'Geheim fonds' van anderhalf miljoen; Justitie betaalt voor criminele informatie

DEN HAAG, 17 SEPT. Het ministerie van justitie beschikt over een “geheim fonds” waarmee informatie uit het criminele milieu wordt gekocht om tot de vervolging van misdaadorganisaties te komen.

Dit blijkt uit een vertrouwelijke circulaire van het departement die eerder dit jaar werd verzonden naar een aantal politieteams belast met de opsporing van de georganiseerde misdaad. In het rondschrijven staat dat Justitie bedragen tot in beginsel 100.000 gulden over heeft voor informatie waarmee grote “verdovende middelen-zaken” worden opgehelderd. Lagere sommen verstrekt het ministerie afhankelijk van het “aantal, kaliber en organisatie van de aangehouden verdachten”. In uitzonderlijke gevallen, aldus de circulaire, wordt een bedrag uitgetrokken dat “ver boven” de 100.000 gulden “uitschiet”.

Blijkens de circulaire bevat het geheime fonds - dat wordt beheerd door de directie Politie van het ministerie - jaarlijks anderhalf miljoen gulden. Er is evenwel sprake van een “open einde-regeling”, zodat de uitgaven voor het kopen van criminele informatie in beginsel ongelimiteerd kunnen worden opgevoerd. Ambtenaren van het ministerie schatten dat vorig jaar een “veel hoger” bedrag dan anderhalf miljoen gulden is gespendeerd. Bovendien blijkt uit de circulaire dat de beheerder van het fonds zich afvraagt of niet meer middelen op dergelijke wijze moeten worden besteed aan bijvoorbeeld de bestrijding van milieucriminaliteit.

Het geheime fonds kwam vorige week indirect aan de orde bij een behandeling van de zaak tegen hasjhandelaar en ex-autocoureur Charles Z. De verdediging van Z. bracht daarbij een brief in van Steve Brown, die eerder optrad als getuige in de zaak van de moord op hasjhandelaar Klaas Bruinsma. In die brief schreef Brown dat hij enkele jaren geleden had waargenomen dat rechercheurs van het vorig jaar ontbonden IRT-team Noord-Holland/Utrecht aan een collega uit het criminele milieu 50.000 gulden boden in ruil voor een belastende verklaring in een strafzaak tegen “een groep Joegoslaven”. De rechercheurs zouden 8.000 gulden voorschot hebben betaald.

Ze zouden bovendien “veel geld” aan Brown zelf hebben beloofd indien hij een belastende verklaring over Charles Z. kon afleggen, aldus Brown. Voor zijn getuigenis in een andere moordzaak kreeg Brown overigens een beloning van 5.000 gulden alsook een “royale” onkostenvergoeding, zo bleek uit een eveneens openbaar gemaakte brief van het hoofd van de directie Politie van het ministerie van justitie, mr. H.P. Wooldrik.

Volgens de advocaat van Brown, mr. J.I.M.G. Jahae, is het kopen van belastende verklaringen “een structureel onderdeel van de werkwijze van Criminele Inlichtingendiensten (CID's) van politiekorpsen geworden”. Jahae zegt in zijn praktijk diverse voorbeelden tegen te zijn gekomen.

Pag.3: 'Grenzen overschreden'

“Het schandalige is dat rechters er niet in geïnteresseerd zijn”, aldus Jahae. “Men gaat uit van de goede trouw van CID's. Maar uit alles blijkt dat de ethiek van de CID's de grenzen van het toelaatbare allang zijn gepasseerd.”

Een commissie uit de Tweede Kamer die naar aanleiding van de IRT-affaire op het moment een oriënterend onderzoek doet naar bijzondere opsporingsmethoden van justitie, richt zich ook op de wijze waarop en de condities waaronder door politie en justitie wordt betaald voor informatie uit het criminele milieu. De commissie heeft de laatste weken hierover diverse deskundigen en betrokkenen uit de wereld van politie en justitie gehoord. Ook gaat daarbij bijzondere aandacht uit naar zogeheten 'deals met criminelen', waarbij een crimineel een begunstigde behandeling krijgt (lagere strafeis, afzien van hoger beroep, strafvermindering, gratie) mits hij informatie verschaft die “zaken van leven en dood of gelijke ernst” betreffen, zo hebben de procureurs-generaal (PG's) eerder in een richtlijn voor het openbaar ministerie vastgelegd. De Kamercommissie besluit binnenkort over een vervolgonderzoek.

Genoemde circulaire van het ministerie van justitie is een uitwerking van de geheime 'Tip-, toon-, en voorkoop-richtlijn' die in 1978 door de PG's is vastgesteld en sindsdien enkele malen werd vernieuwd. Het oorspronkelijke oogmerk - het uitloven van tipgeld via 'raambiljetten' - is steeds verder opgerekt. Niet alleen kan de politie op grond van de regeling over 'toongeld' beschikken (zodat een rechercheur zijn 'kredietwaardigheid' tegenover criminelen kan aantonen), ook heeft men de beschikking over 'voorkoopgeld', waarmee criminele (drugs)aankopen kunnen worden gedaan teneinde de betrouwbaarheid van een criminele handelaar te testen. Ook kan zo een informant worden verleid tot het afleggen van een belastende verklaring. De aanvankelijke regel dat alleen werd betaald als de vervolging van de betreffende criminele organisatie vaststond is inmiddels komen te vervallen. Procedureel is wel afgesproken dat gelden voor criminele informatie pas worden vergoed na goedkeuring van een hoofdofficier van justitie, die de middelen bij de directie Politie moet betrekken.

In genoemde circulaire worden richtbedragen genoemd voor de aankoop van informatie uit het criminele milieu. Gegevens over een corrupte politieman of gevangenisbewaarder zijn 5 à 10.000 gulden waard; de ontmanteling van een XTC-lab 10.000 gulden; een gewapende roofoverval tussen de 2.500 en 10.000 gulden, een ontsnapte; een vuurwapengevaarlijke gedetineerde 10.000 gulden; een grote verdovende middelenorganisatie 100.000 gulden.