Een zoon voor ons, dochters voor anderen; De minderwaardige status van vrouwen in India

In India is het leven van een vrouw die geen zonen baart, is nog altijd minder waard dan dat van de eerste de beste buffel. Testklinieken die het geslacht van het ongeboren kind vaststellen zijn, hoewel verboden, in de kleinste dorpjes te vinden. Wordt het een meisje, dan kiezen veel ouders voor een abortus. Wordt een meisje toch geboren, dan wacht haar een leven van onderdrukking, vernedering en soms een voortijdige dood als de bruidsschat ontoereikend is.

Enkele jaren geleden bracht Yamin Hazarika haar eerste kind ter wereld, een dochter. Het was een ontluisterende ervaring voor de anders zo zelfverzekerde, geëmancipeerde politievrouw. “Het geeft niet hoor, volgende keer beter”, kreeg ze van meelevende familieleden en vrienden te horen, alsof haar kind was doodgeboren. “Ik vond het toch zo erg voor je dat je een dochter hebt gekregen”, bekende een ander wat later tijdens een kraamvisite. “Ik heb er vannacht niet van kunnen slapen.”

Op zulke vernederende reacties uit eigen kring was Hazarika, inmiddels opgeklommen tot hoofd van de afdeling misdrijven tegen vrouwen van de politie van New Delhi, allerminst bedacht. Even werd ze ingehaald door de oeroude waarden van haar land, waar de geboorte van een zoon met vreugde wordt begroet, maar die van een dochter met verslagenheid. “Ik dacht altijd dat het mij weinig uit zou maken of ik een zoon of een dochter zou krijgen”, herinnert ze zich tijdens een gesprek in haar ruime kantoor. “Maar de reacties na de geboorte van m'n dochtertje bezorgden me gewoon een minderwaardigheidscomplex.”

Hazarika is de enige niet. De circa 430 miljoen vrouwen van India weten dat een vrouw die louter meisjes baart in veler ogen minder aanzien geniet dan de eerste de beste buffel. Geen wonder dat veel Indiase vrouwen, terwijl ze nog druk bezig zijn hun kind uit zich te persen, al kreunend informeren: lerka ya lerki, jongetje of meisje? Is het een meisje, dan barsten ze in tranen uit van pure ellende. Alleen valium vermag ze te kalmeren na zo'n jobstijding.

Vurig verlangen vrijwel alle ouders naar zonen. 'Moge je de moeder worden van honderd zonen', luidt een oude wens van familieleden voor een pas gehuwde bruid. Als ze zwanger is, wordt er hartstochtelijk tot de goden gebeden: “Alstublieft, een zoon voor ons en dochters voor anderen.” Is het onverhoopt toch een meisje, dan verdwijnt het respect voor de gift van de goden als sneeuw voor de zon. Een meisje krijgt in sommige streken haar komst ingepeperd met een naam als Bhateri (Teveel) of Dhaga (Genoeg). Haar verjaardag wordt niet gevierd, die van een zoontje wel.

Arme Indiërs weten dat een schare dochters hen tot de bedelstaf kan veroordelen. Minachting van de gemeenschap zal bovendien hun deel zijn. “Zonen vormen een statussymbool”, zegt dr. Kumud Sharma, directeur van het Centre for Women's Development Studies in New Delhi. Mannelijke nakomelingen zijn echter meer dan dat. Een zoon kan niet alleen meer geld verdienen met zijn werk en de familie in tijden van nood verdedigen, ook zal hij van zijn toekomstige echtgenote een vorstelijke bruidsschat kunnen eisen. Voor meisjes daarentegen moeten de ouders, van rijk tot arm, diep in de buidel tasten om hen uitgehuwelijkt te krijgen. Een simpele speling van het lot, of liever gezegd van de genen van beide ouders, kan de economische toekomst van een gezin maken of breken.

Abortus

De perikelen voor de meisjes beginnen tegenwoordig al ruim voor hun geboorte dank zij een onzalige alliantie van moderne medische wetenschap, oude Indiase waarden en een liberale abortuswetgeving. Ouders laten in een vroeg stadium van de zwangerschap vaak door een arts vaststellen of het een jongen of een meisje wordt. In het laatste geval laten veel vrouwen, al dan niet onder druk van hun echtgenoot, de vrucht liever aborteren. In India bestaan daarvoor sinds het begin van de jaren zeventig nauwelijks belemmeringen meer.

De gevolgen zijn deprimerend. Uit een recente studie in de stad Jaipur (ruim een miljoen inwoners) bleek dat daar jaarlijks ongeveer 3.500 vrouwelijke foetussen worden geaborteerd, bijna altijd nadat eerst het geslacht was vastgesteld. Jongetjes worden zelden geaborteerd. Een ander onderzoek concludeerde dat tussen 1978 en 1982 in India 78.000 meisjes door zulke ingrepen het daglicht nooit aanschouwden.

Volgens Sharma liggen de cijfers intussen nog oneindig veel hoger: “Zelfs in veel dorpen heb je tegenwoordig van die testklinieken. Er is de afgelopen jaren een ware wildgroei geweest.” Dikwijls adverteren ze met de leus 'spendeer nu 500 rupees (dertig gulden) om er later 50.000 te besparen'. Met andere woorden: blokkeer de geboorte van een meisje nu voordat je handenvol geld moet uitgeven aan haar bruidsschat.

Dank zij deze methode dreigt het evenwicht tussen mannen en vrouwen verder te worden verstoord. Waren er in 1901 nog 972 vrouwen op elke duizend mannen, inmiddels is dat aantal geslonken tot 927. In sommige deelstaten zijn er zelfs nog maar 865 vrouwen per duizend mannen. Van een hogere waardering voor vrouwen door hun toegenomen 'schaarste' is vooralsnog niets te bespeuren: hun status blijft onveranderd laag.

Bestaat er dan geen enkel verzet in India tegen deze eenzijdige mannetjesfokkerij? Jawel, maar het is halfslachtig van aard. Ook vooraanstaande politici beseften het bedenkelijke van de ontwikkeling. In enkele deelstaten, waar de praktijk zich snel verbreidde, zijn de sekse-tests de afgelopen jaren verboden. Eind juli nam de Lok Sabha, het Indiase Lagerhuis, een wet aan die de tests zelfs in heel India verbiedt. Op een paar kilometer van datzelfde parlement blijven test-kliniekjes niettemin onverstoorbaar hun diensten aanbieden.

De ervaring in de deelstaten wijst uit dat het ook niet zo makkelijk is de tests uit te bannen. Als de zwangere vrouw en de arts volhouden dat ze slechts een test laten verrichten om er zeker van te zijn dat de foetus niets mankeert, staan de autoriteiten tamelijk machteloos. “Bovendien doet de overheid weinig om de naleving van dit soort wetten af te dwingen”, meent Sharma. De wetgeving lijkt in de praktijk hoofdzakelijk de rol te vervullen van een vijgeblad, waarachter de overheid zich kuis tegen haar critici kan verbergen.

Stille dood

Hoewel de sekse-tests niet duur zijn, liggen die toch buiten bereik van veel van de 300 tot 400 miljoen armsten in India. Pas bij de geboorte weten zij of de goden hun goed gezind zijn geweest. Als het ongelukkigerwijs een meisje is, aarzelen sommige ouders niet de pas geboren baby direct een stille dood te laten sterven. Ze weten zich gesterkt door de zekerheid dat ze haar op deze wereld bitter weinig hebben te bieden. Zo duurt het kansloze leven van deze meisjes vaak niet langer dan dat van veel vlinders.

Vooral in het zuiden van India, in Tamil Nadu, kent het macabere gebruik een lange traditie. De familieleden dienen het babymeisje het sap toe van giftige bessen, stoppen droge rijstkorrels in haar mond zodat ze stikt, of gebruiken simpelweg een handdoek. Soms laten de ouders de moord uitvoeren door een familielid omdat ze die zelf niet over hun hart kunnen verkrijgen. Eén vrouw in Tamil Nadu vertelde een groepje onderzoekers dat ze de tel was kwijtgeraakt van het aantal meisjes dat ze op deze wijze had 'opgeruimd'.

Er is geen sprake van dat het gebruik aan het uitsterven is. Integendeel, er zijn aanwijzingen dat het zich de laatste jaren juist naar delen van Tamil Nadu heeft verspreid waar het vroeger niet voorkwam. Ook in Rajasthan, Haryana en het westen van Uttar Pradesh is de infanticide, zoals de meisjesmoord vaak enigszins onvolledig wordt aangeduid, hier en daar nog in zwang.

Het was de Britse koloniale bestuurders in de vorige eeuw ook al opgevallen dat er in sommige delen van India wel heel weinig meisjes waren. Zo rapporteerde een kolonel in 1817 na een bezoek aan een gemeenschap in Rajasthan dat er zich onder de vierhonderd families ter plaatse niet één meisje bevond. De meisjes werden kennelijk gedood en hun bruiden haalden de mannen van elders. Een andere Britse functionaris werd in 1835 in Uttar Pradesh op hoongelach onthaald toen hij een plaatselijke man aanduidde als de schoonzoon van een andere. Een heel domme vergissing, vonden de autochtone mannen, iedereen wist toch dat er in het dorp geen enkele dochter was?

Ondanks de talrijke obstakels komt de overgrote meerderheid van de meisjes in India nog altijd wèl ongestoord ter wereld, maar daarna wacht hun maar al te vaak een lijdensweg. Worden ze ziek, dan brengen de ouders, vooral die op het platteland waar driekwart van de bevolking woont, meisjes veel minder snel naar het ziekenhuis dan jongetjes. In ziekenhuizen in Jaipur bestond volgens recente gegevens zeventig procent van de jeugdige patiënten uit jongens. Familieleden geven ook altijd makkelijker bloed voor zonen dan voor dochters, onthulde een medewerkster van een ziekenhuis dit voorjaar tegenover de krant Indian Express.

Eens stevig bijeten kunnen de meisjes meestal evenmin. Ze krijgen thuis minder te eten dan hun broertjes en leven dikwijls op restjes. De sterfte onder hen is dan ook ruim twee keer zo hoog als bij jongens, dit in tegenstelling tot de meeste andere landen. Meisjes zijn namelijk van nature in de beginjaren van hun leven sterker dan jongens. Maar in India heeft men weinig ontzag voor deze wetten van de natuur en sterft 25 procent van de meisjes voor ze hun zestiende levensjaar hebben bereikt, soms aan ziektes, soms aan ondervoeding en soms aan algehele verwaarlozing. Natuurlijk worden niet alle Indiase meisjes even liefdeloos opgevoed, maar zelfs in welgestelde gezinnen krijgen zoons bijna altijd veel meer mogelijkheden zich te ontplooien dan hun zussen.

Voor veel jongetjes volgen er na hun kleutertijd enkele jaren op school. Bij meisjes is dat in grote delen van India nog altijd meer uitzondering dan regel. Op het platteland van een arme deelstaat als Uttar Pradesh (ruim 145 miljoen inwoners), kan minder dan een kwart van de meisjes en vrouwen lezen of schrijven. De meisjes blijven thuis om op kleinere broertjes en zusjes te passen. Wat heeft het voor zin geld en moeite in de opvoeding en het onderwijs van je dochter te investeren, zo redeneren de meeste arme plattelandsbewoners, wanneer je van tevoren weet dat ze later toch het huis uitgaat en bij de familie van haar man intrekt. Dat is, zoals een oud gezegde in Tamil Nadu luidt, als “het watergeven van een plant in de tuin van je buurman”.

Huwelijk

Heeft de 'plant van de buurman' eenmaal de puberteit bereikt, dan is het de hoogste tijd een huwelijk te arrangeren. De ouders van bruid en bruidegom bedisselen dit in de meeste gevallen onderling en niet zelden ziet de bruid haar levensgezel op de bruiloft voor het eerst. Omgekeerd geldt dat trouwens evenzeer. Hoewel de minimumleeftijd waarop een meisje mag trouwen wettelijk is vastgesteld op achttien jaar, is op het platteland zeker de helft van de bruiden veel jonger, soms pas twaalf jaar. Vanouds speelt de moeder een belangrijke rol bij het selecteren van de partner. Het is een van de weinige momenten in het leven van de vrouw, waarop ze duidelijk invloed op de gang van zaken heeft.

Na het huwelijk moeten er snel een of meer zonen worden geproduceerd. Zo hebben veel meisjes voor hun twintigste al ettelijke kinderen gebaard. Sommigen overleven dit niet, want tienermeisjes zijn in het algemeen fysiek minder geschikt om een kind voort te brengen dan een meer volgroeide moeder van in de twintig.

Vanouds verhuist de vrouw naar het huis van haar echtgenoot en diens ouders. Vooral als ze naar een vreemd dorp moet, waar ze niemand kent en niemand vriendelijk tegen haar doet, is de verhuizing voor de jonge bruid vaak een traumatische ervaring. Vanaf het begin leidt ze een ondergeschikt bestaan, niet alleen aan haar man maar ook aan de andere leden van haar schoonfamilie. Van vrouwelijke solidariteit is doorgaans maar weinig sprake en de conflicten tussen schoonmoeder en schoondochter zijn legio. De jonge echtgenote wordt als een sloof gebruikt die alles in huis moet doen en nooit mag klagen.

Ook binnen rijkere families is dit een gebruikelijk patroon. In een familie die ik goed ken, haalt de schoonmoeder de goede gordijnen weg en stopt de mooie borden achter slot en grendel wanneer ze een tijdje op reis gaat, ook al blijft haar schoondochter gewoon thuis. Die laatste, die al bijna tien jaar onder hetzelfde dak woont, ziet haar deze handelingen telkens weer met ingehouden woede verrichten. Steeds weer voelt ze die als een motie van wantrouwen jegens haar.

De meeste echtgenoten behouden zich bovendien het recht voor hun vrouw naar believen te slaan. Ze kunnen zich beroepen op een oude hindoe-wetgever, Manu, die zo'n tweeduizend jaar geleden regels optekende die zelfs de meest fervente vrouwenhater het schaamrood op de kaken jagen. “De vrouw is zo verdorven als de leugen zelf”, schreef Manu. “Toen hij hen schiep, schonk de heer aller schepselen vrouwen een voorliefde voor hun bed, hun stoel en sieraden, en hij gaf hun onzuivere gedachten in, wraakgevoelens, oneerlijkheid, kwaadaardigheid en slecht gedrag.” Een andere vaak geciteerde uitspraak van Manu luidt: “Of hij nu een dronkaard is, een leproos, een sadist of een man die zijn vrouw slaat, een echtgenoot dient te worden aanbeden als God.”

Een periodiek pak slaag verbleekt echter bij de ergste vloek die een jonge vrouw in India kan treffen: ruzie over de bruidsschat. In vroeger tijden was dit een betrekkelijk eenvoudige affaire. De familie van de bruid gaf haar wat meubilair en juwelen mee en daarmee was de kous af. Het gebruik heeft de afgelopen decennia echter een ongekend hoge vlucht genomen. Officieel is het sinds 1961 verboden een bruidsschat te vragen of te geven, maar in feite zaait deze kanker van de Indiase samenleving zich steeds verder uit. Vooral de opkomende middenklasse is hiervoor verantwoordelijk.

Een video-recorder, een scooter, een auto, bergen juwelen of een grote som geld zijn tegenwoordig onmisbare bagage voor de meeste Indiase bruiden. Het maakt inmiddels niet meer uit of het om hindoe's, moslims of christenen gaat, alle mannen verlangen een rijkelijke bruidsschat. Zelfs de armste stumpers eisen een fiets of andere gulle gaven wanneer ze een meisje huwen. Arme vissers in de zuidelijke deelstaat Kerala tellen soms 100.000 rupees (6.000 gulden) neer bij het huwelijk van hun dochter, ettelijke malen hun jaarsalaris. “Het is een onfortuinlijke combinatie van een oud Indiaas gebruik met een nieuwe hang naar de consumptiemaatschappij”, meent Sharma.

Veelvuldig komt de familie van de bruidegom na het huwelijk met aanvullende eisen inzake de bruidsschat. Zonder enige gêne en in de wetenschap dat er een zwaar taboe op scheiden rust in India, proberen veel jonge mannen hun slag te slaan over de rug van hun vrouw en haar familie. Wanneer er niet snel genoeg aan de extravagante eisen wordt voldaan, richt de agressie zich al snel op de jonge echtgenote. Ze wordt geslagen en soms verkracht.

'Ongelukjes'

Het uiterste pressiemiddel dat de familie achter de hand heeft zijn de beruchte 'ongelukjes' in de keuken. 'Toevallig' wordt er net een kan met kerosine, de brandstof waarop de meeste vrouwen koken, omgestoten en raakt de jonge vrouw in brand. “Het is wel het absolute dieptepunt wanneer je je vrouw in brand steekt voor een scooter”, vindt Yamin Hazarika van de politie van New Delhi.

Shahjehan is de moeder van een dochter die vijftien jaar geleden op deze wijze om het leven kwam. “Voor het huwelijk waren mijn schoonzoon en diens ouders poeslief, maar kort daarna verlangden ze plotseling veel geld”, vertelt ze in het kantoor van Shakti Shalini, een centrum in New Delhi voor de opvang van vrouwen die in moeilijkheden zijn geraakt. Aan die eis kon Shahjehan, die nog vijf andere kinderen moest grootbrengen, niet voldoen en enige tijd later werd haar dochter Noorjahan verbrand. “Pas na lang aanhouden was de politie bereid een klacht te registreren”, aldus Shahjehan. “Waarschijnlijk was die omgekocht door de familie van mijn schoonzoon.” Haar voormalige schoonzoon is inmiddels hertrouwd en is nooit vervolgd.

Elke week staan er wel een paar kleine berichtjes in de kranten over weer een dowry death, een dode vrouw als gevolg van een meningsverschil over een bruidsschat. Alleen al in New Delhi verloren in 1993 volgens gegevens van de politie 122 vrouwen op deze wijze het leven, waarmee dit een van de belangrijkste niet-natuurlijke doodsoorzaken was voor vrouwen. In de deelstaat Uttar Pradesh beliep het aantal bruidsschat-doden vorig jaar ten minste 1952. Deze cijfers vallen uiteraard in het niet bij de oneindig talrijkere incidenten zonder fatale afloop, die dikwijls binnenskamers blijven. De daders worden slechts bij hoge uitzondering veroordeeld.

Eenmaal enkele jaren getrouwd, stabiliseert zich de toestand van de vrouwen meestal enigszins, vooral als ze het geluk hebben enkele zonen te baren. Wel moeten ze keihard werken. Niet alleen in huis maar, althans op het platteland, ook op de velden. Volgens sommige schattingen wordt tachtig procent van de arbeid op het land door vrouwen verricht. De mannen beperken zich voornamelijk tot het zwaarste fysieke werk zoals het ploegen.

Wanneer een vrouw ondanks al haar beproevingen haar aanbeden echtgenoot overleeft, breekt er opnieuw een periode vol gevaren aan. Van een onbekommerde levensavond is meestal geen sprake. In tegenstelling tot de man wordt een weduwe niet geacht te hertrouwen na de dood van haar partner, ook niet als ze nog heel jong is. Soms verstoot de schoonfamilie haar, vooral als ze geen zonen heeft voortgebracht. “Mijn schoondochters beschouwen mij als een noodzakelijk kwaad”, vertelde een weduwe laatst het blad The Pioneer. “De vrouwen groeien uit tot de ergste vijanden van de vrouwen”, zei ze.

Als er echter zonen uit haar huwelijk zijn geboren, is het niet ongebruikelijk dat die zich over de weduwe ontfermen, want de relatie tussen moeder en zoon is altijd sterk geweest in India. Niettemin kwijnen miljoenen weduwen jammerlijk weg. Opnieuw vertellen de cijfers een somber verhaal: weduwen sterven bijna twee keer zo snel als hun nog gehuwde leeftijdgenotes.

In vroeger tijden was het zelfs gebruikelijk voor weduwen zich op de brandstapel van hun overleden echtgenoot te werpen. Zo'n sati werd eervol voor de weduwe geacht en de schoonfamilie raakte gemakkelijk van de last van haar onderhoud af. De Britten verboden echter in 1839 deze praktijk. Sindsdien komt die echter nog sporadisch voor. In 1987 nog kwam in een dorp in Rajasthan een achttienjarige weduwe onder nooit opgehelderde omstandigheden om het leven op de brandstapel van haar man. Onmiddellijk werd het dorp tot een bedevaartsoord voor duizenden mannen en vrouwen. Sommigen zien in de veelvuldige verbrandingen van vrouwen bij conflicten over de bruidsschat een moderne uitgave van sati. De Indiase vrouw en vuur zijn al sinds mensenheugenis op een mystieke manier met elkaar verbonden.

Zelfvertrouwen

Is er dan helemaal niets verbeterd in de positie van de Indiase vrouw sinds het land zijn onafhankelijkheid verkreeg in 1947? Zeker wel. Er zijn tal van wetten gekomen voor meer rechten voor de vrouw. Die geven de kleine maar gedreven Indiase vrouwenbeweging een instrument in handen om ook in de praktijk verbeteringen af te dwingen.

Het aantal geschoolde vrouwen gaat, vooral in de steden, omhoog. Veel vrouwen uit de middenklasse zijn veel beter opgeleid dan hun moeders en een groeiend aantal vrouwen werkt buitenshuis en geniet daardoor een zekere mate van financiële onafhankelijkheid. Hun zelfvertrouwen is erdoor gegroeid en de status van de vrouw is er door verhoogd.

Af en toe komt er ook een sprankje hoop van het platteland, waar het meeste vrouwenleed is geconcentreerd. Zo begonnen ongeletterde vrouwen in dorpen in de zuidelijke deelstaat Andhra Pradesh een paar jaar geleden een krachtige campagne tegen alcohol, die ze als een bron van ellende voor hun gezinnen zagen. Inmiddels hebben de geschrokken politici, vrijwel allen mannen, de verkoop van drank in de staat verboden. Ook het ontwikkelingswerk van de afgelopen decennia, al dan niet met buitenlandse steun, heeft hier en daar wel tot enige verbetering geleid.

Vast staat verder dat er miljoenen Indiase vrouwen zijn, in alle lagen van de bevolking, die over een sterke persoonlijkheid beschikken en de dominantie van de man niet per definitie als vanzelfsprekend aanvaarden. Maar ook zij kunnen niet voorkomen dat het aantal doden als gevolg van bruidsschatruzies nog steeds blijft groeien en dat steeds meer vrouwelijke foetussen worden geaborteerd. “Het geweld tegen vrouwen neemt nog duidelijk toe”, stelt Kumud Sharma somber vast. “En de conservatieve krachten hier hebben de laatste jaren hun krachten gebundeld om de vrouw weer terug te dringen in haar traditionele ondergeschikte positie.”

Het is niet te hopen voor de 430 miljoen Indiase vrouwen dat ze na de akelig bescheiden vooruitgang van de afgelopen decennia nu alweer op de terugweg zijn. Dat ze opnieuw generaties lang moeten wachten tot het rad van het leven hen een nieuwe kans op een menswaardiger bestaan biedt.