Le Carré

Mag je een boek beoordelen als je het niet gelezen hebt?

Nee.

En als je het half gelezen hebt?

Ja, vind ik. En dan bedoel ik beide soorten van half lezen. Het eerste soort is skimming, glancing, browsing, bladeren, het tweede soort gewoon de eerste helft lezen.

Ik ben geen bladeraar moet ik voorop stellen, en dat komt omdat ik niet wil weten 'hoe het verder gaat' als ik daar nog niet aan toe ben. Ik lees zelfs niet meer de achterflap of de binnenkant van de omslag, uit angst dat ze me de clou gaan vertellen. (Daarom ben ik ook zo nijdig op televisie-aankondigingen waarin ze je alles al uit de doeken doen - “maar de man in het zwart is niet dood, want even later zien we...”. Dat genre. Dat kan de filmer nooit bedoeld hebben, denk ik dan, dat iemand je bij de ingang vertelt hoe de plot is, want je hebt drie soorten plots: de kijker weet méér dan de hoofdrol, de kijker weet net zoveel, maar had het, mits zeer oplettend, kùnnen zien of weten, en de kijker wordt, net als de hoofdrol, enorm verrast. In geen van die gevallen is het leuk als de een of andere wijsneus van de filmrubriek je de boel al verklapt.)

Je hebt ook mensen die achterin kijken, bij thrillers. Om te zien wie het heeft gedaan! Ik begrijp daar niets van. Waar blijft de lol?

Thrillers, detectives, je leest ze, maar je hebt wroeging, net als het oplossen van kruiswoordpuzzels: het is tijdverdrijf, het leidt tot niets, patiencen met een pen in je hand, een boek in je hand. Uitstel, het weggooien van kostbare uren die voor nuttige zaken besteed hadden kunnen worden ('Schuurtje al opgeruimd? Lampje in de kast gerepareerd? Brief aan de verzekering geschreven? Nee zeker'). Inderdaad, meneer zit prullaria te lezen.

Mijn prullaria begon met Bulldog Drummond, 'Sapper', daarna Ivans, toen Peter Cheyney, even Donald Hamilton, vervolgens de kleurenserie van John D. MacDonald (maar absoluut niet Robert Ludlum) en in dit geval gaat het over John Le Carré, en dat mag zo'n beetje. Dat kan.

Ik ben nu op de helft van The Night Manager en het is best aardig, maar niet meer zoals vroeger. Dat was nog eens andere koek. “There's the possibility of a knighthood, Connie Sachs said. They had said it already on the telephone. Toby Esterhazy, the Hungarian pavement artist, luistert het buiten af.

En: “He knows her”, said Smiley patiently, and resumed his study of Jerry Westerby's file, which of late had become his principal reading.

Smiley zegt dat tegen de jonge Guillam.

Die namen, die roepen een wereld op. Niet het minst door de prachtige manier waarop de BBC de boeken verfilmde. Le Carré zegt niet meer over Smiley te kunnen schrijven, omdat Alec Guinness het beeld van Smiley bezet houdt.

Daarna schreef hij, in verschillende vormen, over zijn vader, vooral in The Honourable Schoolboy, waaruit de bovenstaande fragmenten, waarbij Westerby de rol van Carré's vader inneemt, Carré's vader die immers zelf in een cel in Hongkong belandde, en waar de gepensioneerde inspecteurs nog met ontzag over hem spreken. Carré's vader, die het eerst is opgevoerd in de enige roman die Carré schreef, The Naive and Sentimental Lover, een prachtig boek, waarin hij de twee kanten van hemzelf in twee figuren beschrijft: de een, een net opgevoede fabrikant van kinderwagens, de ander, een soort Ierse zigeuner en oplichter, een Lebemann. Terwijl Shamus de arm van Cassidy omdraait, roept hij hem toe: “(-) I am a bum. You want to throw me out, pramseller: that's what you want to do. I don't work, I don't write, I don't exist! It's the fucking audience that's doing the magic, not me. I am a fraud. Got it? A con man. A fucking clapped-out conjuror with an audience of one.”

Er spelen herinneringen in mee van de tijd dat de schrijver, als student, met zijn broer naar Parijs ging en dan absoluut nog een koffer van vader moest gaan ophalen bij iemand. Daar aangekomen blijkt vader een forse schuld te hebben bij de bewoner, die de jongens er echter niet mee wil opschepen en ze mee uit lunchen neemt.

Ze zijn enorm in verlegenheid gebracht door het voorval - en daar gaat de Sentimental Lover ook over, embarrassment.

Zeer aanbevolen, als het nog te verkrijgen is.

Hoewel The Night Manager minder lijkt, (en ik moest nogal eens terugbladeren omdat ik vergeten was wie Goodhew nu nog maar weer was, of Rooke) is het nog niet zo slecht geworden als Len Deighton, wiens Goodbye, Mickey Mouse en The Ipcress File prachtige boeken waren, maar wiens Mamista ik in arren moede weg heb moeten leggen op bladzijde 161, vooral na proza als: Here such a bruise was all the evidence the Federalists needed to execute man, woman or child without trial. Neither would the death be mercifully quick. They had horrifying variations on cutting a living human into small pieces. For women they had devised methods far worse... she closed her mind to all of it.

Deighton lees ik dus niet meer.

Ik ben evenmin blij met het feit dat The Night Manager is opgevuld, padded. De Coronet Pocket waar ik het over heb, heeft in totaal 720 bladzijden, waarvan 6 bladzijden met titels en dankwoord, 8 bladzijden met een paar regels en 84 bladzijden zonder woorden. Ruim 10% vulsel dus. Dat had je bij die vorige boeken niet. Call for the Dead bijvoorbeeld telt maar 157 bladzijden en is een juweel. Dus lees ik opgewekt door aan le Carré, met het gevoel dat er iets ontbreekt. Of mis ik gewoon George, Karla, de 'training school at Sarratt' (The Nursery), Ann Smiley, Enderby, Lacon, Ned, Young Fergus en that arch-cad Bill Haydon?