Europese Commissie wil Aziaten straffen om dumping kleuren-tv's

ROTTERDAM, 17 SEPT. De Europese Commissie staat op het punt een aantal Aziatische fabrikanten van kleurentelevisies een strafheffing op te leggen omdat ze zich in Europa schuldig zouden maken aan dumping. Televisies geproduceerd in onder andere Maleisië, Zuid-Korea en China kunnen daarmee tot 30 procent duurder worden.

Een definitief besluit over de heffing wordt aanstaande week genomen. Volgens welingelichte bronnen hebben inmiddels elf lidstaten ingestemd met de strafexpeditie en heeft alleen Groot-Brittannië protest aangetekend tegen het Commissie-voorstel. De Britten zijn tegen de heffingen omdat ze nadelig zijn voor de Europese consument. Beslissingen over anti-dumping-heffingen worden door de Europese ministerraad genomen.

De woordvoerder van Leon Brittan, de commissaris verantwoordelijk voor de anti-dumping heffingen, wilde niet op de zaak ingaan. “De materie ligt veel te gevoelig.” Philips, een van de Europese tv-fabrikanten die de zaak aanhangig heeft gemaakt, onthoudt zich van commentaar.

Twee jaar geleden klaagden de Europese fabrikanten, behalve Philips ook het Franse Thomson en het Finse Nokia, bij de Europese Commissie over de dumping van tv's op de Europese markt. De Commissie verklaarde de klacht ontvankelijk en stelde vervolgens een eigen onderzoek in naar de bezwaren van de Europeanen. De woordvoerder van Brittan wilde niet prijsgeven wat het resultaat is van het onderzoek.

Er is sprake van dumping als niet-Europese fabrikanten hun produkten in de Eurpese Unie aanbieden tegen een prijs die lager is dan verkoopprijs in het land van herkomst. Verder moeten de Europese producenten aantonen dat dumping aanmerkelijke schade veroorzaakt in hun bedrijfstak en dat daardoor het belang van de Europese Unie wordt geschaad.

De strafheffing die nu wordt voorgesteld is van tijdelijke aard. Na het opleggen van een dergelijke voorlopige heffing heeft de Commissie nog eens vier tot zes maanden de tijd om haar onderzoek definitief af te ronden. Daarna moet de Commissie de klacht definitief afwijzen of de ministerraad vragen een permanente anti-dumping heffing op te leggen.

De klacht over de dumping van kleurentelevisies werd ingediend door een alliantie van Europese producenten, de Society for Coherent Anti-dumping Norms (SCAN). De Europeanen zijn van mening dat de Aziatische concurrentie de Europese markt bederft door haar produkten hier tot 70 procent onder de kostprijs aan te bieden.

Volgens de klacht daalde de werkgelegenheid in de consumentenelektronica tussen 1989 en 1991 met 12 procent. De Europese producenten moesten op hun 'thuismarkt' aanzienlijk terrein prijsgeven: hun marktaandeel daalde in twee jaar van 68 tot 63 procent. De aangeklaagde ondernemingen hadden in 1991 een marktaandeel van 26 procent bemachtigd, vergeleken met slechts 15 procent in 1989. Volgens Scan hebben de gewraakte Aziatische landen hun export naar Europa van kleurentv's (beelddiagonaal 15,5 centimeter en meer) in drie jaar tijd flink opgevoerd. In 1988 waren het er nog iets meer dan twee miljoen stuks, in 1991 was dat aantal opgelopen tot 5,6 miljoen met een waarde van 1,85 miljard gulden.

Onder de aangeklaagde fabrikanten zijn Dae Woo, Goldstar en Samsung (Zuid-Korea) en Matsushita en Sony TV Video uit Maleisië. Andere zijn Hitachi en Toshiba uit Singapore en Thai Toshiba. Volgens het Britse vakblad Electronics Times wil de Commisie niet alle aangeklaagde ondernemingen straffen. Bedrijven die hun beleid inmiddels hebben gewijzigd zouden ontzien worden.

De Europese elektronicaconcerns hebben een ruime ervaring met het anti-dumping regime van de EU. In de jaren '80 moesten Japanners en Koreanen verantwoording afleggen voor de prijzen van onder andere kleine televisies, videorecorders, audiocassettes en cd-spelers. Vaak stelde de Europese autoriteiten de Europese fabrikanten in het gelijk en moesten de importeurs hun lage prijzen bekopen met speciale heffingen waarmee hun produkten soms wel tot 50 procent duurder werden. Tegenstanders van de heffingen wijzen erop dat de vergelijking van de verkoopprijzen veel ruimte voor onduidelijkheid laat. Voor hen is anti-dumping een vorm van protectionisme.