitdaging, ik wist het vantevoren, we moeten het ermee doen en dat kan ook. Het heeft weinig zin om, zoals Mortier in Brussel, na een paar jaar met een enorme schuld te vertrekken. Dat betekent wel dat ik weinig zal betalen aan regisseurs, decorateurs of zangers, maar series van zestien voorstellingen verschaffen wel een redelijk basisinkomen. De theaterdirecteuren moeten ons wel blijven steunen en geen angst hebben voor wegblijvend publiek.

“Ik verwacht ook van publiek in de provincie dat het open staat voor vernieuwing. De voorstelling moet interessant zijn, dan maakt het niet uit of Mozart in 1780 speelt of in 1980. Toneel mag van mij leeg zijn, als het maar duidelijk is wat er plaatsvindt en waarom, als er maar mensen van vlees en bloed staan. En er moet een dirigent in de orkestbak staan die het stuk verdedigt. Wat mij wel verbaast is dat heel Twente vond dat we hier moesten blijven, terwijl we hier maar vijf voorstellingen per jaar geven. Een Duitse stad als Bielefeld met 300.000 inwoners heeft een eigen opera, die per jaar 70 tot 100 voorstellingen in de eigen stad speelt.”

Het programma voor het volgende seizoen van de Nationale Reisopera, het eerste van Langevoort zelf, is overigens inmiddels al bijna klaar, maar Langevoort wil daarover nu nog niets zeggen. Om overlappingen in het repertoire te voorkomen overlegt hij op prettige wijze met Pierre Audi van de Nederlandse Opera en Aidan Lang van Opera Zuid. “We zijn trouwens alledrie even oud.”

In zijn toekomstige programmering wil Langevoort aandacht geven aan verschillende tijdperken. “Wat betreft de 18de eeuw: Mozart, maar ook Vivaldi en Händel. Verder de Franse opera, gebaseerd op Racine en Corneille, van componisten als Rameau en Cherubini. De 19de eeuw wordt behandeld met Verdi, uiteraard, La forza del destino is hier dertig jaar niet gegaan. Maar ik wil ook Bellini en Donizetti, al moeten die wel fantastisch worden gezongen. Ik zal geen Don Pasquale doen en zo weinig mogelijk Puccini, misschien ooit één La Bohème.

“En de 20ste eeuw: van Janácek tot wereldpremières. Die moeten we niet schuwen, als we geen nieuwe stukken spelen, wat is dan de toekomst van de opera? We zijn hier niet bezig een museum in stand te houden, ergens moet er muziek van deze tijd worden gemaakt en die hoeft ook niet meteen het publiek de zaal uit te jagen. Peter Eötvös schrijft nu een 'soap-opera' met de titel Three mice en tegelijkertijd werkt hij aan een heel serieuze opera De drie zusters, op het toneel te brengen door Ken Russell. Dat interesseert mij zeer en daaraan zou ik graag mee willen doen.”

Verder wil Langevoort een of twee keer per jaar jongere zangers aan het werk zetten in zichzelf bekostigende produkties, met regisseurs van internationale kwaliteit. “Peter Sellars of Ruth Berghaus zouden fantastisch zijn.”

Langevoort wil zich nog niet helemaal vastleggen en het aanvankelijk eerst eens aanzien en inhalen wat hij vijftien jaar niet aan Nederlands theater heeft gezien en aan Nederlandse zangers heeft gehoord.

“Het is leuk terug te zijn in eigen land, mét al die buitenlandse ervaring en zoveel internationale contacten. Ik wil eerst zien hoe het gaat met ons atelier en de reacties van de theaterdirecteuren. Daarna is het tijd om te beslissen over een bepaalde lijn bij de esthetische vormgeving. En wat regisseurs betreft: Peter te Nuyl, die ik al heel lang ken en die nu Rusalka doet, zal volgend jaar bij mij terugkomen. Verder ben ik zeer benieuwd naar wat Hans Croiset doet met Faust, zijn eerste operaregie. Voor mijn eerste seizoen ben ik bezig met regisseurs uit Nederland, Oostenrijk, Italië en Frankrijk. Maar daarover later.”