Beursvoorzitter getuigt in zaak tegen Nusse Brink

AMSTERDAM, 17 SEPT. Beursvoorzitter drs. B.F. baron van Ittersum wordt begin november gehoord door de rechter-commissaris in Amsterdam over de affaire-Nusse Brink. De strafzaak tegen de directie van Nusse Brink, die wordt verdacht van witwassen van drugsgeld, loopt door het horen van nieuwe getuigen enkele maanden vertraging op.

De advocaat van R. Nusse, mr. J. Pen, bevestigde gistermiddag desgevraagd dat Van Ittersum samen met enkele andere getuigen moet verschijnen bij de rechter-commissaris. De getuigenverklaringen moeten licht werpen op de rol die de beurs heeft gespeeld bij de ondergang van het effectenhuis Nusse Brink. Het openbaar ministerie in Amsterdam verdenkt de directie van Nusse Brink van verduistering, bedrieglijke bankbreuk en schuldheling, een juridische term die wordt gehanteerd voor witwaspraktijken.

Naast Van Ittersum worden enkele medewerkers van het controlebureau van de beurs, waaronder hoofd controlebureau H.W. te Beest, gehoord. De verhoren van Van Ittersum en Te Beest vinden plaats op verzoek van de verdediging van de verdachten R. Nusse, E. Brink en H.C. Misdorp. De beurs was niet bereikbaar voor commentaar.

Na het faillissement van Nusse Brink, in augustus 1993, kwam aan het licht dat het effectenhuis geld had witgewassen voor twee drugshandelaren. Het effectenhuis maakte daarbij gebruik van baisse-posities, waarbij werd gespeculeerd op een daling van de aandelenkoersen. Aanvankelijk leende Nusse Brink ter dekking van die posities aandelen bij de bank van de beurs, de Kas Associatie. Een “vertrouwensbreuk” leidde er in 1991 toe dat de Kas Ass de overeenkomst met Nusse Brink opzegde en de commissionair elders zijn heil moest zoeken.

Raadsman Pen van Nusse zei gisteren dat beursvoorzitter Van Ittersum “persoonlijk bemoeienis met Nusse Brink heeft gehad”. De curator in het faillissement van Nusse Brink, mr. R.J. Schimmelpenninck, wees er begin dit jaar in zijn verslag op de Nusse Brink na de breuk met de Kas Ass “met medeweten” van de beurs aandelen ging lenen bij zakenbank MeesPierson. De baisse-transacties werden vanaf dat moment geleid via de eigen rekening van Nusse Brink, wat volgens de curator in strijd was met het Ledenreglement van de beurs en de Wet toezicht kredietwezen. Gevolg van de soepele houding van de beurs was dat Nusse Brink zijn praktijken gewoon kon voortzetten.

Raadsman Pen ziet niet in waarom zijn cliënt Nusse voor de rechter zou moeten verschijnen. “Hij is door de publiciteit al voldoende gestrafd. Nusse is zijn zaak kwijt en komt in het effectenvak nooit meer aan het werk.”