Zieke Mitterrand kwam, zag en viel over Vichy

PARIJS, 17 SEPT. Zelden is een persoonlijk drama zo publiek geweest als François Mitterrands gevecht van de laatste twee weken. In het laatste jaar van een volstrekt unieke loopbaan als staatsman, stond hij midden tijdens een tweede chemotherapie-kuur voor de taak zijn presidentschap, zijn plaats in de geschiedenis en zijn partij te redden. Zijn succes was beperkt. Zoals Le Canard Enchaîné samenvatte: Veni, vidi, Vichy.

La Rentrée is de nationale septemberzucht van Frankrijk: iedereen moet weer naar school en kantoor, aan het werk. Het is ook spannend, er zijn nieuwe boeken (La Rentrée Littéraire) en politici maken weer spektakel. Zeker dit jaar. De Rentrée Politique van president Mitterrand heeft het land binnen veertien dagen zelfs een identiteitscrisis bezorgd.

Het leek begrijpelijk en verantwoord. Een tweede prostaat-operatie eind juli, de president had de hele maand augustus om weer op krachten te komen. Frankrijk zit in augustus toch op de camping of schoffelt op de buitenbezitting, en eet twee keer per dag warm, net als thuis. De president hoefde maar één ministerraad over te slaan.

Maar toen gingen de ambities van Zijn ministers hem parten spelen. Balladur, tot dan toe een correcte minister-president, begon een zekere neiging te vertonen zich te profileren. Hij stak de bleke armen in een tropenbloesje en liet zich voor de troepen in Rwanda filmen. Minister Pasqua, die gaat over bijna alles wat binnenlands is, nam de Algerije-politiek er even bij. Arrestaties van Noordafrikanen, grootscheepse controles op straat en deze 'zomerkoning' domineerde weken met ideeën over de rechtsstaat en ondemocratische regimes.

Of het niet genoeg was gaf premier Balladur 30 augustus twee rentrée-interviews, op de radio en in Le Figaro, dagblad voor wakkere gaullisten. De eerste minister haalde de oogst van een zomer buitenlandse politiek binnen. Mitterrand, die door de grondwet wordt aangewezen als de chef van het buitenlands beleid, moet toen gedacht hebben: als ik dit over mijn kant laat gaan ben verder een verwaarloosbare factor tot het eind van mijn ambtstermijn in mei '95.

De president koos de jaarlijkse conferentie in Parijs van alle 200 Franse ambassadeurs in den vreemde om er aan te herinneren wie de baas is. Dat was 1 september. Ten overstaan van Balladur en minister Juppé van buitenlandse zaken. Om tot zijn ontzetting te merken dat Balladur het zelfde gezelschap de volgende dag comfortabel toesprak over betekenis en succes van zijn buitenlands beleid.

Het effect was dus nul geweest. Maar de ondermijning van 's presidents positie kwam van meer kanten. Steeds pijnlijker berichten doken op over het net (met zijn medewerking) gepubliceerde boek Une jeunesse Française, François Mitterrand 1934-1954. Het beeld dat Mitterrand tijdens zijn jarenlange opkomst als Leider van Links altijd had gegeven over zijn oorlogsverleden bleek op zijn minst onvolledig. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog langer en overtuigder medewerker geweest van maarschalk Pétain, de grote man van het met de Duitsers collaborerende regime in Vichy.

En nog bedreigender voor zijn presidentschap: Mitterrand had tot zeker 1986 vriendschappelijke contacten onderhouden met de man die als hoofdcommissaris van politie van Vichy verantwoordelijk was geweest voor de deportatie van duizenden joden naar de gaskamers. Zijn partijgenoten, na de verkiezingsnederlagen voor de Assemblée Nationale (april '93) en het Europees Parlement (juni '94) toch al zwaar aangeslagen, vielen bitter vechtend over elkaar heen. De partizanen die zich altijd al beetgenomen voelde door de machiavellistische werkwijze van Mitterrand zagen hun ergste vermoedens bevestigd. Zijn getrouwen sloegen om zich heen met komplot-verwijten.

Tot overmaat van ramp circuleerden steeds hardnekkiger berichten over de gezondheidstoestand van de president, de therapie zou niet aanslaan. Reden te meer om een tegenoffensief te lanceren. Eerst ontving Mitterrand, als krasse bijna-78-jarige vader des vaderlands, de hoofdredacteur van Le Figaro op zaterdag 3 september in zijn buitenhuis in Latché. In houthakkers-overhemd, met een gemoedelijke pet en wandelstok zien we hem eerlijk zijn. Niets te verbergen, vraagt u maar.

Door te zeggen “Ik weet dat ik er over een paar maanden, of een paar jaar niet meer ben” suste Mitterrand de zorgen over zijn gezondheid niet bepaald. De brede visies die hij ontvouwde over zijn politiek voor een sterk en modern Frankrijk in de wereld trokken nauwelijks aandacht. De bij vlagen mysterieuze en fragmentarische verdediging van zijn ultra-rechtse jeugdjaren tijdens de oorlog wakkerden opnieuw het debat aan over zijn eerlijkheid. En over Frankrijks zeer onvolledige verwerking van het collectieve verleden.

Mitterrand wist niets van de anti-semitische wetten die Vichy vrijwillig had uitgevaardigd, lang voordat hij in '43 - met behoud van zijn bestaande vriendschappen in pétainistische kring - zijn geleidelijke overstap naar het verzet maakte. Met die wetten had hij zich niet bezig gehouden. Terwijl de eerste Franse razzia's al hadden plaatsgevonden.

Advocaten van slachtoffers en nabestaanden, zoals Serge Klarsfeld, wezen er op dat Mitterrand als president de berechting van nog levende Franse oorlogsmisdadigers had afgeremd. Opnieuw sprongen getrouwen van de president in de bres en riepen schande. Maar de president ontmaskerde, waarschijnlijk onbedoeld, hun hovelingen-verblinding. Er was nog geen eind gekomen aan zijn behoefte ziel en zaligheid bij de Fransen op tafel te leggen.

Opnieuw was het Balladur die hem een zetje gaf. De minister-president hield in de vorm van een vraaggesprek een deftige op zijn eigen presidentiële ambities toegesneden tv-toespraak (vorige zondag), waarbij hij het staatshoofd met een betwist citaat van Charles de Gaulle verder Vichy indrukte. Dat viel mooi samen met de verschijning van het boek Vichy, un passé qui ne se passe pas van Eric Conan en Henry Rousso (uitgeverij Fayard).

De oorlogsdoos van Pandora staat open, en niemand weet welke onthullingen er nog meer uit komen. Geen enkele politieke partij kan rustig ademhalen, ook al is Mitterrand nu doelwit - als heerser in een veertienjarig rijk heeft hij daar ook om gevraagd.

Mitterrand sloeg maandagavond terug. In zes kwartier, vol macabere stiltes, etaleerde zich een man die vocht voor zijn leven en zijn idealen. Nee, zijn geweten ontwikkelen, van rechts naar links, anderen doen dat meestal andersom. Al improviserend hervond hij zijn meesterschap in het zaaien van verwarring en het opwekken van dierbare gevoelens. Wie altijd al vóór hem was prees na afloop zijn moed, wie hem nooit heeft vertrouwd wees op de tegenstrijdigheden in zijn pleidooi.

Het volgende boek ligt al weer in de winkel. La main droite de dieu, Enqûete sur François Mitterrand et l'extrême droite van Emmanuel Faux, Thomas Legrand en Gilles Perez (uitgeverij Seuil) is onbedoeld een soort vervolg op het boek van Péan over Mitterrands rechtse jeugd. De opeenvolging van boeken en tegenslagen levert Mitterrand misschien sympathie en medelijden op, veel Fransen willen niet dat hun president zo in de hoek zit waar de klappen vallen.

Mitterrands najaarsoffensief heeft hem al met al niet geholpen. De liefhebbers voor zijn troon lijken allemaal nog jonger, gezonder en vooral zuiverder op de graat. Allemaal bij wijze van spreken na de oorlog geboren en vrienden van De Gaulle. En naarmate de socialisten in de partijtop elkaar meer pro- of anti-Mitterrandisme verwijten, nemen de kansen op brede interne acceptatie van een christen-socialist als Jacques Delors als kandidaat voor het presidentschap af.

In een land waar de lava van sociale disharmonie zo dicht onder de oppervlakte kookt, is het opnieuw opgerakelde oorlogstrauma een extra bron van conflict. Denkend aan zijn standbeeld meldde François Mitterrand zich terug op zijn werk. Hij kwam, zag en viel languit over Vichy. En trok Frankrijk mee.