'Ik vond dat we heel wat hadden gepresteerd'; Bert de Vries over twaalf jaar politiek en het 'merkwaardig constante' beleid van paars

Saai, ambtelijk, oerdegelijk - dat waren al die jaren de typeringen die hem achtervolgden. Toch kon oud-minister van sociale zaken Bert de Vries (CDA) deze week in tegenstelling tot veel andere CDA-coryfeeën met opgeheven hoofd afscheid nemen van de politiek. “Ik geloof dat ik in vergelijking met anderen niet te veel te klagen heb. De beeldvorming is geleidelijk aan toch wat positiever geworden. Ik heb niet het idee dat de Nederlandse kiezers nu echt het gevoel hebben dat ik een kleurloze figuur ben. Natuurlijk, de wijze van presentatie zal wel gebleven zijn. Die is blijven bijdragen aan het beeld van de stofjas.”

Bert de Vries ontvangt thuis in Bergschenhoek; op pantoffels en gekleed in vrijetijdstrui. Ex-minister. Ex-politicus. Een weloverwogen, eigen keuze. Na zeven jaar CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, gevolgd door een bijna vijf jaar durend ministerschap op Sociale Zaken is het wel 'mooi' geweest, vond hij zelf. Tijd voor een nieuwe generatie.

Ongerust over zijn eigen maatschappelijke toekomst is de 56-jarige De Vries nog niet. Het zoeken is wat hem betreft nog maar net begonnen. In zijn nadagen als minister weigerde hij afspraken te maken over de periode daarna.

Niet meer 'geleefd worden' daar heeft De Vries nu behoefte aan. “Ik had een soort haat-liefde verhouding met de situatie. Aan de ene kant heb ik enorm van het werk genoten en had ik het ook nooit willen missen. Aan de andere kant had ik er flink de pest in dat geen ruimte overbleef om in een wat rustiger tempo andere dingen in het leven te doen. Je houdt weinig vrienden over. Gewoon, omdat je ze al die jaren hebt verwaarloosd.”

De Vries heeft op zijn eigen manier afscheid genomen: ingetogen. Hij is niet iemand om Nederland voor de laatste keer te waarschuwen. De anderen zijn aan de beurt. Hij zwijgt, maar incasseert ondertussen in stilte zijn gelijk. Het grote verkiezingséchec, had hij daar niet reeds vorig najaar intern voor gewaarschuwd? En een nieuwe partijleider, én een zwaar bezuinigsprogramma - het zou allemaal te veel worden en de partij kunnen opbreken. Op 3 mei bevestigden de kiezers zijn bange vermoedens.

Volop stond hij achter het straffe bezuinigingsbeleid waarmee Lubbers begin jaren tachtig zijn entrée als minister-president maakte. Aan De Vries als nieuwe CDA-fractieleider de ondankbare taak ook de zwaar verdeelde achterban van zijn partij van die noodzaak te overtuigen. Zijn missie slaagde zo goed, dat eind jaren tachtig toen hij vond dat het 'rustiger' aan kon de nieuwe partij-elite de smaak pas echt te pakken kreeg. 'Nu komt het er op aan', 'Knopen doorhakken', zei het CDA-verkiezingsprogramma vorig jaar. Met zijn bekende gevoel voor understatement constateert De Vries: “Ik was wat minder gemotiveerd om mee te denken in termen van: en nu gaat het karwei pas echt beginnen. Ik had het gevoel dat we in die twaalf jaar al heel wat gepresteerd hadden.

“Ik heb me vaak beklaagd over de lange remweg van de economie. Dat betekent dat je 'slecht-weer-boodschappen' nodig had om de geesten rijp te maken om er op tijd consequenties aan te kunnen verbinden. Maar doorslaan in die zin dat er wordt gedaan alsof we er in Nederland de afgelopen twaalf jaar een grote puinhoop van hebben gemaakt, dat is een benadering waarin ik me nooit heb herkend.”

Uit het niets werd Bert de Vries in 1982 fractievoorzitter van het CDA. Lubbers wilde hem als zijn opvolger hebben. “Hij zag kennelijk iets in me”, zegt De Vries. Zijn eerste tijd als fractievoorzitter heeft De Vries als uitermate zwaar ervaren. “Ik dacht: dit houd ik geen half jaar uit”.

Een fractievoorzitter heeft een heel eenzame positie.

“Ja, dat is mij toen ook duidelijk geworden. Je kunt je als fractievoorzitter wel goede relaties permitteren maar geen bijzondere vriendschappen.”

Je wordt fractievoorzitter en dan heb je ook macht. Was u zich daarvan bewust?

“Nee, en dat is maar goed ook, want macht kun je gemakkelijk overschatten. Ik heb macht altijd een onaangenaam woord gevonden. Het heeft iets in zich van het opleggen van je wil, tegen de zin van anderen in. Maar je moet proberen draagkracht te krijgen voor besluitvorming. Invloed heb je zeker, je kunt het spel bepalen, het spel regisseren, maar de uiteindelijke besluitvorming moet toch zodanig plaatsvinden dat het door een brede club wordt gedragen. Je moet goed inschatten wat je marges zijn. Wat ik die eerste jaren geleerd heb, is hoe belangrijk het is om consistent te zijn. Er is niks erger voor een fractie dan te vaak van koers te veranderen.”

Het eerste kabinet-Lubbers zag zijn inspanningen snel beloond. De werkgelegenheid groeide fors en het financieringstekort daalde gestaag. Bij de verkiezingen van 1986 behaalde het CDA negen zetels winst. Minder duidelijk was toen dat de verhouding tussen de CDA-fractie en het kabinet langzaam aan veranderde. Onder leiding van De Vries had de fractie behoefte aan een meer eigen geluid. De Vries wilde af van de eenzijdige nadruk op bezuinigingen. “Ik had toen het gevoel dat we bezig waren de zaak op orde te krijgen en ik vond dat er geen reden was om door te slaan.”

En toen ging het mis tussen u en minister Ruding van financiën?

“Nou mis... we werden steeds meer tegenpolen. Dat ging zich manifesteren op het moment dat we konden kiezen wat we met de economische groei gingen doen. Gingen we die gebruiken voor meer lastenverlichting of voor het op peil houden van de collectieve voorzieningen? Ik zat meer aan de kant van de collectieve voorzieningen. Dat begon steeds meer te schuren en daardoor werd de spanning in het CDA ook groter.”

Maar VVD-fractievoorzitter Voorhoeve was het CDA vóór door een kabinetscrisis te veroorzaken?

“Die was ons vóór en daar waren we hem ook erkentelijk voor. De spanningen in het tweede kabinet-Lubbers werden inderdaad steeds groter. In het kabinet tussen ministers, maar ook tussen de fracties en het kabinet. Daardoor ging dat kabinet steeds moeilijker functioneren. De spanningen waren wel zo opgelopen dat het CDA het niet als een groot drama voelde dat Voorhoeve de zaak opblies.”

Het ging zo klinisch, die kabinetscrisis.

“Ach, er was tussen Voorhoeve en Lubbers al de nodige spanning ontstaan. Tussen Lubbers en zijn vice-premier De Korte was de verhouding ook niet gelukkig... Voor ons was die kabinetscrisis gevoelsmatig meer een afronding van een onvermijdelijk scenario.”

De daaropvolgende coalitie tussen CDA en PvdA was de logische reactie?

“Op dat moment wel, en met terugwerkende kracht denk ik: nog steeds. De verhoudingen toen tussen CDA en VVD waren flink beschadigd en bovendien waren de verhoudingen binnen de VVD flink chaotisch. Tegelijk zag je binnen de PvdA een ontwikkeling die duidelijk maakte dat de PvdA de afstand tot het centrum probeerde te verkleinen. Dus het was logisch op dat moment een coalitie met de PvdA uit te proberen.”

Zijn het natuurlijke bondgenoten?

Nee, niet meer dan de VVD. In bepaalde situaties, zoals in het begin van de jaren tachtig, was de VVD een veel betere coalitie partner dan de PvdA. Eind jaren tachtig was de situatie anders. Ik heb nooit gevonden dat de sociaal-democratie in ideologisch opzicht dichter bij het CDA stond dan de VVD.''

Hebt u er spijt van D66 in 1989 buiten het kabinet te heben gehouden?

“Ik vond het toen een te groot risico. Met name voor het CDA dat toch al mentaal moeite had een coalitie met de PvdA te accepteren. Het zou leiden tot een coalitie waarin het CDA in een minderheidspositie zou komen te verkeren. Ik had eigenlijk nog onvoldoende vertrouwen in de PvdA om ook nog eens het avontuur aan te willen dat men in het kabinet samen met D66 een meerderheid zou kunnen vormen tegen het CDA. Voor een stevige parlementaire meerderheid was D66 niet nodig. Ik vond het dus geen oneerbaar streven om samen met de PvdA een coalitie te vormen. Dat was al lastig genoeg. Met zijn drieën zou het alleen maar ingewikkelder worden.”

Was het misschien ook een natuurlijke weerzin tegen D66?

“Nee. Ik heb in 1966 op D66 gestemd. Ik kwam van origine uit het GPV en zag het in die periode niet meer zo zitten, maar was nog niet rijp voor de anti-revolutionairen. Ik vond Van Mierlo wel een aardige man. Nee, er is niet iets anti-D66 in mij.”

U bent vaak heel somber geweest over de overlevingskansen van het kabinet Lubbers-Kok.

“Ja omdat daar af en toe best aanleiding voor was. Er zijn momenten geweest waarin niemand nog veel gaf voor die overlevingskansen. Vrij vaak was er toch het gevoel dat het kabinet bleef zitten wegens gebrek aan alternatief.”

Ook in het kabinet zelf?

“Nee, daar heerste een goede sfeer en waren de verhoudingen goed. Natuurlijk hebben we ook wel spanningen gekend en waren er momenten dat we het niet meer zagen zitten. Er zijn momenten geweest dat er over ons zo gesproken en geschreven werd dat je dacht: nu ja, zo wìl ik er ook niet eens meer bijhoren. Maar dan was er altijd weer Ruud Lubbers die, ook al zag hij het eigenlijk niet meer zitten, tot het eind toe oplossingen bleef zoeken die toch werkbaar waren.”

Wat is het kabinet opgebroken?

“Om te beginnen is de coalitie in de Eerste Kamer nooit tot stand gekomen. In wezen heeft onze eigen fractie zich daar meer oppositioneel ingesteld. Ook in de Tweede Kamer is de coalitie niet echt goed tot stand gekomen. Het kabinet zelf heeft wel redelijk gefunctioneerd, maar er is een zekere spanning ontstaan tussen CDA-bewindslieden, de fractie en het partijbestuur. Het had ook te maken met Brinkman die was aangewezen als opvolger en zich in die periode waar moest maken. Die heeft het gevoel gekregen weinig ruimte te krijgen voor een eigen beleid.”

Was dat voorzien?

“Nee, achteraf kun je zeggen dat als je in een zo vroege fase iemand aanwijst als kroonprins, je niet kan verwachten dat deze zich vier jaar lang als grijze muis gaat gedragen. Zo iemand zal niet geprezen worden als hij zich ontwikkelt als een kloon van Lubbers en zal dus een eigen profiel moeten ontwikkelen.

“Op een gegeven moment kom je in een proces terecht. Je kunt naar het programma kijken, de manier waarop hoofdrolspelers in het CDA publiekelijk met elkaar communiceerden, wat er op partijraden is gebeurd. Het schijnt een wetmatigheid te zijn dat je in een proces komt waarbij alles mis gaat.”

Benieuwd naar het paarse experiment?

“Ik zeg niet dat ik het huidige beleid niet had willen mee maken. De kiezers hebben gezorgd voor een enorme aardverschuiving maar het beleid is merkwaardig constant gebleven.”

Daar kan u toch niet door verrast zijn?

“Nee, want ik denk dat de realiteit zijn eigen wetmatigheden heeft.”