Woorden zonder hart in vage freudiaanse Coriolanus-bewerking

Voorstelling: Mijn zoon Coriolanus naar Shakespeare. Vertaling: Bert Voeten; spel: Marlies Hamelynck en Xander Straat; begeleiding: Marcelle Meuleman. Gezien 16/9 De Brakke Grond, Amsterdam. Te zien t/m 24/9 aldaar.

Tweemaal Shakespeares Coriolanus in een enkele maand is te veel. Bovendien tweemaal in een bewerking die de toeschouwer het zicht op het origineel ontneemt. Enige tijd geleden speelde een groep jonge acteurs en actrices de tragedie als een monomaan ritueel. Nu keren Marlies Hamelynck en Xander Straat het stuk binnenste buiten.

De titelheld staat onder de tirannie van zijn moeder zoals Macbeth onder de heerschappij staat van Lady Macbeth. Koste wat kost wil hij Romeins heerser zijn. Maar zijn machtswellust voert hem in het vijandelijke kamp, waardoor hij Rome ten val dreigt te brengen. Het is zijn moeder die hem daarvan weerhoudt.

Coriolanus is zeker niet het beste stuk van Shakespeare. De intrige is massief en taai. Het idee om de diepste laag aan te boren, namelijk de verhouding moeder en zoon, is begrijpelijk. Snijd het overtollige weg, en je houdt de kern over. Toch werd het me vreemd te moede bij de voorstelling die Marlies Hamelynck en Xander Straat maakten onder de titel Mijn zoon Coriolanus. Dat moeder en zoon op incestueuze wijze van elkaar houden, mag niemand ontgaan, is de boodschap. De voorstelling opent en eindigt met dezelfde scène: een naakte Coriolanus wordt door zijn moeder als een klein kind met soppend washandje gepoetst. Tussendoor dansen ze samen op bordeelmuziek. Als Marlies Hamelynck als de moeder zoonlief Xander Straat toespreekt, kruipt deze over de met zand bedekte speelvloer.

De stijl van Mijn zoon Coriolanus is 'modern passé'. De acteur staat graag naakt tegenover het publiek: een diepzinnige metafoor waarvan ik dacht dat die een stille dood was gestorven. Men acteert met heftigheid van gemoed en stem, maar het waarom van dit alles, de noodzaak, is onduidelijk. Er is hoegenaamd geen drama. Bovendien wringt het enorm het antieke verhaal op te zadelen met zo'n nadrukkelijk freudiaans concept. Er waren zeker enkele aanzetten tot lichtheid en persoonlijkheid. Maar de ernst van het stuk nam wraak. En vervolgens bleven er woorden over zonder hart. Eén scène illustreert het tekort aan visie: we zien een oud zwart-wit filmpje over een klein jongetje dat op zijn verjaardag met een plastic zwaard een teddybeertje totaal de vernieling in helpt. Betekent dit dat in elk jongetje een kleine moordenaar schuilt? Mogelijk. Maar hierdoor ontstaat wel een heel hybridische voorstelling. Er is een moeder die haar zoon domineert. Tegelijkertijd is het jongetje van nature gemeen en wil het graag doden. Met al deze botsende visies zijn we in de mist terechtgekomen.