Niet voorbereid op Barbarossa

John Erickson and David Dilks (red.): Barbarossa. The Axis and the Allies 287 blz., geïll., Edinburgh University Press 1994, ƒ 82,25

In de vroege morgen van 22 juni 1941 ontbood Hitlers minister van buitenlandse zaken Joachim von Ribbentrop de Sovjet-ambassadeur in Berlijn. Hij deelde hem mee dat zijn land zich gedwongen had gezien de vijandelijkheden en provocaties van de Sovjet-Unie te beantwoorden met militaire tegenmaatregelen. Diezelfde ochtend was een Duits leger van ruim drie miljoen man onaangekondigd de op niets voorbereide Sovjet-Unie binnengevallen. De grootste veldtocht uit de wereldgeschiedenis was begonnen.

De uitvoering van aanvalsplan 'Barbarossa' maakte een einde aan een samenwerking tussen beide landen van bijna twee jaar. Ribbentrop zelf had aan de wieg van de goede relatie gestaan. Op 23 augustus 1939 had hij met zijn Sovjet-collega Molotov in Moskou een niet-aanvalsverdrag gesloten.

Toen de Sovjet-ambassadeur opstapte, liep Ribbentrop verbazend genoeg achter hem aan. Hij wilde nog kwijt dat hij zich persoonlijk tegen het besluit van de Führer had uitgesproken en het als een daad van 'Wahnsinn' beschouwde. “Maak in Moskou bekend dat ik tegen deze invasie was”, waren zijn woorden.

De informatie, afkomstig van de tolk van de Berlijnse Sovjet-ambassade Valentin Berezjkov, klinkt geloofwaardig. In zijn bijdrage aan de hier besproken bundel maakt Geoffrey Waddington duidelijk dat Ribbentrop het pact van 1939 zag als een regeling van de verhouding tussen beide imperia voor de lange duur. Mogelijk besefte hij dat de oorlog tegen de Sovjet-Unie niet te winnen was en dacht hij bij zijn ongebruikelijke optreden jegens de Sovjet-ambassadeur, zoals Berezjkov suggereert, al aan zijn verdediging in het geval hij ooit zou worden berecht. Dit neemt niet weg dat hij de politiek van zijn Führer loyaal bleef uitvoeren en na afloop van de oorlog wegens oorlogsmisdaden werd terechtgesteld.

Naïeve gedachte

Wie ook in het niet-aanvalsverdrag van augustus 1939 geloofde was Stalin. Ondanks allerlei waarschuwingen deed hij het uiterste om Duitsland niet te 'provoceren'. Daardoor had het Sovjet-leger geen antwoord op de invasie. De in recente publikaties naar voren gebrachte visie dat Stalin zelf een aanval voorbereidde, wordt door Andrej Mertsalov en Dmitri Volkogonov in hun bijdragen van de hand gewezen. Wel had Stalin de naïeve gedachte dat, mocht het tegen de verwachting in tot een Duitse aanval komen, het Sovjet-leger snel op vijandelijk gebied in het offensief zou kunnen gaan.

Niet alleen Stalin zag de Duitse aanval niet aankomen. Harry Hinsley laat zien dat het tot drie weken tevoren ook tot de Britse inlichtingendienst, en dus ook de Britse regering, niet was doorgedrongen dat Hitler een invasie in de Sovjet-Unie in de zin had.

Zelfs nog na het begin daarvan had het Sovjet-leger de instructie niet op 'provocaties' in te gaan. Zo werd direct een groot deel van de Sovjet-luchtmacht uitgeschakeld. Het Duitse leger rukte snel op, ten koste van gigantische verliezen aan de andere kant. Een uitgestrekt gebied met een bevolking van vele miljoenen werd bezet. 'Stalins fouten, die het totalitaire systeem verpersoonlijkten, eisten miljoenen Sovjet-mensenlevens', aldus Volkogonov. Het waren ook de fouten van de mensen om hem heen, met hun blinde volgzaamheid.

Hitlers fouten waren niet minder fataal. Hij dacht de Sovjet-Unie in een Blitzkrieg van ten hoogste vijf maanden te verslaan, maar faalde. De slag bij Stalingrad wordt vaak als het keerpunt in de oorlog gezien. In feite was het al eind 1941 met het mislukken van operatie Taifun om Moskou in te nemen bekeken, legt Bundeswehr-generaal Klaus Reinhardt in de bundel uit. De oorlog werd nu een langdurige geschiedenis, en daarvoor ontbraken Duitsland de middelen. “Eind 1941 was de kwestie niet langer of Duitsland zou worden verslagen, alleen wanneer het zou worden verslagen”, vat Mertsalov (die zelf bij Moskou, Stalingrad en Koersk heeft gevochten) samen.

Barbarossa maakte Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie tot bondgenoten, maar niet van harte. Churchill mag dan hebben gezegd dat hij, als Hitler de hel zou binnenvallen, zelfs met de duivel zou samenwerken, in de praktijk verliep de samenwerking met de Sovjet-Unie uiterst moeizaam. Het wederzijds wantrouwen was groot, toont Gabriel Gorodetski aan. De Britten meenden dat de Russen uiterlijk een paar weken tegen de Duitsers zouden standhouden, terwijl Stalin de Britten ervan verdacht het met Duitsland op een akkoordje te willen gooien. Gelukkig werd de alliantie spoedig versterkt met de Amerikanen.

De Duitsers moesten het in de oorlog tegen de Sovjet-Unie daarentegen zonder de Japanners als bondgenoot stellen, zodat de Russen een twee-frontenoorlog bespaard bleef. John Chapman zet in een omslachtig artikel met een vracht aan geleerde noten (23 van de 57 bladzijden) uiteen hoe Japan zijn expansiedrang in zuidelijke richting uitleefde en tegenover de Sovjet-Unie neutraal bleef.

Barbaarsheid

De oorlog was ongekend smerig. Niet alleen de SS, ook het reguliere Duitse leger, de Wehrmacht, ging overeenkomstig de directieven gruwelijk te keer op bezet Sovjet-gebied. Het was een Vernichtungskampf, een Rassenkampf tegen de 'joods-bolsjewistische' vijand in het bijzonder en de Slavische Untermensch in het algemeen. Deze barbaarsheid kan niet alleen worden verklaard als uitvloeisel van het nazisme, meent Klaus-Jürgen Müller. Traditioneel antisemitisme, antislavisme en antibolsjewisme bij de Duitsers speelden ook een rol. Vooral te lijden hadden de krijgsgevangenen; vier op de vijf kwamen volgens een schatting om.

Het totale aantal Sovjet-slachtoffers wordt tegenwoordig op 26 à 27 miljoen geschat, de 'bevolkingsverliezen' (inclusief de als gevolg van de oorlog niet geboren kinderen) op 47 à 48 miljoen. Het was een demografische ramp waarvan de gevolgen in Rusland nog steeds voelbaar zijn. John Erickson rekent het de lezer in een gedetailleerd artikel voor. Alsof de directe verliezen niet groot genoeg zijn, worden ze soms verward met de indirecte verliezen. Dat gebeurt helaas ook in de flaptekst van de bundel, waar staat dat de Duits-Russische oorlog bijna 49 miljoen mensenlevens eiste.

Een andere tegenstrijdigheid in de bundel betreft de verhouding tussen de Duitse en Russische militaire verliezen aan het oostfront. Volgens Mertsalov sneuvelden daar 2,8 miljoen Duitse soldaten tegenover 14 miljoen Sovjet-soldaten, een verhouding van liefst 1 op 5. Maar hoe is dit te rijmen met het totale aantal militaire verliezen aan Sovjet-zijde van ruim 8,5 miljoen dat Erickson aanhaalt? Elders noemt Erickson voor de Duitsers plus bondgenoten (collaborateurs niet meegeteld) aan het oostfront een militair verliescijfer van 7 miljoen. Wie moet de lezer nu geloven? Het illustreert dat de demografie zeker voor de leek een terrein vol valkuilen is.

Sergej Koedrjasjov behandelt de collaboratie, een onderwerp waarop in Rusland altijd een zwaar taboe heeft gerust. Veel Oekraïeners, Balten en ook Russen hoopten van de Duitse bezetting gebruik te maken om aan de druk van Moskou te ontkomen. Koedrjasjov vindt dat niet te gemakkelijk van een bevrijdingsstrijd tegen de totalitaire dictatuur mag worden gesproken. De omvang van de militaire collaboratie wordt volgens hem in de Westerse historiografie soms overdreven. Er was wel veel collaboratie onder de burgerbevolking, maar die handelde vaak onder dwang van de omstandigheden. Uit ideologische kortzichtigheid hebben de Duitsers er overigens weinig van geprofiteerd.

Goelag-kampen

Enkele schoonheidsfoutjes daargelaten zijn de artikelen in de bundel stuk voor stuk gedegen, boeiend en informatief. Het ligt voor de hand dat niet alle aspecten van de oorlog aan de orde komen, maar één ervan miste ik toch wel: Stalins gelijktijdige oorlog tegen het eigen volk, al vindt Erickson die term overdreven. De Goelag-kampen draaiden tijdens de oorlog tegen de Duitsers gewoon door, hele volkeren werden gedeporteerd, en de overlevende Sovjet-krijgsgevangenen kregen na vrijlating ook nog eens met Stalins terreur te maken. De partizanenstrijd was wreed en bracht gruwelijke wraakacties teweeg. Hoe groot en vaderlands de oorlog ook wordt genoemd, een aanzienlijk deel van de Sovjet-bevolking zag zich belaagd door twee vijanden, een buitenlandse èn een binnenlandse.