'Tot de middelmaat behoren, daar leggen wij ons niet bij neer'

In de topsport streeft iedereen het hoogste na, een landskampioenschap en internationaal aanzien. Op heel verschillende manieren proberen verenigingen de top te bereiken. Bij Goba (basketbal) gebeurt dat op orthodoxe wijze. Een gulle geldschieter heeft de financiën beschikbaar gesteld om een aantal toppers aan te trekken. De spelers van Alcom Capelle (volleybal) zijn ondergebracht in een stichting die ze betaalt en voor halve dagen detacheert bij bedrijven. Quintus en Westlandia (handbal) zijn een samenwerkingsverband aangegaan en zullen met twee gezamenlijke teams in de competitie uitkomen.

Drie voorbeelden van clubs die hogerop willen.

De Amstelveense Bankrashal was de plek waar de volleyballers van het Nederlandse team jarenlang fulltime trainden op weg naar het olympisch zilver. Vandaar dat er over het Bankras-model werd gesproken. Die uitdrukking is nu uit de kast gehaald om de ambitieuze plannen bij Alcom Capelle weer te geven, maar daar maakt trainer-coach Pieter Jan Leeuwerik nadrukkelijk bezwaar tegen. “Want de Bankras heeft in Nederland helaas een negatieve klank gekregen.”

Maar de essentie van de gang van zaken in Capelle is dezelfde als destijds met het nationale team: op een professionele manier volleybal bedrijven. Bij het Oranje van Arie Selinger waren de spelers daarvoor uiteindelijk hele dagen beschikbaar, bij Alcom Capelle voorlopig voor de helft van die tijd. De meeste selectieleden van de eredivisieclub staan onder contract bij de Stichting Prospect die de spelers betaalt en onderbrengt bij bedrijven waar ze voor halve dagen werken. De resterende tijd is voor de sport.

Het is niet vreemd dat Capelle de club is van vier fanaten die aan de wieg stonden van de grote opmars van het Nederlandse volleybal. Leeuwerik en Teun Buys zijn de trainers, Ron Boudrie en Avital Selinger de ervaren pijlers van het team. Zij behoorden destijds allen tot de selectie van het 'nieuwe Oranje'. Boudrie en Selinger waren er zelfs van het begin tot het einde bij, maar werden na de laatste Olympische Spelen bedankt voor hun diensten. Hun droom van een volleybalbolwerk bestaat nog steeds. Daaruit is ook het huidige idee voortgekomen.

Alcom Capelle heeft vijf nieuwe spelers aangetrokken, onder anderen de huidige international Guido Görtzen en Patrick de Reus, die ook enige tijd in de Bankrashal trainde. Laatstgenoemde heeft naast het volleybal als taak sponsors voor het plan te werven. De club beschikt over twaalf min of meer gelijkwaardige spelers. Dat betekent een dure huishouding en daarom wordt er door betrokkenen bij het volleybal aan getwijfeld of het model financieel haalbaar zal zijn.

Het is in ieder geval een gegeven dat deze opzet sportief succes zal moeten gaan opleveren. Het doel is een landstitel en een plaats in een Europa-Cupfinale. Commercieel manager Pieter van Keulen hoopt dat het eerste kampioenschap binnen drie jaar wordt behaald. Eerst moet volgens hem “de ruis” eruit. Hij heeft verscheidene problemen op te lossen. Die variëren van het opzetten van een volwaardige medische staf tot het tevreden stellen van de bedrijven waar de spelers werkzaam zijn.

Van Keulen heeft klachten gekregen dat de volleyballers een vermoeide indruk maken en daardoor ongemotiveerd zijn. Daarover zullen nu individuele gesprekken met de spelers worden gevoerd. Dat zal Van Keulen zelf gaan doen. Hij is directeur van twee arbeidsbemiddelings- en adviesbureaus in Capelle en raakte verleden jaar als bordsponsor betrokken bij de plaatselijke volleybalclub.

De ongeduldige trainers en spelers kunnen intussen bijna niet wachten tot alles goed draait. Het is de bedoeling dat de selectie twintig uur in de week gaat trainen. Maar dat blijkt nog niet mogelijk omdat de vloer in de trainingszaal daar niet geschikt voor is. Coach Leeuwerik zou graag willen beschikken over een zogenaamde verende vloer, maar daar ontbreekt voorlopig het geld voor. Volgens Leeuwerik is het een te groot risico als er onder de huidige omstandigheden meer dan dertien uur wordt getraind. Dat zou blessures aan knieën en enkels bij de spelers veroorzaken.

Leeuwerik en de andere betrokkenen zijn er desondanks heilig van overtuigd dat de opzet in Capelle gaat slagen. Het vergt vooral doorzettingsvermogen en liefde voor de sport, aldus de trainer-coach. “In Nederland vindt men dat je tot de middelmaat moet behoren. Dat vind ik niet. Ik leg me er ook niet bij neer. Het nationale team heeft met de zilveren medaille van Barcelona bewezen dat een professionele aanpak succes oplevert.”