De Filippijnen, 'een tijgerjong in de meest dynamische regio'

Onder de leus 'Filippijnen 2000' wil president FIDEL RAMOS zijn verarmde land van 66 miljoen inwoners laten opstomen in de vaart der volkeren. Het gaat goed met de Filippijnen, zo liet hij afgelopen week tijdens een Europese toernee weten: er is sprake van politieke stabiliteit en forse economische groei. De linkse oppositie doet Ramos plannenmakerij af als “rampzalig”.

BRUSSEL, 19 SEPT. Breed kauwend kwam Fidel Ramos de kamer van een Brussels hotel binnen. Een kleine, tanige man die er zichtbaar behagen in schept de pers te woord te staan. In de ruim twee jaar van zijn presidentschap is Ramos (66) onverwacht goed voor de dag gekomen. Het heeft de oud-generaal - opgeleid aan de fameuze Amerikaanse West Point-academie - zoveel zelfvertrouwen gegeven dat hij zijn land nu karakteriseerde als “een tijgerjong dat zal uitgroeien tot een volwassen tijger”.

Ramos is een man met visie, vooral voor zijn eigen land, waarvoor hij de komende jaren een sleutelrol ziet weggelegd in het Verre Oosten. In een gesprek met de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, besprak Ramos dan ook geen onbenulligheden als ontwikkelingshulp van de Europese Unie, maar louter zoals hij het zelf omschrijft “strategische kwesties”. Ramos presenteerde zijn land als “het vitale hart van de meest dynamische regio ter wereld”.

Om het grote belang van zijn reis naar Europa te onderstrepen had Ramos zijn belangrijkste ministers meegenomen. Onder hen de goedgebekte minister van financiën Roberto de Ocampo, die het doel van de missie als volgt omschreef: “Het wekken van het bewustzijn over de Filippijnen in Europa. Wij zijn het enige christelijke land in Azië en we zijn nog democratisch ook. Dat moet een zeer aantrekkelijk gegeven zijn voor de Europese Unie.”

Ramos legde zijn vijf-punten programma uit: het vergroten van stabiliteit, economisch herstel, verbetering van de infrastructuur, milieubescherming en bestrijding van de bureaucratie. Is een dergelijk pakket niet al te obligaat, elke regering, arm of rijk, zal immers zo'n programma voorstaan. Komt de maatregelen bij voorbeeld ook ten goede aan de grote massa van arme Filippino's? Ramos verdedigde zich: “Het beleid komt ten goede van allen. We zijn bezig bezit van land te herverdelen en we proberen de mensen weg te krijgen uit de overbevolkte delen van de grote steden.”

Ramos en zijn kabinet gaan vooral prat op de “grote groei” van de Filippijnse economie. De toename met naar schatting 5 procent voor dit jaar is inderdaad relatief groot, afgezet tegen de 0,1 procent uit 1992 en de 2 procent van vorig jaar. Maar het is nog steeds weinig in vergelijking met de meeste andere landen in Zuidoost-Azië, die met gemak groeicijfers tegen de tien procent halen.

De president nam het op voor de duizenden Filippino's, met name vrouwen die in Europa wonen en werken. Veel vrouwen zijn huishoudsters of 'aangeschaft' als echtgenoten door Westeuropese mannen. Met name in Duitsland en België zijn Filippijnse bruiden gewild. Ramos verdedigde de vrouwen, die door armoede zijn gedreven. Maar hij vroeg Europa om een strenge aanpak van de uitwassen, met name de vrouwenhandel: Filippina's die tegen hun wil worden verkocht en gedwongen als prostituees te werken.

Ramos gaf toe dat zijn landgenoten overzee - ook in het Midden-Oosten, Hongkong, Japan en in andere Aziatische landen werken veel Filippino's - veel geld overmaken naar familie thuis en dat dit voorlopig onontbeerlijk is voor 's lands economie.

De zieke man van Azië, dat waren de Filippijnen bijna dertig jaar lang. Onder de dictatuur van Ferdinand Marcos - die in 1986 na een volksopstand werd verjaagd en drie jaar later stierf op Hawaii - en het chaotische bestuur van diens onzekere opvolgster Cory Aquino gleed het land diep weg op de schaal van politieke en economische ellende.

Onder zijn neef Marcos was Ramos hoofd van de Filippijnse politie en als zodanig medeverantwoordelijk voor moord en marteling. Maar dankzij zijn steun aan de revolte tegen Marcos, wist hij zijn positie in het establishment te behouden. Aquino benoemde Ramos tot stafchef en in 1988 tot minister van defensie. Vooral door het koele optreden van 'Steady Eddie' mislukten tussen '86 en '89 zeven pogingen van opstandige militairen om de macht te grijpen. Uit dankbaarheid jegens Ramos gaf Aquino in 1992 haar steun aan zijn kandidatuur voor het presidentschap.

Ramos kreeg slechts 24 procent van de stemmen, niettemin voldoende om de nieuwe president van de Republica Ng Pilipinas te worden - de andere 76 procent waren verspreid over zijn talloze tegenkandidaten. Door het geringe mandaat leek de eilandenstaat opnieuw een periode van onstandvastig bestuur tegemoet te gaan, maar tot verrassing van velen lukte het Ramos in twee jaar tijd de Filippino's weer enig vertrouwen in de toekomst te geven. Zijn recept, zo zei hij, is zijn voortvarende aanpak van het vredesproces.

De Filippijnen hebben al sinds het einde van de jaren zestig te maken met twee hardnekkige guerrillabewegingen: het maoïstische Nieuwe Volksleger (NPA) - de gewapende tak van het National Democratic Front (NDF), een mantelorganisatie van de Communistische Partij (CPP) - vooral actief op het hoofdeiland Luzon; en het islamitische Moro Nationale Bevrijdingsfront (MNLF) dat onafhankelijkheid van een deel van het zuidelijke eiland Mindanao nastreeft.

Marcos noch Aquino wisten zich goed raad met de gewapende oppositie, waardoor het land geregeld in een situatie van een burgeroorlog verkeerde. De strijd kostte de afgelopen decennia aan duizenden mensen het leven, waarbij zowel door het leger als door de verzetsgroepen gruwelijkheden werden begaan.

Ramos bracht na zijn aantreden een dialoog op gang met het MNLF en het NPA/NDF. Hij legaliseerde de CPP en verleende algemene amnestie aan guerrillastrijders en opstandige militairen.

Luis Jalandoni, leider van het NDF en Jose Maria Sison, de oprichter van de CPP, bevinden zich al jaren in Utrecht, waar ook het internationale hoofdkwartier van het NDF is gevestigd. Ramos was opvallend mild over zijn linkse tegenvoeters. “Jalandoni en Sison kunnen terugkeren wanneer ze willen, ze zijn welkom.” Ramos vroeg wel om “geduld” voor het vredesproces.

Sison zei in een reactie er niet over te peinzen naar zijn vaderland terug te keren. “Dat zou mijn dood betekenen, er staat nog steeds een bedrag van een miljoen pesos op mijn hoofd, dat is niet ingetrokken.” Een welkome hulp bij het pacificeren van zijn land heeft Ramos gekregen door de verdeeldheid die is ontstaan binnen het linkse verzet. Sison deed de onenigheid af als “oppositie van een handvol rechtse elementen die de draagstoel van de Filippijnse bourgeoisie torsen”.

Terwijl de oppositie nog wel waardering kan opbrengen voor Ramos streven naar vrede - het NDF ging per slot van rekening akkoord met een dialoog - heeft zij geen goed woord over voor zijn economische politiek. Bayan International, een radicale organisatie en geestverwant van het NDF wierp zich vorige week op als spreekbuis. In een verklaring, opgesteld in onverbloemde taal, deed Bayan de denkbeelden van Ramos af als “een opgepoetste versie van de mislukte en rampzalige plannen van de Marcos-diktatuur en het Aquino-regime.” Volgens Bayan zullen de Filippijnen “een achterlijk agrarisch en ongeïndustrialiseerd land blijven, zolang de semi-koloniale en semi-feodale structuren niet zijn ontmanteld”.