Eamon de Valera (1882-1975); Onverzettelijk strijder voor Ierland

Tim Pat Coogan: De Valera. Long fellow. Long shadow 772 blz., geïll., Hutchinson 1993, ƒ 67,-

Dat Eamon de Valera in de Ierse moderne geschiedenis bekend blijft als Dev geeft buitenstaanders de indruk dat er iets genoeglijks aan hem geweest moet zijn. Dat was niet zo. Hij was een onverzettelijke strijder voor de onafhankelijkheid van zijn vaderland, maar even onverzettelijk voor zijn eigen dominerende positie in het nieuwe staatsbestel. Hij toonde zich een zelfverzekerde en geslepen tegenstander van zijn rivalen; hij heeft nooit een innemende indruk gemaakt, al leefde hij zo lang (1882-1975) dat hij een kranige oude man werd.

Ierland, het eiland dat zo onfortuinlijk gelegen is achter een overheersend ander eiland, verovert met sommige van zijn eigenschappen de harten van de meeste vreemdelingen en ziet er tegelijk star en gevaarlijk uit. Het is groen, ruim en grillig bewolkt, en de toon lijkt er bepaald te worden door humoristische gezellige bierdrinkers; ook is het grauw en bekrompen met een sterke gewelddadige inslag in zijn aard. Als De Valera ooit iets grappigs gezegd heeft, is het niet overgeleverd, en zijn cultuur was een steile katholieke van voorgeschreven gevoelens en verboden vermakelijkheden. Niet dat hij bitter of onrechtvaardig is, vond de dichter Yeats, maar hij bestaat uit propaganda: “a living argument rather than a living man”.

In 1920, toen Ierland nog niet onafhankelijk was, speelde De Valera al de rol van president van de republiek. Later is hij verscheidene malen premier geweest, als leider van de Fianna Fail partij die hij opgericht had. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij formeel president; en toen zijn twee ambtsperioden voorbij waren, bleef hij een eerste burger die op geen nationale feestdag of plechtigheid mocht ontbreken.

De Valera was in New York geboren als zoon van een Spaanse vader die meteen uit het zicht raakte en een Ierse moeder die het beter of makkelijker vond om haar zoontje in het oude land te laten opvoeden door haar ouders. Na zijn studie werd hij wiskundeleraar aan verschillende scholen en instituten; hij leerde Iers en hij raakte geleidelijk betrokken in de vrijheidsbeweging. Zijn carrière bij het onderwijs eindigde in 1916 toen hij meedeed aan de Paasopstand (de Easter Rising), die door de Engelsen onderdrukt werd maar als heldendaad bleef voortleven in het Ierse nationale geheugen. Hij werd gearresteerd en was aan de beurt om terechtgesteld te worden toen de Britse regering besloot dat de omstreden terechtstellingen moesten ophouden. Na een jaar werd hij vrijgelaten uit de gevangenis, en toen bleef hij in de politiek, al gauw als Lagerhuislid voor het graafschap Clare. Niet dat hij zich in Westminster meldde: de Ierse nationalisten wilden die zetels alleen winnen om ze leeg te laten, in een parlement dat zij als onwettig beschouwden voor hun land.

Na het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het Ierse verzet weer in actie toen de regering van Lloyd George geen aanvaardbare onafhankelijkheid aanbood. Er werd een voorlopige regering gevormd waar De Valera aan het hoofd van stond. Een van de merkwaardigheden van zijn loopbaan is dat hij toen, in mei 1919, naar Amerika vertrok en er anderhalf jaar bleef. Hij noemde zich president van Ierland, een titel die geen constitutionele grondslag had, maar wat hij deed was propaganda maken en geld inzamelen. Dat hij deze taak niet aan medewerkers overliet en dat hij in al die tijd niet door intriges in Dublin zijn leiderschap kwijtraakte, lijkt op het eerste gezicht wonderlijk. Bij nader toezien blijft het opmerkelijk, maar enigszins verklaarbaar uit het belang dat de Ieren aan de Verenigde Staten toekennen, als tegenwicht tegen Engeland en als domicilie van de Amerikaanse Ieren die veel meer geld hebben dan de Ierse Ieren.

In december 1920 kwam hij terug in Dublin en hoorde dat het goed ging met het nationale verzet onder leiding van the big fellow. Die fellow was Michael Collins, en onbedreigd voelde De Valera, bekend als the long fellow omdat hij inderdaad lang en mager was, zich op dat ogenblik niet; volgens het verhaal van een van de aanwezigen riep hij uit: “We'll see who is the big fellow!” Dat hij de baas was had hij alweer duidelijk gemaakt lang voordat Collins gedood werd in een hinderlaag in 1922.

Collins was een slachtoffer van de burgeroorlog die het verdrag van januari 1922 volgde waarbij de Ierse Vrijstaat erkend werd. De Valera weigerde die overeenkomst te accepteren, omdat een vrijstaat nog geen republiek was maar gebonden bleef aan Londen, en omdat hij de afscheiding van Noord-Ierland ontoelaatbaar vond. Soepeler politici waren ook ontevreden met het verdrag maar zagen het als een opstap, een stepping-stone naar de onafhankelijkheid en eenheid; hij nam een radicaal standpunt in en is daarop blijven staan tot zijn dood toe. De ene van zijn voornaamste grieven werd door de Britse regering van Attlee weggenomen in 1949; de andere, partition, heeft hem overleefd.

Dat De Valera een aanstichter was van de gewelddaden die in de afgelopen zeventig jaar gepleegd zijn uit naam van de Ierse eenheid zou te veel gezegd zijn, maar hij heeft als grote onverzoenlijke bijgedragen aan de onoplosbaarheid van het conflict. De Ieren hebben niet geboft met deze eerste burger. Hun republiek zou onder een andere leiding net zo goed verwezenlijkt zijn, en dan was er misschien meer kans geweest op een verzoening met de nijdassen van het noorden. De Ierse kiezers hadden Dev aan zichzelf te wijten, zouden wij kunnen redeneren; maar hij was zo'n sterke politieke speler dat zij niet tegen hem opkonden.

In 1970 is er een officiële biografie verschenen van De Valera, geschreven door T.P. O'Neill en Lord Longford en nagekeken door de lange man zelf, om te verzekeren dat hij op alle kritieke punten gelijk kreeg. Dat maakt achteraf geen goede indruk, en bepaald handig was het ook niet want het vergemakkelijkt het tegenspreken voor volgende biografen. Tim Pat Coogan, hoewel oud-hoofdredacteur van het dagblad de Irish Press dat door Dev zelf was opgericht, is een onvermoeibare tegenspreker. Zijn boek heeft soms het karakter van een polemiek tegen de officiële versie. Hier komt weer een toonbeeld van een 'Dev fact' aan het licht, schrijft hij vaak; dat betekent, een gegeven dat door Dev zelf zo verdraaid is dat het hem in onverdiend gunstig daglicht stelt.

Zou De Valera meer vertrouwen verdienen dan Coogan hem gunt? Een prettige man om mee te onderhandelen was hij niet, ook niet wanneer de zaken gedaan waren en er nagepraat mocht worden; er is ook geen blijk dat hij het ooit met een bepaalde politieke mede- of tegenstander beter kon vinden dan met een andere. Maar, denkt de lezer een tijd lang, misschien horen wij nog van een geheime a-politieke De Valera die zich alleen thuis liet kennen, bij zijn vrouw en de zeven kinderen. Bij Coogan wordt die verwachting niet vervuld. Het gebeurt zelden dat er in zo'n lange biografie zo weinig verteld wordt van het intieme leven van de held, en het lijkt niet dat de auteur op dit punt tekortgeschoten is: er was werkelijk haast niets. Dev liet zich niet afleiden van zijn werk.

Het heeft Coogans schrijflust niet geschaad. Hij is een enthousiaste verteller over politieke intriges en incidenten. Als hij meer bekort had zou zijn boek beter geschikt zijn geworden voor lezers die maar een klein deel van hun tijd aan Ierland willen besteden. Daar staat tegenover dat het ook weer Ierland typeert als iemand zo uitbundig doorpraat, tot lang na sluitingstijd, steeds onthullend en weerleggend, en met persoonlijke herinneringen aan bijna alle openbare figuren over wie hij het heeft.

De lezer van Coogan over De Valera komt nader tot Ierland, maar het kost veel tijd, te meer omdat het wenselijk is na deze biografie het evenwicht te herstellen met een boek dat het land van zijn beminnelijke kant laat zien. Dat was niet Devs kant.