Een blad vol boeken

Het tijdschrift De Boekenwereld, trouwe rapporteur over boek en prent, bibliofilie en lezers, auteurs en uitgevers, bibliotheken en verzamelaars, is zojuist tien jaar geworden. De vijftigste aflevering van dit boekentijdschrift is dan ook een themanummer over boekentijdschriften.

'Geboekt in jaargangen. Anderhalve eeuw boekentijdschriften in Nederland' is los verkrijgbaar en kost ƒ 22,50.

Een abonnement op De Boekenwereld kost ƒ 45,- en is verkrijgbaar bij uitgeverij Matrijs (tel. 030-343148).

Het jubileum van De Boekenwereld betekent feest in de boekenwereld. Het gisteren gepresenteerde vijftigste nummer is in zijn eentje bijna net zo dik als een willekeurige jaargang, een hoogtepunt in de geschiedenis van het blad. In de loop van tien jaar heeft zich in De Boekenwereld een kalme evolutie voltrokken. Het blad begon bij Matrijs, een jonge Utrechtse uitgeverij zonder winstoogmerk die enkele jaren eerder door studenten was opgericht, en het zit daar nog steeds. De oprichters en redactieleden van het eerste uur - de Haarlemse antiquaren Bubb Kuyper en A.G. van der Steur en de historicus J.F. Heijbroek - maken nog steeds deel uit van de redactie, al vond tijdens de achtste jaargang een invasie plaats van royale dertigers. Door Kuyper worden ze gekarakteriseerd als 'de jonge honden van de boekwetenschap die zo'n opkomst heeft gemaakt'. Daarmee kreeg het blad een academische dimensie, overigens zonder dat dit de leesbaarheid bedreigde. Toegankelijkheid is een kenmerk van De Boekenwereld.

Kuyper: “Het idee dat er wel belangstelling zou bestaan voor een tijdschrift als De Boekenwereld kwam op door het succes van de eerste Haarlemse antiquarenbeurs in 1982. Dat was een uitzondelijke beurs, omdat van de standhouders geen lidmaatschap van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren werd vereist.” Die beurs was een grote gebeurtenis. De beter ingelichte boekenwurm spoedde zich naar deze Haarlemse sporthal. Tientallen antiquaren van uiteenlopend niveau schikten zich daar met hun handelswaren tussen de basketballnetten en doellijnen van de Beyneshal. Het leek alsof de deelnemers aan beide zijden van de kassa deze gelegenheid hadden afgewacht om elkaar te ontmoeten. De boeken, gekozen op uiterlijke onweerstaanbaarheid, lagen met een minimum aan veiligheidsmaatregelen opgetast als appelen en peren in een fruitkraampje. Alles was even begeerlijk of, in termen van de handelaar, 'verzamelwaardig'.

Niet alleen

Op nationaal niveau staat De Boekenwereld niet alleen. Ruim tien jaar eerder was Quaerendo opgericht en minder dan tien jaar later zou de verzamelkrant De Boekenpost volgen, adverterend als 'Het gróótste boekenblad in de Benelux'. Kuyper: “Quaerendo-lezers - ik hoop dat ik ze niet beledig als ik hun aantal schat op vijfhonderd - zullen ons blad misschien aardig vinden maar niet diepgravend genoeg, terwijl andersom voor onze abonnees de diepgravende wetenschappelijkheid van Quaerendo niet zo erg nodig zal zijn.” Het internationale aanbod, dat werkelijk overstelpend genoemd kan worden, helpt de plaats van De Boekenwereld te bepalen. Het is niet zo oud en geleerd als het Engelse The Library, niet zo bibliofiel als The private library noch zo stroperig als het Duitse Philobiblon dat de verjaardagen van prominenten uit het boekenvak afficheert. Het streeft niet naar de brede aanpak van het Amerikaanse Libraries and Culture met zijn studie naar de gevangenisbibliotheken van 'Goelag Archipel' noch naar de grondige geschiedenis van het Duitse Buchhandelsgeschichte. Het bekent geen politieke kleur en mijdt het controversiële gebaar want vóór alles heeft het de bedoeling om, in de ronde woorden van Bubb Kuyper, het gehele veld van 'bedrukt papier' te bestrijken en de schare abonnees zo groot mogelijk te maken.

Het resultaat is een altijd onderhoudend blad dat niet alleen actuele informatie bezorgt over nieuwe catalogi, veilingen, studies en tentoonstellingen, maar ook artikelen over oer-Hollandse onderwerpen als libertijnse literatuur in de zeventiende eeuw, de deelname van de VOC in een aantal kostbare edities, de achttiende-eeuwse papierknipper Jan Kopper, de Artis-bibliotheek of een postzegelverzameling die, net als het hele blad, gewijd is aan de drukkunst. Dit alles voor een kring van vijftienhonderd abonnees want om de losse verkoop is het de oprichters niet te doen, ook al zwerft er wel eens een exemplaar rond in de betere boekhandel in de grotere stad.

Overpeinzingen

Uitzonderlijk in de opzet van de De Boekenwereld is de plaats die het inruimt voor herinneringen en overpeinzingen van de oudere specialisten uit het boekenvak, van hen die lang en scherp observeerden en die aan geschiedschrijving een persoonlijk signatuur verschaffen. In deze categorie valt 'Gerezen wit', een rubriek waarvoor oud-uitgever Reinold Kuipers bij De Boekenwereld gelukkig het onderdak vond dat hij bij het opgeheven tijdschrift 't Oog in het Zeil verloren had. Kleurrijk en ontroerend zijn de bijdragen van oud-bibliothecaris Mr. Herman de la Fontaine Verwey (1903-1986) in de drie eerste jaargangen. Als beschrijvingen van wonderbaarlijke verzamelaars, bibliothecarissen en onderzoekers uit zijn lange loopbaan zijn het authentieke en exemplarisch portretten. Zoals dat van de licht maniakale 'heer K', telg uit een welvarende Groninger magistratenfamilie, “een grijsaard met een kernachtige gelaatsuitdrukking en een kaalgeschoren hoofd, schamel gekleed, meestal gehuld in een oude overjas die enkel met één veiligheidsspeld gesloten was, onvermoeibaar bezig met het raadplegen van een groot aantal boeken waaruit hij op oude enveloppen en papiersnippers aantekeningen maakte.”

De vijftigste aflevering van De Boekenwereld, de speciale uitgave 'Geboekt in jaargangen. Anderhalve eeuw boekentijdschriften in Nederland', bevat de kronieken van tijdschriften die De Boekenwereld, soms met enige overdrijving, als haar voorgangers aanwijst. Het is de eerste keer in Nederland dat aan het boekentijdschrift op min of meer systematische wijze, consciëntieus en buitengewoon prettig leesbaar, aandacht is besteed. Het volgt het verloop van De Navorscher (1851-1960), door geen enkel blad in leeftijd geëvenaard, van het prestigieuze Het Boek (1912-1966), met straffe hand geleid door de formidabele Nederlandse bibliografe M.E. Kronenberg, van het grafische vakblad De Tampon (1920-1972) van de Utrechtse School voor de Grafische Vakken, van De Librye, later De Rotterdamse Librye genoemd, een vergeten blad dat met voorbeeldige doch vruchteloze opoffering werd geleid door de bakkerszoon Gerrit van Rijn. Toch nog onverwachts komen tenslotte ook levende bladen aan bod, waaronder het merkwaardige Uitgelezen Boeken van Jan de Jong (De Buitenkant), een Amsterdamse drukker en uitgever wiens spilfunctie voor het boekwetenschappelijk klimaat wel eens wordt onderschat.

De droeve monotonie van de opkomst en ondergang van ten minste twaalf andere hooggestemde tijdschriften laat de lezer maar één conclusie: het bezielen van een nuttig en aardig tijdschrift met een redelijke looptijd en een behoorlijke afzet behoort tot de hoogst bereikbare prestaties in de boekenwereld.