Thuis op de weg

John Brinckerhoff Jackson: A Sense of Place, a Sense of Time 212 blz., geïll., Yale University Press 1994, ƒ 48,95

De Amerikaanse auteur John Brinckerhoff Jackson heeft een missie. “Ik heb mensen vertrouwd willen maken met het hedendaagse Amerikaanse landschap en ze ontvankelijk willen maken voor de buitengewone complexiteit en schoonheid ervan,” zegt hij over zijn werk. J.B. Jackson, voormalig hoogleraar aan Harvard en Berkeley in de geschiedenis van het Amerikaanse landschap, is inmiddels in de tachtig, maar in de tien jaar sinds hij met emeritaat is heeft hij het grootste deel van de veertien essays geschreven die nu zijn verschenen onder de titel A Sense of Place, a Sense of Time.

Onder 'landschap' verstaat Jackson niet alleen de natuur, maar ook alles wat de mens daaraan heeft toegevoegd. Onbevooroordeeld onderzoekt hij juist de banale verschijnselen die het hedendaagse Amerikaanse landschap, like it or not, hebben gemaakt tot wat het nu is. Altijd analytisch, vaak bevlogen, soms poëtisch, nooit meewarig schrijft hij over het uitdijende wegennet, de opkomst van de bestelwagen en het mobile home, de populariteit van het recreatiegebied en de tanende rol van de architectuur.

Terecht constateert Jackson dat zijn landgenoten een ambivalente houding hebben tegenover de stad. In het openbaar belijdt men zijn bezorgdheid over urban sprawl, het eindeloos uitdijen van de stad en de buitenwijken, en wordt de traditionele compactheid van de Europese steden als voorbeeld gesteld. Maar heimelijk verlangt men naar an intensely private nonurban existence in een klein huisje op het platteland. Dat verklaart volgens Jackson het feit dat zelfs in de armste buurten de huizen nog altijd vrijstaand, ieder op het eigen stukje grond worden gebouwd. Geen wonder, zegt hij, dat het de Amerikaanse steden aan een sense of place ontbreekt.

J.B. Jackson woont zelf in New Mexico, een staat in het zuidwesten waar de rijkdom op een paar plaatsen is geconcentreerd zoals in Taos en Santa Fe. Verder wonen er voornamelijk Indianen en blue-collar workers, “families met inkomens die lager zijn dan het nationale gemiddelde en aantallen kinderen en tweedehands auto's die hoger zijn”. Daar blijken de traditionele woning van modder en stro en het conventionele huis van hout of gasbeton te zijn verdreven door het mobile home, een prefab bouwsel dat per vrachtwagen op het gewenste adres wordt afgeleverd. Er wordt veelal op neergekeken omdat het goedkoop, lelijk en volstrekt onpersoonlijk is, maar dat is een gemakkelijk oordeel dat voorbij gaat aan de werkelijkheid en dat Jackson dus wil bestrijden. “Dit is de meest praktische, betaalbare vorm van huisvesting die we hebben, die zich bovendien uitstekend leent voor een leefwijze die zich steeds wijder verbreidt, zowel in de steden van Amerika als op het platteland.” Het wordt de hoogste tijd, vindt hij, dat architectuurhistorici de mobile home serieus nemen als volkshuisvesting: tenslotte wonen inmiddels dertien miljoen Amerikanen zo.

Jackson is weleens een gebrek aan kritisch onderscheidingsvermogen verweten: hij zou verschijnselen beschrijven maar zich niet uitlaten over hun gevolgen. Inderdaad verlang je soms naar een scheldkannonade over de lelijkheid van het mobile home of de teloorgang van het traditionele dorp of de gelijksoortigheid van de steden. Maar daar is Jackson de man niet naar, het opgeheven vingertje is hem vreemd. Met één opvallende uitzondering: de fundamentalistische natuurliefhebbers, bijvoorbeeld de Sierra Club. Fel zet hij zich af tegen de “anti-stedelijke, anti-technologische, anti-geschiedenis, antrofobische” manier waarop ze de mens als de vijand van de natuur afschilderen. “De huidige schuldbewuste aanbidding van het milieu vind ik een teken van morele en culturele verwarring.” Bovendien talen de meeste Amerikanen helemaal niet naar de wildernis, denkt Jackson. Het recreatiegebied, dát heeft de toekomst. “Open ruimtes met gras, bomen en een kalme waterpartij: in toenemende mate zal dat ons contact met de natuur zijn.”

Symbolen

Veel mensen raken met het klimmen der jaren vooringenomen, maar de hoogbejaarde Jackson heeft nog altijd een frisse en brede blik. Zijn observaties zetten tot denken aan - ook al zijn ze niet allemaal overtuigend. Het hoofdstuk over wegen, bijvoorbeeld met de veelzeggende titel Roads Belong in the Landscape. Amerikanen koesteren nog altijd een diepgewortelde overtuiging dat wegen het dorp moeten dienen, de kleine lokale eenheid, en niet het grotere belang van de staat. De innige relatie tussen Amerikanen en hun auto's ten spijt zouden wegen nog steeds niet als bepalend element van het landschap worden geaccepteerd. “Wegen voeren niet meer louter naar plaatsen, ze zijn zelf plaatsen.” Dit is naar mijn idee al lang een aanvaard idee, maar ondertussen levert dat wel een prachtige alinea op over een fundamentele Amerika-ervaring, de verstilde beweging van de lange nachtelijke autorit:

“De snelweg lijkt zich eindeloos uit te strekken. Af en toe is er een fel verlicht wegrestaurant en de lichten van een voorbijgereden stadje. Rijen vrachtwagens brengen de nacht door op parkeerplaatsen langs de weg. Met de uren eenzaam reizen ontstaat een stemming van introspectie. Een geliefde episode in romans en films en tv-programma's die zich in het hart van Amerika afspelen, is die eenzame rit door het nachtelijke landschap: een gelegenheid om aan andere tijden te denken. Je denkt terug aan je verleden, je denkt aan je werk, aan je bestemming en aan hen die je hebt achtergelaten. Het dashboard laat je zien hoe snel je rijdt, vertelt je de tijd en hoe veel mijl je nog moet rijden. The sameness of the American landscape overwhelms and liberates you from any sense of place.”

De bevrijding van de genius loci: daarover gaat het titelessay waarmee Jackson zijn boek afsluit. In een land waar de steden sterk op elkaar lijken en de ruimten ertussen zo uitgestrekt zijn bestaat zoiets als een sense of place eigenlijk niet. Binding met je omgeving is volgens Jackson louter een kwestie van herkenning, van gewoonte. Bepalender voor de Amerikaanse samenleving is een sense of time, het gezamenlijk beleven van een gebeurtenis. De optocht heeft meer betekenis dan de straat waar die doorheen trekt, de verkeersstroom meer dan de wegen en de gebouwen, het sportevenement meer dan de arena, de kermis meer dan het parkeerterrein of het weiland.

In ontwerperskringen zullen J.B. Jacksons ideeën niet populair zijn. De verschijnselen die volgens hem het aanzien van het Amerikaanse landschap bepalen, onttrekken zich veelal aan de bemoeienis van architecten en stedebouwkundigen. Maar ik denk dat hij - voor Amerika - gelijk heeft als hij schrijft, dat het niet meer de gebouwen zijn die ons het gevoel geven bij een bepaalde stad of een bepaald land te horen. Het zijn eerder de wegen dan de gebouwen die het landschap van belangrijke symbolen voorzien. In het landschap van flyovers en verplaatsbare prefab-woningen zijn gebouwen geen bakens meer, maar onderdeel van het voorbijrollende decor.