Staakt-het-vuren in Algerije nog even niet aan de orde; FIS gaat keihard onderhandelen

Het FIS (het Front van Islamitische Redding) is van plan de onderhandelingen met de Algerijnse overheid keihard te voeren. Dat wordt duidelijk uit de officiële verklaringen van zijn leiders en woordvoerders. Aan de ene kant begroeten zij de vrijlating van de FIS-leiders uit de militaire gevangenis van Blida. Maar aan de andere kant stellen zij met grote nadruk dat dit slechts een eerste noodzakelijke stap is van de overheid, die gevolgd moet worden door een reeks andere concessies.

Goed ingevoerde waarnemers in Algiers denken dat de komende onderhandelingen heel goed kunnen uitmonden in een staakt-het-vuren tussen de twee vijandelijke kampen. Zij achten het zelfs niet onwaarschijnlijk dat de GIA (de Gewapende Islamitische Groep) na heftig tegensputteren zo'n bestand de facto aanvaardt, als Madani hen kan ervan overtuigen dat daarmee de eindzege van de Strijders Gods wordt ingeluid.

Maar zij betwijfelen of het uiteindelijk tot de door president Liamine Zéroual nagestreefde machtsdeling komt. Want de president beoogt in feite hetzelfde als Chadli Benjedid, zijn in januari 1992 afgezette voorganger. Chadli was van oordeel dat de generaals en kolonels (de werkelijke machthebbers in Algerije) heel goed zouden kunnen leven met een machtsdeling, die een soort cohabitatie zou moeten zijn, naar het voorbeeld van Frankrijk. Het FIS is echter absoluut niet van plan die weg op te gaan en de macht te delen met “de illegale machthebbers”. Dat zou in strijd zijn met al zijn principes om van Algerije “een geciviliseerde staat te maken, gebaseerd op de beginselen van de islam”.

Het FIS heeft dan ook het woord 'staakt-het-vuren' voorlopig uit zijn publieke vocabulaire geschrapt. De hoogste leider van het FIS, Abassi Madani, die eind augustus deze mogelijkheid opperde, is door zijn collega's teruggefloten. Sjeik Abdelbaki Sahrawi, één van de mede-oprichters van het FIS die in Parijs als imam (prediker) zijn werk doet en op wonderlijke wijze vrijelijk de ideeën van het FIS kan verspreiden, liet gisteren in een communiqué weten dat het overbrengen van de FIS-leiders Abassi Madani en Ali Belhadj naar een staatsvilla (conform de behandeling die de hoogste ambtenaren van de staat genieten) “niet anders is dan de overbrenging van de ene gevangenis naar de andere”. Bovendien deelde hij mee dat de onderhandelingen met de overheid op bilateraal niveau moeten worden gehouden - met uitsluiting dus van de overige oppositiepartijen, waarmee de president sinds medio augustus opnieuw een officiële dialoog is aangegaan. Want het FIS gaat ervan uit dat het de echte vertegenwoordiger is van het Algerijnse volk. Sjeik Sahrawi, die in Algerije geen enkel politiek gewicht heeft en daar zelfs wordt beschouwd als een Frans agent, geeft bijna altijd nauwgezet de ideeën weer van Abassi Madani.

Eind augustus stelde Madani in twee aan president Zéroual gerichte brieven een 'plan' voor dat zes eisen bevatte om aan de burgeroorlog een eind te maken: de benoeming van “een neutrale regering totdat verkiezingen een legitieme regering aan de macht brengen”; het opnieuw legaliseren van het FIS als politieke partij en de intrekking van het decreet van april 1992 dat het FIS tot een illegale partij bestempelde; opheffing van de in februari 1992 geproclameerde staat van beleg; een algemene amnestie voor alle politieke veroordeelden en gevangenen (volgens het FIS meer dan 30.000 man); het onmiddellijk staken van alle justitiële procedures (met inbegrip van verzoeken tot opsporing) tegen de aanhangers van de radicaal-islamitische groeperingen; het terugroepen van leger en politie naar hun kazernes.

Het FIS handhaaft in feite onverkort dit plan, maar 'verhelderde' dat twee dagen geleden met de mededeling dat “elk akkoord met de machthebbers dat niet is goedgekeurd door de moudjahedin (de strijders), de instanties van het FIS en zijn politieke militanten, van nul en generlei waarde wordt verklaard”. Daarmee werden twee nieuwe eisen aan het eerdere pakket toegevoegd: de majlis-el-choura (het door Madani gecreëerde 'parlement' van het FIS en als zodanig de hoogste beleidsinstantie van het FIS, bestaande uit veertig man) moet eerst bijeenkomen en zijn fiat geven aan het principe-besluit van de FIS-leiders om onderhandelingen met de overheid te voeren. Inwilliging van deze eis zou aantonen dat het FIS weer de facto gelegaliseerd is; de FIS-leiders moeten de mogelijkheid krijgen om vrijuit met de leiders van de gewapende groeperingen overleg te plegen.

Daarnaast stelt het FIS dat de overheid als eerste alle geweld tegen en de martelingen van de islamitische gewapende strijders moet staken, waarmee de zaken worden omgedraaid. Want president Zéroual wilde een belofte vooraf van het FIS dat zijn strijders alle geweld zouden staken. Nu echter zouden de islamitische gewapende groepen pas hun aanvallen kunnen staken, nadat de strijdkrachten van de overheid dat hebben gedaan.

Het FIS moet zijn eisen zo hoog mogelijk opschroeven - niet alleen uit overwegingen van onderhandelingstactiek, maar nog meer om zijn concurrent, de GIA, over de streep te trekken. De leider van de GIA, Abu Abdallah Ahmed, heeft deze week in een communiqué dat door de in Londen uitgegeven Saoedische krant Al Hayat werd verspreid, opnieuw “elke verzoening, elk staakt-het-vuren en elke dialoog met de afvalligen die nu aan de macht zijn” afgewezen. Het heersende regime heeft volgens de GIA-leider “de sharia (de islamitische wet) verloochend (...) en dialoog met een afvallige betekent erkenning, waardoor men zelf een afvallige wordt”. Bovendien, zo vervolgt het communiqué, “zou van onze kant een gesprek met de regering over politieke zaken inhouden dat wij met onze overtuiging en onze godsdienst sjoemelen - wat in strijd is met de sharia.”

“Als wij de dialoog aanvaarden, zou dat betekenen dat de offers die werden gebracht en het bloed dat voor God werd vergoten, ten dienste worden gesteld van de democratie. Wij wijzen de democratie en haar vertegenwoordigers totaal af. We kunnen toch niet voor een deel-oplossing alles verkwanselen.”

Die overtuiging wordt door velen in het FIS gedeeld, hoewel de Profeet Mohammed in eigen persoon wapenstilstanden sloot met de ongelovigen en de Koran daarover bericht. De FIS-leiders en een deel van de ulama (de geestelijkheid) zouden daarover in een onderlinge discussie klaarheid kunnen brengen.

Als dat gebeurt, kunnen president Zéroual en zijn collega's alleen maar op de thans ingeslagen weg doorgaan, die door velen als capitulatie wordt gezien. Vandaar de paniek die de Westers opgeleiden en -gezinden nu bevangt. Redha Malek, die een paar maanden geleden door Zéroual als premier werd afgezet omdat hij het oneens was met zijn politiek, liet gisteren via de Algerijnse pers weten, dat “na elke concesssie de situatie slechter wordt en uiteindelijk uit de hand loopt”.

Met name de journalisten van de anti-FIS-gezinde kranten Le Matin, El Watan en Liberté zijn radeloos. Zij werden op 25 augustus door het AIS, de gewapende arm van het FIS, met de dood bedreigd als zij hun redactielokalen in het perscentrum zouden betreden. Tientallen zijn al vermoord, honderden gevlucht, en voor de overigen is er geen toekomst. De redactie van El Watan beraadt zich dan ook om gezamenlijk een vliegtuig naar Frankrijk te nemen en bij vertrek op de luchthaven van Algiers een spandoek uit te rollen met de tekst: “Houden jullie je land maar”.