Ontwerp voor een nuttige epidemie

Eerst is er een gevaar en dan zoeken mensen daar bescherming tegen. Er valt een gat in de ozonlaag en op zonnige dagen zetten de badgasten strooien hoeden op, houden zich grotendeels bedekt en smeren hun bloot in met factor 25. Of de een zich indekt tegen zonnebrand of niet maakt voor een ander niets uit.

In de buurt zijn inbrekers gesignaleerd. Sommige bewoners barricaderen zich alvast met rolluiken en stalen hekken. Maar daarmee verwijzen ze de dieven rechtstreeks door naar de buren: 'Pak mij niet, pak een ander.' Er ontstaat een beveiligingswedloop, weliswaar door de dieven uitgelokt, maar vervolgens door de bewoners aan elkaar opgedrongen. Wie daarin achterblijft maakt zich tot weerloos mikpunt van de inbrekers. De weerbaarheid van de een verhoogt de kwetsbaarheid van de ander.

Wordt bekend dat er anti-vries in de witte wijn zit, hoestmiddel in het kalfsvlees en geslachtshormoon in het varkensvlees, dan kopen de mensen liever iets anders en die kopersstaking helpt soms: er komen reglementen, kwaliteitscontroles en garanties. In dit geval versterkt de zelfbescherming van de een de veiligheid van de ander, want hoe sneller de vraag inzakt hoe meer reden de aanbieders hebben om hun produkt te zuiveren.

Moeilijker wordt het als de verontreiniging niet in iets maar zo'n beetje in alles zit. Insektenverdelgers zoals DDT kwamen in het water terecht en werden daar door kleine organismen opgenomen, hoopten zich vervolgens op in het vetweefsel van grotere vissen en zo verder door de voetselketen tot aan de allerhoogste soort, de soort die wel eet maar niet gegeten wordt: de mens. De DDT werd aangetroffen in vruchtwater en moedermelk. Uit eigen beweging was die gifstof nauwelijks nog te vermijden, daarvoor was ze al te ver verbreid. Zelfs staatsbemoeienis hielp niet meer, want de besmette vissen zwommen onder de grenzen door en een wereldwijd akkoord was nodig om van die verontreiniging af te komen. Blijkbaar zijn er bedreigingen die tot samenwerking aanzetten.

Daar zouden er meer van moeten zijn.

In de VS woedt een discussie over de ziekteverzekering. Het gaat erom of ook de armste Amerikanen, die zelf geen premie kunnen betalen, in het stelsel moeten worden opgenomen op kosten van de rest van de bevolking. Nu is de binnenlandse politiek van de VS beter te begrijpen uit de allereerste regel van de ongeschreven grondwet: als een zwart kind er maar geen snoep van koopt. Elke maatregel die dit schrikbeeld naderbij brengt wordt prompt afgestemd, dus ook elke hervorming die de openbare gezondheidszorg daar zou kunnen uittillen boven het huidige Derde-wereldpeil.

Dat komt omdat de grote meerderheid van de Amerikanen wel jammert en klaagt over de grote minderheid, maar er eigenlijk niet veel last van heeft, niet genoeg. Als in de binnensteden een criminele chaos heerst, barricadeert de rest van de bevolking zich in de buitenwijken en onttrekt zich aan het gevaar. Als in de oude wijken de mensen lijden aan ouderwetse ziektes, lopen de bewoners van de gegoede buurten daardoor nauwelijks meer risico. Kortom, de armen in Amerika zijn voor de rijken niet gevaarlijk genoeg. Dus loont het niet om hun omstandigheden te verbeteren.

Dat was wel anders in tijden van de cholera. Die sloeg het eerst toe onder de paupers, maar bedreigde ook de welgestelden. Men dacht indertijd - ten onrechte - dat die ziekte zich verbreidde door kwade dampen die in vuilnis en afvalwater werden uitgewasemd. Geen stadsbewoner kon zich daaraan onttrekken, meenden de geleerden, en dus moesten krotten worden opgeruimd, moest schoon drinkwater worden aangevoerd en het afvalwater prompt worden afgevoerd, moesten schone, lichte en frisse woningen worden neergezet.

Op de verkeerde gronden werden de juiste maatregelen genomen en geen hervorming heeft zoveel bijgedragen aan de verbetering van de volksgezondheid.

De tegenwoordige epidemieën zijn lang zo nuttig niet. Tegen AIDS kunnen mensen zich individueel beschermen: wees kuis, althans oligogaam, althans goed ingepakt en slik of rook in plaats van te spuiten. Het HIV-virus inspireert niet tot radicale, collectieve hervormingen. Er is een betere bedreiging nodig. Er dient onverwijld een nieuw gevaar te worden ontworpen dat rijke mensen waar ook ter wereld banger maakt voor de armen overal op aarde.

Het ontwerpen van gevaren is niets nieuws. De dreiging met hel en verdoemenis moest rijken bewegen om zich het lot der armen aan te trekken. Het dreigement heeft nooit erg goed gewerkt en tegenwoordig pakt het helemaal niet meer, maar het was tenminste goed geprobeerd.

In tijden van oorlogsdreiging werd hard gewerkt aan de ontwikkeling van strijdgassen en smetstoffen die de vijand massaal buiten gevecht konden stellen. De specialisten in chemische en bacteriologische oorlogvoering worden nu afgedankt en hun kostbare kennis dreigt teloor te gaan. Maar hun expertise is nog steeds dringend nodig. Er moet een epidemie ontwikkeld worden die arme mensen gevaarlijk maakt voor rijke mensen.

Zodra ergens het levenspeil schrikbarend daalt, de mensen honger lijden en dakloos worden, beginnen zij een damp uit te wasemen die zich in de atmosfeer verbreidt en overal ter wereld de bevolking tot stikkens toe benauwt.

Dat moet te realiseren zijn met genethische manipulatie.

Waar deze gifstof, culpa, ook maar in minieme concentraties in het milieu wordt aangetroffen grijpt de verontrusting om zich heen. Niemand kan zich daar afzonderlijk tegen beveiligen. De enige oplossing is om die verre, vreemde armen te spijzen en ze te huisvesten op kosten van het algemeen.

Een nieuwe plaag die de mensheid zal teisteren, daar is al vaker om gevraagd.