De stille opmars der rekenmeesters

ROTTERDAM, 17 SEPT. Eerst rekenen, dan ondernemen. De no nonsense-jaren tachtig zijn nog niet voorbij, zij beginnen nog maar net. Na de regenten, de aartsvaders, de entrepreneurs, de consensusmanagers en de strategen melden nu de rekenmeesters zich aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven.

Wolters Kluwer, de multinationale uitgever van professionele informatie, maakte woensdag bekend dat drs. C. Brakel, de financiële man in de raad van bestuur en verantwoordelijk voor menige buitenlandse overname, de nieuwe bestuursvoorzitter wordt. Hij volgt ir. M. Ververs op, die volgend jaar mei met pensioen gaat.

Brakels benoeming past in een sluipende trend in het Nederlandse ondernemingsbestuur om financiële expertise en het onderhouden van nauwe contacten met de financiële wereld hoogste prioriteit te geven. Vorig jaar trad drs. L. Berndsen, afkomstig van verzekeraar Aegon, aan bij het in zwaar weer verkerende Nedlloyd-concern. Bij de Koninklijke Shell was de opvolger van topman ir. L. van Wachem in 1992 geen Delftse ingenieur of Leidse jurist, maar een bedrijfseconoom en registeraccountant: drs. C. Herkströter. De KLM nam vorig jaar de historische stap om de financiële deskundigheid naar het echte directieniveau te tillen, nadat het financiële toverwerk zich jarenlang moest schikken in een positie die net een treetje lager was.

Topman van verzekerbank ING is sinds twee jaar drs. A. Jacobs, die carrière maakte als pur sang belegger en het financieel geweten van verzekeraar Nationale Nederlanden. Tot zijn eigen verbazing - de eerste plaats was doorgaans voor een commerciële man gereseveerd - werd hij de nieuwe bestuursvoorzitter van ING.

Bij Ahold werd drs. C. van der Hoeven achter het stuur geparachuteerd, toen P. Everaert ruim anderhalf jaar geleden plotseling naar Philips overstapte. En Philips zelf wordt weliswaar niet geleid door een specifieke financiële man, maar de invloed van bestuurder D. Eustace (ex-British Aerospace), die zich ontfermde over de zieke financiën, is er niet minder om.

De rekenmeesters zijn in opmars. Wat hen bindt is de intensieve blik op de belangen van beleggers. Dat referentiekader bakent het speelveld van hun bedrijf af. In de woorden van Jacobs: “Ik kan in mijn functie moeilijk zeggen: 'We moeten de werkloosheid aanpakken, brengt u mij maar 5.000 werklozen'. Ik ben machteloos, want ik heb daar van de aandeelhouders geen volmacht voor gekregen”.

Al neemt hun aantal toe, de rekenmeesters hebben nog lang niet de overhand in de boardroom. Het verloop onder het selecte gezelschap beslissers is niet zo groot en aan vogels van andere pluimage is geen gebrek. De authentieke entrepreneurs zijn weliswaar dun gezaaid - oprichter Goldschmeding van Randstad blijft lichtend voorbeeld. De ruggegraat van de top van ondernemend Nederland bestaat uit consensusmanagers met een technische of commerciële achtergond, aangevuld met de mannen met een brede visie (Wijffels van de Rabobank) en typische strategen (Van Oordt van KNP BT, Hessels bij Vendex).

De rekenmeesters wisselen zeker zo regelmatig van bedrijf, maar zijn door de bank genomen directer dan de doorgaans omfloerst en wollig formulerende bestuurder. Dat kan op langere termijn fataal zijn, zoals president E.J. Nederkoorn bij Fokker heeft ervaren. Toen hij in 1988 aantrad zorgde hij voor een het broodnodige herstel van de financiële positie van de vliegtuigbouwer. Zijn vertrek, eerder dit jaar na een conflict over de strategie, doet de vraag rijzen of dat een strateeg of consensusmanger ook zou zijn overkomen.

De rekenmeesters in ogenschouw nemend, valt op dat hun broodheren in twee brede categorieën kunnen worden ingedeeld: achterblijvers en koplopers. Bij de achterblijvers moet de nieuwe topman de lieve vrede bewaren met de financiële wereld, zoals teleurgestelde grote beleggers en nerveuze bankiers. Zijn inspanningen zijn defensief. Hij moet het vertrouwen herstellen.

De achterblijver is financieel aan lager wal geraakt, zoals Nedlloyd, of is volledig uit de gratie bij de beleggers, zoals ING dat was toen Jacobs daar eerste man werd. Een vertrouwd gezicht doet dan wonderen. Nedlloyd zag zijn koers in de eerste dagen na het aantreden van Berndsen fraai oplopen en kon de stijging maanden achtereen doortrekken. Bij ING spraken beleggingsanalisten openlijk van het 'Jacobs-effect' om het spectaculaire koersherstel te verklaren. Zijn benoeming moest een door schandalen veroorzaakte bestuurscrisis het hoofd bieden. ING kampte tevens nog met de scepsis die de baanbrekende fusie van de NMB Postbank en verzekeraar Nationale Nederlanden onder beleggers had veroorzaakt.

De verwachting was dat Jacobs, die de gewoonte heeft de dingen recht voor zijn raap te zeggen, overbodige franje zou wegsnijden en de kostenslurpende expansielust zou bijstellen ten gunste van winstgroei. In grote lijnen is die verwachting uitgekomen. De beurswaarde van ING steeg in de eerste maanden van Jacobs een paar miljard gulden.

De financiële expert is niet alleen in trek als trouble shooter bij achterblijvers, ook koplopers als Ahold en nu Wolters Kluwer hebben voor een rekenmeester gekozen. Opmerkelijk daarbij is dat juist deze twee expansieve concerns, die hun groei voor een belangrijk deel uit steeds weer nieuwe overnames putten, een beroep doen op financiële managers. Zij hoeven het vertrouwen van geldschieters - de zogenaamde investor relations - niet te winnen, dat genieten zij al.

In het jaarlijkse onderzoek van het Amsterdamse adviesbureau Rematch over investor relations gaat Ahold de laatste drie jaar aan top. Wolters Kluwer stond vorig jaar nummer twee, het jaar daarvoor nummer drie. Hun onstuitbare drang voorwaarts kunnen zij alleen handhaven als zij zich constant verzekerd weten van een uitstekende reputatie op de kapitaalmarkt. Dat is een kwestie van heldere uitspraken en betrouwbaarheid afdwingen door verwachtingen waar te maken, zei Brakel eens tegen Het Financieele Dagblad. “Twee tot driemaal per jaar reis ik de wereld rond om onze strategie uit te leggen.”

De concentratie op financiële doelstellingen maakt de rekenmeester geen voorbode van het stimulerend leiderschap dat McKinsey-topman ir. F. Huibregtsen onlangs propageerde. “Ik denk dat Nederland in de toekomst weer beslissers nodig heeft, die op de zeepkist gaan staan.”

Zijn visie staat haaks op die van prof. dr. C. de Kam, die een paar weken geleden naar aanleiding van het nieuwe regeerakkoord in zijn column in deze krant de loftrompet stak op de boekhouder. De onmisbare man die weet dat “elke rekening ooit moet worden betaald en dat uitstel van betaling doorgaans de duurste oplossing is”. Vervang het woord boekhouder door rekenmeester en de BV Nederland, in financiële termen een typische achterblijver, blijkt hetzelfde recept te slikken als een particuliere multinational. Minister van financiën W. Kok is de nieuwe topman, en 's lands rekenmeester nummer een, de directeur van het Centraal Planbureau, is zijn nieuwe financiële man.