'Tot de middelmaat behoren, daar leggen wij ons niet bij neer'

In de topsport streeft iedereen het hoogste na, een landskampioenschap en internationaal aanzien. Op heel verschillende manieren proberen verenigingen de top te bereiken. Bij Goba (basketbal) gebeurt dat op orthodoxe wijze. Een gulle geldschieter heeft de financiën beschikbaar gesteld om een aantal toppers aan te trekken. De spelers van Alcom Capelle (volleybal) zijn ondergebracht in een stichting die ze betaalt en voor halve dagen detacheert bij bedrijven. Quintus en Westlandia (handbal) zijn een samenwerkingsverband aangegaan en zullen met twee gezamenlijke teams in de competitie uitkomen.

Drie voorbeelden van clubs die hogerop willen.

De onderlinge rivaliteit tussen de beide handbalverenigingen uit het Westland is diep geworteld. “Als een speler van Quintus naar Westlandia verkaste, was dat voorpaginanieuws in de regio”, zegt Jos Reincke, bestuurslid van het Naaldwijkse Westlandia. “De meerderheid van onze leden had zoiets van: 'Wat gaat er gebeuren met m'n cluppie?' Logisch, de mensen in het Westland zijn zeer dorps- en clubgebonden. Intensieve samenwerking met de aartsrivaal? Velen vreesden voor de eigen identiteit van de vereniging”, zegt Toon Kleyberg van Quintus uit Kwintsheul.

Het is even wennen maar sinds enkele maanden zijn de handbalrivalen partners. Na een serie oriënterende gesprekken, uitgebreide info-avonden voor de verontruste achterban en stormachtige vergaderingen besloten Quintus en Westlandia dit voorjaar de handen ineen te slaan. Onder de naam HC Westland treden komend seizoen twee gezamenlijke vrouwenteams aan: in de eredivisie het eerste, in de eerste divisie het tweede.

Van een fusie is geen sprake, benadrukken Reincke en Kleyberg. “HC Westland is een federatief samenwerkingsverband, ondergebracht in een stichting en is dus geen zelfstandige vereniging. De onafhankelijke positie van Quintus en Westlandia is niet in het geding. Zo blijven de speelsters lid van hun eigen club”, verklaart Kleyberg, die behalve Quintus-bestuurslid is ook de stichting voorzit. De bundeling van krachten geldt voor een periode van twee jaar, met een optie voor nog een seizoen. Vier geldschieters hebben financiële steun toegezegd.

De aanzet tot de samenwerking is ingegeven door de 'sportieve nood'. Beide willen hogerop maar zagen zich bij gebrek aan financiële middelen geremd in hun sportieve ambities. “De dames van Quintus schoten in de eredivisie de afgelopen jaren telkens te kort voor de eerste plek. Er moest iets gebeuren”, zegt Kleyberg. Hetzelfde geldt voor de vrouwen van Westlandia een klasse lager. “Door blessures werd drie keer op rij verloren waardoor ze plots kansloos waren voor promotie. De speelsters wilden hogerop maar dan wel met Westlandia. Aanbiedingen van andere clubs sloegen ze af”, blikt Reincke terug. “We moesten iets ondernemen anders hadden vele speelsters de club verlaten. Dan was het over en uit geweest.”

Sportieve nood breekt Westlandse handbalwetten. De toenadering geschiedde op initiatief van Quintus. Een soortgelijk federatief samenwerkingsverband tussen twee Arnhemse handbalverenigingen diende als voorbeeld voor de ambitieuze bestuurders. Prompt werd de vroegere coach van de Gelderse handbalcoalitie binnengehaald, de Veenendaler Sjors Röttger. Kleyberg: “Een trainer met ervaring op het gebied van het samenvoegen van twee speelstijlen. Bovendien iemand die nooit betrokken is geweest bij een van beide verenigingen en dus acceptabel is voor beide kampen.”

Zowel Kleyberg als Reincke toont zich ingenomen over de nieuwe opzet. De laatste spreekt van een “ideale situatie”, met name voor het tweede team. “Het tweede kan niet promoveren omdat het eerste al in de eredivisie uitkomt. De talenten krijgen daardoor de kans te rijpen. Ze staan niet onder druk. In de luwte kunnen ze gedijen”, meent Reinckes. “Bovendien zijn beide verenigingen nu in alle drie de handbalklassen vertegenwoordigd. Voor ieder wat wils.”

Het doel van de nieuwe formatie in de eredivisie staat voor beide bestuurders buiten kijf. Kleyberg: “We gaan voor het kampioenschap.” Reincke is terughoudender, maar erkent een positie in de top na te jagen. “Anders waren we nooit aan de samenwerking begonnen.”

Of een eventueel succes bij de vrouwen automatisch betekent dat de huidige opzet als blauwdruk kan dienen voor een mogelijk monsterverbond bij de mannen, is twijfelachtig. Bij de mannen ligt het wat gevoeliger, menen Kleyberg en Reincke. “Er is sprake van een duidelijk verschil in niveau tussen de heren van Quintus en Westlandia. Beide teams lopen niet warm voor een samenwerkingsverband. De rivaliteit speelt een belangrijke rol.”