Schalken staat graag 'cool' op de baan, zoals Ivan Lendl

Met zijn zege bij de US Open was Sjeng Schalken vorige week de eerste Nederlandse tennisser die een Grand-Slamtitel voor junioren won. De 18-jarige Schalken woont in België, traint in Valkenswaard en speelt regelmatig in verre oorden.

VALKENSWAARD, 17 SEPT. Het geijkte beeld van een verwend tennistalent dat op de voet wordt gevolgd door twee bemoeizuchtige ouders past niet bij Sjeng Schalken. Op het eerste gezicht lijkt deze lange, blonde krullebol geen moederskindje. Bovendien hebben zijn ouders zich nauwelijks met de sportieve opvoeding bemoeid. Zij hebben genoeg te stellen met hun drie andere kinderen. Sjeng, de oudste, werd tot voor kort veelvuldig bijgestaan door zijn opa. Met zijn oma al breiend langs de baseline.

Maar op deze kille najaarsdag wordt Schalken vergezeld door zijn moeder. Zij is de chauffeur. Haar zoon weet alles van auto's, maar heeft nog geen rijbewijs. “Ik heb gewoon de tijd niet om te lessen.” Hij laat zich rijden naar Valkenswaard, waar de tennisschool van Henk van Hulst trainingen verzorgt aan jeugdig talent. Ook de nationale topspelers Jacco Eltingh en Paul Haarhuis zijn regelmatig te gast op het grote, ongezellige sportcentrum. Schalken komt er al zes jaar en is een groot bewonderaar van Van Hulst. “Als ik in het buitenland zit, bel ik hem een keer per week. Zeg ik: 'Dat gaat niet goed en dat niet'. Hij denkt er vervolgens een dagje over na en komt altijd met het juiste antwoord.”

“Henk is mij op het goede spoor aan het zetten. Hij heeft de basis erin geslepen. De basis, dat is je voetenwerk en je mentaliteit. Een goede bal slaan kunnen de meesten wel. Voordat ik hier kwam wist ik helemaal niet dat voetenwerk bestond. Het leek nergens naar. Ik dacht dat het niets uitmaakte hoe je je over de baan beweegt. Nu is het een automatisme, weet ik precies wat ik moet doen. Kleine stapjes, ja.”

Op de bijbanen van Flushing Meadow kon Schalken zijn favoriete tennis spelen. De Amerikaanse hard court-banen zijn sneller dan het gravel op Roland Garros en trager dan het gras op Wimbledon. Ideaal voor het aanvallende baselinespel van de Limburger, die zowel in Parijs als in Londen door de latere winnaar werd uitgeschakeld. Volgens jeugdbegeleider Fred Hemmes, die in New York toekeek, voelde de 1.93 meter lange Schalken zich in New York snel thuis op de voor hem vreemde ondergrond. “Hij heeft de lengte om veel naar het net te gaan en daar heeft hij goed op geanticipeerd.” Schalken: “Als je op hard court een winner slaat, komt de tegenstander er niet meer bij. Het vervelende is dat alles pijn doet. Je hoort je hele lichaam kraken als je op hard court speelt.”

Vanaf zijn derde jaar houdt Schalken een racket vast. Urenlang stond hij balletjes te slaan tegen het muurtje van de verbouwde boerderij van zijn ouders. Connors en McEnroe waren zijn denkbeeldige tegenstanders. Hij gunde zich nooit de tijd om een tennisfinale op tv te volgen. “Daar leer je niet zo veel van. Je kunt het beter zelf uitproberen.” Ivan Lendl is zijn grote voorbeeld. “Ik heb nog nooit tegen hem gespeeld, hem nog nooit ontmoet zelfs. Maar ik houd er wel van om heel cool op de baan te staan, hoewel het misschien saai is voor de toeschouwers. Als ik mezelf op de video zie vloeken, schaam ik me rot. Ik gooi ook wel eens met mijn racket, maar ik vind dat je het eigenlijk niet kunt maken.”

Hemmes is optimistisch over de tennistoekomst van zijn pupil. “Hij zit mentaal behoorlijk goed in elkaar. Niet alleen buiten de baan. Hij heeft vaak snel in de gaten wat hij moet doen tijdens een partij. En hij is leergierig.” De coach van de tennisbond staat niet alleen in zijn oordeel. Henk van Hulst betitelde Schalken als “mijn prettigste student”.

Hemmes is in het algemeen zeer te spreken over de samenwerking tussen de privé-trainers en de tennisbond. “Sjeng wordt heel goed begeleid, wat een van de voorwaarden is om de top te halen. Dat hij zijn HAVO heeft afgemaakt, werkt alleen maar in zijn voordeel. De bovenkamer moet ook goed ontwikkeld zijn. Dan kun je de stress op de baan beter verwerken.”

Schalken toonde zich op de HAVO een goede leerling. Binnen vijf jaar had hij zijn diploma. “Ik had ook wel voor het Atheneum kunnen kiezen, maar dan was er nog minder van het tennis terecht gekomen. Toen ik de keuze moest maken, had ik al een beetje in de gaten dat ik met tennis misschien wel veel zou kunnen bereiken.” Het aantal trainingsuren liep drastisch terug tijdens zijn schoolperiode. “Ik oefende nog maar drie keer drie uur per week, terwijl andere jongens elke dag op de baan stonden.”

Inmiddels is hij de schade aan het inhalen en traint hij dagelijks wanneer geen toernooi op het programma staat. Schalken is een voorbeeld van de Nederlandse tennisopleiding, die de talenten langzaam wil klaarstomen voor het grote werk. Hemmes: “In onze visie staat het plezier in tennis voorop. En ze moeten tegenwoordig allround worden opgeleid. Dat kost nu eenmaal meer tijd.”

Tijd heeft Schalken nog voldoende, de meeste toppers zijn de twintig ruim gepasseerd. Zelf heeft hij zich geen specifiek doel gesteld. Hij wil gewoon zijn spel verbeteren, zijn forehand is bijvoorbeeld nog niet vast genoeg. Droomt hij wel eens van het vele geld dat in het proftennis te verdienen is? “Ik droom niet zo veel. Ik slaap liever. Ik ben namelijk een lui beest.” Het vele reizen, de grote wereldsteden die hij de laatste maanden aandoet, het doet hem vrij weinig. “Ik blijf het liefst bij mijn ouders wonen, lekker rustig op de boerderij.”