Onze man in Brussel

WIE MAG ER voor Nederland naar Brussel? In enkele weken tijd is de vraag wie de nationale kandidaat wordt voor de nieuwe Europese Commissie uitgegroeid tot een heuse binnenlands politieke kwestie. Elke zichzelf respecterende politicus heeft er reeds een opvatting over geventileerd, maar bovenal is er geclaimd. Er was zelfs een ingelaste persconferentie van de minister van buitenlandse zaken voor nodig om enige orde in de chaos te scheppen.

Bij gelegenheden waar aan de orde was òf Nederland een kandidaat mocht leveren zijn de afgelopen tijd gevoelige nederlagen geleden. Het rijtje voorzitterschap Europese Commissie, IMF, Oost-Europabank, FAO is wat dat betreft even bekend als traumatisch. Dat de Nederlandse regering op het terrein van internationale kandidaatstellingen voorzichtiger is geworden en bij voorbeeld niemand voor de post van secretaris-generaal van de NAVO naar voren heeft geschoven is daarom begrijpelijk.

Wat vast staat is dat Nederland, zoals elke EG-lidstaat, een kandidaat mag leveren voor de Europese Commissie. In die zin wordt niet opnieuw het risico van een publieke afwijzing gelopen. Waar het wel om gaat is het gewicht van de portefeuille die straks aan een Nederlandse commissaris wordt toebedeeld. Dan is wel degelijk het internationale aanzien in het geding. De wijze waarop thans in het openbaar wordt gedelibereerd over de nationale kandidaat draagt niet bij aan een goede afloop.

DE POSITIE DIE de Nederlandse commissaris Van den Broek op dit moment in de Europese Commissie bekleedt, is er een met een geschiedenis. Het eerste jaar dat de voormalige minister van buitenlandse zaken de portefeuille internationale betrekkingen beheerde, viel hij vooral op als iemand die permanent bezig was zijn terrein af te bakenen. Er waren bij hem dan ook verwachtingen gewekt, hoewel nooit duidelijk is geworden door wie dan wel. In elk geval verliet Van den Broek het kabinet voortijdig omdat zijn persoon in Brussel garant stond voor een zware portefeuille. Dat althans was destijds de verklaring van minister-president Lubbers. Een verwachting die achteraf vooral voor binnenlands politiek gebruik bestemd leek. Het vice-voorziterschap van de Europese Commissie werd Van den Broek onthouden, terwijl op de inhoudelijke aspecten van de post buitenlandse betrekkingen veel viel af te dingen.

DE OPSTELLING van de huidige Nederlandse regering doet tegen deze achtergrond dan ook enigszins vreemd aan. Bij zijn bezoek begin deze maand aan Den Haag kreeg de aanstaande voorzitter van de Commissie, J. Santer, te horen dat Nederland streefde naar een prolongatie van het commissariaat van Van den Broek, mits de post buitenlandse betrekkingen niet zou worden uitgekleed. Dit is een reële mogelijkheid nu in verband met de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie het aantal commissarissen per 1 januari aanstaande wordt uitgebreid van 17 naar 21. Maar los daarvan is de post van Van den Broek nu al een veel minder zware dan indertijd de verwachting was. En dan dringt de vraag zich op wat nu precies het Nederlandse belang van dit commissariaat is.

Voor zover er al sprake is van nationale belangen - het blijft paradoxaal bij een Europese Commissie - liggen die meer op het terrein van landbouw en transport, de tweede optie van de Nederlandse regering. Maar ook hier is de concurrentie van andere landen aanzienlijk. Wat zich thans wreekt is de gang van zaken rond het voorzitterschap van de Europese Commissie. Reeds lang voor de Europese top op het Griekse eiland Korfoe was duidelijk dat de Nederlandse kandidaat in de persoon van demissionair premier Lubbers op onvoldoende steun kon rekenen. Het alles-of-nietsspel waar Nederland toen desondanks voor koos, heeft ertoe geleid dat een voortijdig terugtrekken van de kandidatuur niet kon worden 'uitonderhandeld'. Het gevolg is dat Nederland nu bij de onderhandelingen over de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie met lege handen staat.

WAAR HET NU op aankomt is subtiel optreden van de Nederlandse regering. Dat is niet gebaat bij pleidooien van Nederlandse volksvertegenwoordigers waarbij onder de noemer van nationaal belang partijgenoten worden gepousseerd. De Nederlandse regering heeft van het drama van Korfoe blijkbaar geleerd en stelt zich meer bescheiden op. Nu de parlementariërs nog.