Vervolgingsbeleid euthanasie aangepast na zaak-Chabot

DEN HAAG, 17 SEPT. Justitie gaat het vervolgingsbeleid bij euthanasie en hulp bij zelfdoding aanpassen aan het arrest van de Hoge Raad in de zaak-Chabot. In beginsel kan een arts een beroep doen op het begrip 'noodtoestand' als hij hulp biedt bij een zelfdoding wegens ondraaglijke psychische problemen. In dat geval is de arts niet strafbaar.

De ministers Sorgdrager (justitie) en Borst (volksgezondheid) hebben dit in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. De wijziging van het vervolgingsbeleid heeft consequenties voor een aantal lopende zaken bij het openbaar ministerie. Elf van de vijftien euthanasie-zaken die het OM onderzocht zijn inmiddels geseponeerd. De overige vier artsen worden wel vervolgd. De brief van de ministers komt overeen met het advies van de procureurs-generaal, die zich woensdag over het onderwerp beraadden.

Tot aan de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak-Chabot, in juni, werd ervan uitgegaan dat artsen strafbaar handelden als zij hulp bij zelfdoding verleenden aan patiënten die niet in de stervensfase verkeerden. Daarmee werden psychiatrische patiënten uitgesloten, mede wegens de vraag of aan de stervenswens van een psychiatrische patiënt een 'autonome wilsbepaling' ten grondslag kon liggen. De Hoge Raad sprak echter uit dat dat wel degelijk het geval kan zijn. De oorzaak van het lijden van de patiënt - lichamelijk of geestelijk - en de vraag of sprake is van de terminale fase is in beginsel niet relevant, zo stelde het hoogste rechtscollege.

Sorgdrager en Borst nemen nu als uitgangspunt dat het lijden van de patiënt 'uitzichtloos' en 'ondraaglijk' moet zijn. Van uitzichtloosheid is sprake als naar medisch inzicht vaststaat dat de patiënt geen reëel behandelingsperspectief heeft. Dat wil zeggen: geen zicht op verbetering binnen afzienbare termijn. Als de patiënt een reëel perspectief om het lijden te verlichten afwijst, is geen sprake van uitzichtloosheid. Daarnaast moet de behandelend arts beoordelen of het lijden voor de patiënt ondraaglijk is.

De bewindslieden zien in het arrest-Chabot geen aanleiding de meldingsprocedure voor euthanasie en hulp bij zelfdoding te veranderen. Specifieke vragen over patiënten die psychisch lijden zijn al in de meldingsprocedure opgenomen. De procedure gaat zelfs verder dan de uitspraak van de Hoge Raad, doordat voor patiënten met een psychiatrische stoornis het oordeel van twee onafhankelijke artsen, onder wie één psychiater, moet worden ingewonnen, zoals de Tweede Kamer wil. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van één onafhankelijke deskundige voldoende.

De artsenorganisatie KNMG en de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie hebben positief gereageerd op het besluit van de ministers.