'Tot de middelmaat behoren, daar leggen wij ons niet bij neer'

In de topsport streeft iedereen het hoogste na, een landskampioenschap en internationaal aanzien. Op heel verschillende manieren proberen verenigingen de top te bereiken. Bij Goba (basketbal) gebeurt dat op orthodoxe wijze. Een gulle geldschieter heeft de financiën beschikbaar gesteld om een aantal toppers aan te trekken. De spelers van Alcom Capelle (volleybal) zijn ondergebracht in een stichting die ze betaalt en voor halve dagen detacheert bij bedrijven. Quintus en Westlandia (handbal) zijn een samenwerkingsverband aangegaan en zullen met twee gezamenlijke teams in de competitie uitkomen.

Drie voorbeelden van clubs die hogerop willen.

Vijftien januari van dit jaar was een bijzondere dag voor Dirk. Zo bijzonder zelfs dat hij op de middenstip van sporthal Oosterbliek in Gorinchem zijn hoofd liet kaal scheren. Zijn haar, zo had hij zijn basketbalvrienden van eredivisionist Goba immers beloofd, zou er afgaan zodra de eerste overwinning van zijn een half jaar eerder gepromoveerde club een feit was. Na een lange serie van louter nederlagen, kon Dirk zijn belofte eindelijk nakomen. “Vooral natuurlijk dankzij meneer Den Braven”, zei de basketbalfanaat op die vijftiende januari uiterst serieus. “Mijn leven is er sinds zijn komst bij Goba een stuk op vooruit gegaan.”

Meneer Den Braven is geen basketballer met uitzonderlijke kwaliteiten. Sterker: meneer Den Braven had tot voor kort zelfs geen enkel verstand van basketbal. Maar daar staat tegenover dat Cees den Braven wél een gefortuneerd zakenman is. Bij Dordrecht'90, de voetbalclub waarvan hij al jarenlang de voornaamste geldschieter is, weten ze daar alles van.

Eind vorig jaar verbond hij ook zijn naam aan Goba en was de club van de ene op de andere dag 'rijk' in plaats van armlastig. Nieuwe spelers werden aangetrokken, onder anderen oud-international Raymond Bottse en de voormalige topper van Den Helder, Tico Cooper. Door de versterkingen leed Goba in de tweede competitiehelft nog maar twee nederlagen.

Voor het nieuwe seizoen, dat vandaag begint met de bekercompetitie, werden nog eens drie internationals (Richard van Poelgeest, Okke te Velde en Marco de Waard) en twee Amerikanen aangetrokken. Zo werd Goba in ruim een half jaar tijd van degradatie-kandidaat tot een van de voornaamste titelpretendenten. En een vooralsnog redelijk succesvolle Europa-Cupdeelnemer: afgelopen woensdag werd ten koste van het Duitse Trier de tweede ronde van het toernooi om de Korac-beker bereikt.

“Als Den Braven geen sponsor was geworden van Goba, hadden we ons wegens geldgebrek al na enkele weken uit de competitie van vorig seizoen moeten terugtrekken”, zegt Flip van Wijk, voorzitter van de club. Voor hoeveel geld Den Braven, die Goba nog zeker twee jaar sponsort, de eredivisionist financieel ondersteunt, wil Van Wijk noch de zakenman zelf zeggen. Maar de voorzitter wil wel kwijt dat het “om veel geld gaat”.

In de sportwereld zijn voorbeelden genoeg van clubs die dankzij een genereuze sponsor plotseling in staat zijn zich danig te versterken. Nationale en misschien zelfs internationale successen behoren dan opeens tot de mogelijkheden. Maar wat als de geldschieter na een aantal jaren afhaakt en geen vervanger kan worden gevonden? Dan vertrekken ook de topspelers met dito salarissen en is de club vaak weer terug bij af.

In de nationale basketbalwereld, weet ook Van Wijk, zijn Den Helder en Den Bosch daar goede voorbeelden van. Dankzij royale sponsors beschikten beide clubs jarenlang over voor Nederlandse begrippen aanzienlijke budgetten. De sportieve resultaten waren er naar: meerdere nationale titels en enkele aansprekende prestaties op Europees niveau. Maar toen de hoofdsponsors van beide clubs het mooi geweest vonden, moest Den Helder sportief een stap terug doen en was het voortbestaan van Den Bosch zelfs wekenlang onzeker.

“Voor een dergelijke afloop zijn wij ook bang”, zegt Van Wijk. “Je kunt stellen dat Den Braven ons gered heeft, maar we hebben ons als doel gesteld dat onze afhankelijkheid van hem de komende twee jaar steeds minder moet worden.” Om dat te bereiken, streeft Goba het 'Weert-scenario' na. Net als de landskampioen bij de basketballers heeft Goba sinds een half jaar een businessclub. Bedrijven kunnen daar voor 1.750 gulden per jaar lid van worden. Momenteel zijn er 25 leden. “Dat moeten er de komende tijd zeker vijftig worden”, zegt Van Wijk. “Dan hebben we als club in ieder geval een brede financiële basis en is bestaansrecht verzekerd als Den Braven er mee stopt.”

Maar zelfs dat, weet Van Wijk, is niet voldoende. “Als je selectie alleen uit spelers van buitenaf bestaat, zal het publiek het na verloop van tijd voor gezien houden. Het eigen element mag daarom nooit verloren gaan. Ongeacht met welk budget je kunt werken.”