Carter naar Haïti, asiel in Panama aangeboden

WASHINGTON, 17 SEPT. De Amerikaanse president Bill Clinton heeft gisteren een zware delegatie onder leiding van ex-president Jimmy Carter naar de hoofdstad van Haïti, Port-au-Prince, gestuurd om de militaire junta tot een vrijwillig vertrek te bewegen. De junta heeft met het bezoek ingestemd. De voormalige chef-staf van het Amerikaanse leger, Colin Powell, en de Democratische senator Sam Nunn reizen met Carter mee.

Intussen heeft de Panamese president Balladares de Haïtiaanse junta politiek asiel aangeboden als dit een Amerikaanse invasie kan vermijden.

De missie is een laatste poging van Clinton om niet tot een militaire invasie over te hoeven gaan. Volgens veiligheidsadviseur Anthony Lake mag de delegatie alleen onderhandelen “binnen het raamwerk van doelen die zijn gesteld door president Clinton en de Verenigde Naties.” Het gesprek zal dus moeten gaan over de manier waarop de junta vertrekt en maakt duidelijk dat de tijd voor de Haïtiaanse militairen, in tegenstelling tot wat Clinton donderdagavond zei, nog niet helemaal voorbij is. Vertrek van de junta zonder invasie zou een politieke en morele overwinning voor Clinton betekenen.

De delegatie dient ook als gebaar naar de felle oppositie in Amerika tegen de invasie. De toevoeging van Powell komt voort uit een suggestie van de Republikeinse oppositieleider, senator Robert Dole. Powells ouders zijn op Jamaica geboren. De invloedrijke defensie-specialist Nunn helt over naar oppositie tegen de invasie. Carter had ook al eerder aan het Witte Huis gemeld dat hij contacten had in Port-au-Prince.

Pag.5: Aristide: 'stop het geweld, wees niet bang'

Clinton kan niet lang wachten met de invasie, omdat de vliegdekschepen, overvol met troepen en helikopters, niet lang op zee kunnen blijven. Hij heeft zijn politieke trip naar Californië, komende zondag, geannuleerd. Er wordt nu gerekend op een invasie voor maandagnacht of heel misschien zelfs zondagnacht volgens het principe “Come at night, fight at light”.

Er staan nog verscheidene diplomatieke kanalen open naar de junta. Edward Seaga, voormalig premier van Jamaica, heeft contact opgenomen met de Haïtiaanse junta. Generaal Raoul Cedras zou aan Seaga hebben gezegd dat hij zou willen opstappen als de invasie niet zou doorgaan en als er geen vergelding zou komen. “De bal is nu in handen van de Amerikanen”, zei Seaga aan CNN, dat zo vlak voor het conflict als een publiek onderhandelingskanaal fungeert, waarop heen en weer wordt geloofd en geboden. De minister van Defensie, William Perry, zei gisteren voor het zelfde CNN dat de eenheid van de militaire leiders “enige barsten” vertoont. “Er is nog tijd om op te stappen om de gewonden en doden te voorkomen, die zeker zullen resulteren uit een invasie. We blijven praten, we blijven hopen.”

De gekozen maar afgezette president van Haïti, Jean Bertrand Aristide, maakte gisteren tijdens een toespraak in het Witte Huis voor president Clinton en vertegenwoordigers van de 24 landen die bescheiden bijdragen leveren aan de Amerikaanse invasie, een gebaar van verzoening aan de machthebbers in Haïti. “Wij zeggen nee tegen wraak”, zei hij. Aan de Haïtiaanse militairen beloofde hij banen. “U zult niet geïsoleerd zijn”, zei hij. “U bent de zonen van het land, de burgers van de natie. Stop het geweld, wees niet bang.”

Aristide beloofde ook om overeenkomstig de bepalingen van de constitutie volgend jaar na de verkiezingen te zullen aftreden. “We zullen overgaan van ellende tot armoede met waardigheid”, zei hij. De vertegenwoordigers van de 24 landen, waaronder Nederland, lieten gisteren in het Witte Huis het verloop van de militaire operatie de revue passeren.