Nederland kreunt onder beleidsadvies

Tegenover het station van Leiden staat een glazen kantoorgebouw dat met helblauwe kapitale letters zichzelf afficheert: Research voor Beleid. Het bedrijf is een hedendaags succesverhaal, een radiografie van een groeimarkt in Nederland. Dat is de markt voor beleidsaanbevelingen, waarin commerciële resultaten worden geboekt op kosten van de overheid.

Research voor Beleid heeft zijn opmars te danken aan de pogingen tot afslanking van de overheid in de jaren tachtig. Het bedrijf, in 1980 opgericht door een voormalig ambtenaar van het ministerie van justitie, leeft van overheidsopdrachten: 80 procent van het werk is voor ministeries, vooral Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en voor Sociale Zaken. De overheid besteedt werk uit, bij Research en Beleid werken inmiddels 125 medewerkers aan beleidsevaluaties en verzameling van gegevens.

Zo zijn er veel meer bedrijven die floreren dank zij overheidsopdrachten voor onderzoek. Vaak geleid door ex-ambtenaren, die bij hun vertrek niet alleen opdrachten van hun voormalige werkgever meekregen, maar ook over grondige kennis van het Haagse netwerk en van de subsidiemogelijkheden beschikten. Al die advies- en onderzoeksbureaus leveren aanbevelingen, studies, evaluaties, voorspellingen, inventarisaties en plannen, gebundeld in kloeke rapporten ten behoeve van het overheidsbeleid.

In NRC Handelsblad van 9 september schreef C.S. van Praag, hoofd afdeling rapportage en advies van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat Nederland zich mag verheugen in het bestaan van vier planbureaus: één voor economie, één voor ruimtelijke ordening, één voor milieu en één voor de sociale en culturele sector. Ik neem aan dat hij respectievelijk het Centraal Planbureau, de Rijksplanologische Dienst, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiène en het SCP bedoelt. Van Praag reageerde geïrriteerd op een hoofdartikel (7 september) over het zojuist verschenen Sociaal en Cultureel Rapport 1994 waarin enigzins badinerend werd vastgesteld dat Nederland 'bomvol planbureaus' zit. En dat verwees weer naar een opmerking van VVD-fractieleider Bolkestein, die in het Kamerdebat over de regeringsverklaring had gepleit voor meer dan één Planbureau in Nederland om het monopolie van het CPB op de economische voorspellingen te doorbreken en de onderlinge concurrentie te vergroten.

Dat is een goed idee, maar de werkelijkheid in Nederland is anders. De talrijke instellingen die zich met beleidsadvisering bezig houden, concurreren zonder twijfel om opdrachten binnen te halen, maar niet op kritische inhoud. Het Sociaal en Cultureel Rapport 1994 biedt treffende voorbeelden van het oprukkend 'beleidsrelevant onderzoek' in Nederland. Dit rapport behandelt in zeven hoofdstukken toekomstperspectieven op het gebied van gezondheidszorg, arbeid, sociale zekerheid, wonen, onderwijs, vrije tijd en justitie. Daarbij is gebruik gemaakt van bestaande studies. Wie de literatuurlijsten bij deze hoofdstukken doorneemt, komt een groot aantal onderzoeken tegen die verricht zijn door de succesbranche van particuliere en publieke beleidsadviseurs. Een bloemlezing levert, naast de vier genoemde 'officiële planbureaus', een hele collectie namen op:

Centraal Bureau voor de Statistiek, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Nederlands Instituut voor de Eerstelijnsgezondheidszorg, Nationale Raad voor de Volksgezondheid, Stuurgroep Toekomstscenario's Gezondheidszorg, Ziekenfondsraad (hoofdstuk gezondheidszorg).

Research voor Beleid, Organisatie voor Stratregisch Arbeidsmarktonderzoek, Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (hoofdstuk arbeid).

Stichting Maatschappij en Onderneming, Sociale Verzekeringsraad, Sociaal Economische Raad, Divosa (hoofdstuk sociale zekerheid).

Landbouw Economisch Instituut, Economisch Instituut Bouwnijverheid, Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, Raad voor Advies van de Ruimtelijke Ordening, Research Instituut Gebouwde Omgeving (hoofdstuk wonen).

Adviescentrum Opleidingsvraagstukken, Onderwijscentrum Zeist, Procesmanagement WSNS (weer samen naar school), Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen, Instituut voor Arbeidsmarktvraagstukken (hoofdstuk onderwijs).

Bureau Driessen Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek en Advies, Instituut voor Theateronderzoek, Boekmanstichting, Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme, Stichting Speurwerk betreffende het Boek, Stichting Weg (hoofdstuk vrije tijd en media).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, Van Dijk Van Someren en Partners, Stichting Maatschappij en Politie, Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (hoofdstuk justitie).

Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (slothoofdstuk culturele veranderingen).

Veel van deze instellingen worden in verschillende hoofdstukken aangehaald. Bij deze rudimentaire lijst zijn publikaties van universitaire instituten en van ministeries zelf niet vermeld.

Een aantal van deze instellingen ontvangt niet alleen onderzoeksopdrachten maar ook directe ondersteuningssubsidies van de overheid. Het 'Subsidie-overzicht bij de rapportage geïntegreerd subsidiebeleid' van het ministerie van financiën (mei 1993) vermeldt onder meer van de hierboven aangehaalde instellingen: WSNS, NIDI, OSA, NIA, Divosa, Boekmanstichting. In hoeverre de talloze subsidieregelingen voor onderzoek en beleidsondersteuning van de diverse ministeries in de vorm van opdrachten terecht komen bij de genoemde instellingen, valt niet direct uit de 'Subsidiebijbel' op te maken.

Maar dat er veel geld in deze markt omgaat, blijkt uit het voorstel van toenmalig minister van financiën Kok, vorig jaar zomer, om op de post 'externe adviseurs' van de overheid te bezuinigen. De kosten werden geraamd tussen de 0,7 en 2,2 miljard gulden per jaar. De spreiding toont aan dat de overheid zelf het overzicht op deze uitgaven kennelijk verloren heeft. In het regeerakkoord van het kabinet-Kok is deze bezuiniging overigens overgenomen.

De verwevenheid tussen opdrachtgever, financier, uitvoerder en afnemer geeft geen oordeel over de kwaliteit van het geleverde onderzoekswerk. Sommige instituten zijn excellent, andere niet. Waar het om gaat is dat over Nederland een ondoorzichtige deken van beleidsondersteunend onderzoek ligt. Hoezo vier planbureaus? Nederland gaat gebukt onder een heel maatschappelijk middenveld van beleid.