Averij aan de modelmaatschappij; Zweeds onbehagen groeit aan vooravond van verkiezingen

Zweden gaat morgen naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De sociaal-democraten van Ingvar Carlsson krijgen nog een laatste kans om te bewijzen dat de verzorgingsstaat kan overleven. Of stoten ze hun neus tegen de muur van onverbiddelijke cijfers van de markt? Zowel de kinderopvang als de werkgelegenheid staan onder druk. Moeder staat verliest haar warmte. Hoe houdbaar is het Zweedse model nog?

In een hoekje van het arbeidsbureau aan de Vasagatan, tegenover het Centraal Station van Stockholm, zit ze wat afwezig te bladeren in de talloze blaadjes en brochures. Ze heet Jasmine Engström, is 23 jaar en sinds kort werkloos. “Ik werkte in de horeca. Ze betaalden mij voor een deel zwart. Ik werkte drie of vier dagen per week van 's morgens elf tot 's avonds elf, maar ze droegen maar voor vijf uur belasting af. Toen we ook nog ruzie kregen, ben ik opgestapt.”

Ze veegt haar lange haren uit haar gezicht. “Nu moet ik zien rond te komen van 3500 kronen in de maand, maar ik betaal alleen al 3000 kronen huur. Dat kan niet lang goed gaan, dan moet ik bij de sociale dienst aankloppen voor een aanvullende uitkering. Als je dan alle formulieren hebt ingevuld, betalen ze de huur voor je en krijg ik, om precies te zijn, 2998 kronen om van te leven.” Opnieuw schuift de hand haar gordijn opzij: “Maar zo ver laat ik het niet komen. Ik vind wel wat. Ik accepteer alles, vloeren dweilen, afwassen, alles. Het liefst ging ik de verpleging in en daarom zat ik hier wat rond te neuzen, want je kunt hier voor een aanvullende opleiding in aanmerking komen.”

En dan heel beslist: “Ik neem in elk geval geen zwart werk meer. Ik denk dat ik de belasting anoniem opbel en zeg dat ze maar eens moeten gaan kijken hoe het mogelijk is dat meisjes in dat restaurant twaalf uur per dag werken, terwijl er maar voor vijf uur afgedragen wordt. Dat is gewoon misbruik van ons systeem.”

Nu wordt Jasmine opgevangen door dat systeem. Ze is een van de 250 werkzoekenden die dagelijks het fraaie gebouw - het had door Cuypers gebouwd kunnen zijn - binnenkomen. Links van de ingang het postkantoor, rechts het arbeidsbureau. Als het arbeidsbureau om vier uur dicht gaat, kunnen mensen die een baan zoeken nog tot half zeven bij de computers in het postkantoor terecht.

Jasmine is niet ontevreden over het uitbundig geprezen, maar ook verguisde 'Zweedse model', over de staat die zorgt van de wieg tot het graf. “Je kunt hier nooit diep vallen, uiteindelijk word je altijd opgevangen”, zegt ze. Maar voor de negatieve kanten heeft ze ook oog. En dan doelt ze niet alleen op het misbruik door sommige werkgevers. “Eigenlijk is het hier veel te makkelijk om werkloos te zijn. Alles wordt hier altijd voor je betaald. Toen ik een paar jaar geleden in Amerika was, kwam ik door een ongeluk in het ziekenhuis terecht. Met ambulance, een kleine operatie en één dag liggen kwam dat op 20.000 kronen (5.000 gulden). Gelukkig had mijn moeder nog een verzekering lopen die dat betaalde. Als mij in Zweden hetzelfde was overkomen, had me dat 250 kronen (ruim zestig gulden) gekost. Alles staat hier voor je klaar. Je kunt gerust zeggen dat de Zweden gewoon lui gemaakt zijn. Als de mensen hier een baan komen zoeken, stellen ze nog eisen ook. Ze vinden zich gewoon te goed voor bepaalde soorten werk.” Ze aarzelt even: “Ik denk niet dat ze het hier leuk vinden dat ik dat zeg...”

Wat gaat ze zondag stemmen? “Mijn stembiljet ligt in het noorden van Zweden, bij mijn vader, maar als ik stem natuurlijk sociaal-democratisch. Ik weet nog goed dat Palme werd vermoord. Ik heb toen zo gehuild. Mijn vader heeft wel twee dagen lopen janken. Ik stem op de sociaal-democraten want het is niet goed als mensen aan de grond raken zoals in Amerika, al kan er bij ons best wat af. En daarvoor wil ik best nog wat meer belasting betalen.” En dan, voor ze wegloopt in de stromende regen: “Ik kom morgen wel weer kijken of er wat is.”

Barre periode

De Zweden blijven, ondanks alles, trots op het Zweedse model, zegt Paula Burrau, woordvoerder van het Zweedse vakverbond Landsorganisationen i Sverige (LO), traditioneel nauw verbonden met de sociaal-democraten. “Men kankert veel, op de economie, op de werkloosheid, op de politici, maar als het er op aankomt, dan is men zeer gehecht aan de sociale structuren zoals die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgebouwd. Er wordt hier goed voor de mensen gezorgd, de staat is een warme moeder.”

Dat verklaart ook, aldus Burrau, waarom een groot deel van de kiezers die in 1991 op de burgerlijke partijen stemden nu weer naar de sociaal-democraten terugkeren. De mensen zien wel in dat de sociale verzorgingsstaat op zijn grenzen is gestuit doordat het allemaal niet meer te betalen is, maar als er dan bezuinigd moet worden, laat het dan door links gebeuren. De burgerlijke partijen vinden velen op dat punt toch niet echt te vertrouwen.

Zweden heeft financieel en economisch een barre periode achter de rug. Tussen 1990 en 1993 nam het Bruto Nationaal Produkt met zes procent af. Het tekort op de laatste begroting was dertien procent, de schuld van het land is opgelopen tot tachtig procent van het Bruto Nationaal Produkt. De kroon werd losgekoppeld van de overige Europese valuta en daalde in waarde. De werkloosheid steeg van twee naar acht procent. Als de werkgelegenheidsprojecten en jeugdbanenplannen worden meegeteld, loopt dat cijfer zelfs naar de veertien procent. De Conservatieve premier Carl Bildt, die na de verkiezingen in 1991 aan het hoofd van een centrum-rechts vier-partijen kabinet kwam te staan, had de ondankbare taak het land door het dal te slepen.

Inmiddels wijzen de eerste tekenen op herstel van de economie. De vraag op de arbeidsmarkt begint groter te worden. “Er zijn sinds kort wat meer banen beschikbaar”, zegt Monica Lindberg, hoofd van het arbeidsbureau aan de Vasagatan. “In de maand augustus werden ons 6.700 nieuwe banen aangeboden, het hoogste cijfer sinds augustus 1991, tweeduizend meer dan een jaar geleden.” De prijzen van consumptiegoederen zijn de laatste twee maanden niet gestegen, de inflatie daalde naar 2,2 procent.

Toch komt het herstel niet op tijd om Carl Bildt nog een kans op herverkiezing te geven, hoe voorzichtig hij ook opereert in de laatste fase van de campagne. Hij probeert zo min mogelijk kiezers af te schrikken, want hij weet dat suggesties in de richting van een verdere ontmanteling van het Zweedse model uiterst gevoelig liggen. Voor de Zweedse radio gevraagd naar het einde van de sociale welvaartsstaat, zei Bildt deze week: “Dat is een kwestie van definitie. De samenleving is groter dan de staat. Er is sprake van een overaccentuering van de staat. Maar de staat dient er wel te zijn, bij voorbeeld ter bestrijding van de werkloosheid. Het is ook niet nodig om de hele welvaartsstaat te privatiseren. We hebben de afgelopen drie jaar alleen geprobeerd de excessen van het systeem te beperken. Een deel van de kinderopvang is daarom geprivatiseerd. Meer ruimte voor het particuliere initiatief is volgens mij een goede ontwikkeling.”

Poppenkamer

Eveline Pehrsson werkt in de kledingbranche.Als moeder van twee kinderen, van drie en negen jaar, profiteert ze ten volle van 'het Zweedse model', ook al zijn de kosten ervan de laatste drie jaar behoorlijk gestegen. Ze woont in Saltsjöbaden, twintig kilometer buiten Stockholm en pendelt elke dag met de auto naar haar werk. 's Morgens levert ze de driejarige af bij de crêche en de negenjarige bij de lagere school. “Voor het onderbrengen van een kind in de crêche betaal ik momenteel tweeduizend kronen (vijfhonderd gulden) per maand, maar daarvoor wordt ze dan ook volledig verzorgd. Er zijn drie juffen voor elf kinderen, ze beschikken over afzonderlijke speelruimtes, een slaapzaal en een eetzaal, een poppenkamer en dan zijn er nog afzonderlijke krachten in de keuken. Voor kinderen tot twaalf jaar is er naschoolse opvang, die mij honderd gulden per maand kost, maar dan kun je de kinderen s morgens om zeven uur al brengen en desnoods kun je ze tot half zeven 's avonds nog ophalen.”

De lagere en middelbare school zijn in Zweden geheel gratis, inclusief boeken. Buitenschoolse opvang, zowel voor als na lestijd is normaal. Kinderen kunnen indien nodig op school ontbijten en ze krijgen tot het einde van de middelbare school in elk geval dagelijks een warme maaltijd. De meeste scholen beschikken over een eigen keuken en eigen keukenpersoneel. De laatste jaren is op de voorzieningen wel gekort. Zo werd de gratis melk enige tijd geleden teruggebracht van vijf naar drie dagen in de week.

Toch vindt Eveline Pehrsson, die bekend is met de Nederlandse omstandigheden, de sociale voorzieningen nog altijd heel royaal. “De regering Bildt heeft bepaald dat de eerste dag dat je ziek bent voor je eigen rekening is. Daarna betaalt de werkgever dertien dagen tachtig procent van je loon. Er werd toen bij gezegd dat die regeling niet voor zieke kinderen zou gelden. Dat leidde tot vluchtgedrag. Om geen inkomsten te derven hielden mensen een kind thuis als ze zelf ziek waren. Voor elk ziek kind mag je namelijk dertig dagen doorbetaald thuisblijven. Omdat de sociaal-democraten moesten bewijzen dat de financiën ook bij hen in goede handen zijn, hebben zij in hun verkiezingsprogramma voorgesteld dat ook de eerste ziektedag van een kind waardoor een ouder thuis moet blijven voor eigen rekening komt.”

Deze sociaal-democratische 'karensdag' is velen in het verkeerde keelgat geschoten en heeft in de campagne een sjibboleth-functie gekregen. De recente teruggang van de sociaal-democraten in de opiniepeilingen van meer dan vijftig procent in augustus tot ruim 42 procent half september wordt daarmee rechtstreeks in verband gebracht. Vooral veel vrouwen aarzelen of ze nog wel op de sociaal-democraten zullen stemmen. Ze voelen zich vooral in de steek gelaten door de nummer twee op de lijst, de 36-jarige Mona Sahlin, zelf moeder van drie kinderen, die op de verkiezingsaffiches aangenaam jong staat te wezen naast de 59-jarige Carlsson. Veel vrouwen lijken nu uit te wijken naar de Vänsterpartiet onder leiding van Gudrun Schyman, of naar de Groenen die volgens de peilingen weer boven de vier procent zullen uitkomen en daarmee in de Riksdag terugkeren.

Knuffelvader

Ook de liberale leider, minister van welzijn en volksgezondheid Bengt Westerberg, lijkt van de laatste verschuivingen te profiteren. Hij heeft zich in de voorbije kabinetsperiode nogal populair gemaakt door een wet die vrouwen een financiële tegemoetkoming geeft als zij voor hun kinderen tot en met drie jaar geen beroep doen op crêches of andere publieke voorzieningen. Je moet er wel een hele papierwinkel voor door om het geld te krijgen, maar daaraan zijn de Zweden wel gewend. De wet leverde Westerberg al de bijnaam 'mjukis papa', knuffelvader op. Op spotprenten wordt hij half in pak, half in een kruippakje afgebeeld. Zijn partij vaart er wel bij in de peilingen.

Ranveig Jakobsson, lid van de Zweedse Rooie Vrouwen, wijst op de kwetsbare positie waarin veel vrouwen zijn komen te verkeren door de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Veel vrouwen worden dubbel gepakt, zegt ze. Aan de ene kant profiteren zij door de uitgebreide kinderopvang nog altijd het meest direct van de brede, maar wel steeds duurder wordende sociale voorzieningen, terwijl ze aan de andere kant vaak werkzaam zijn in de publieke sector, bij voorbeeld in de verpleging, waar het hardst bezuinigd wordt. Zowel de kinderopvang als de werkgelegenheid staat onder druk. De sociaal-democratische plannen hebben de onrust alleen maar vergroot, meent mevrouw Jakobsson: “Veel mensen beginnen zich onveilig te voelen, bijna bang. Men is bang voor nog meer veranderingen. We hebben sinds de jaren dertig nooit zo'n hoge werkloosheid gehad. De rente is veel te hoog. Er is een fundamenteel gevoel van onbehagen ontstaan. Daarom is een meerderheid van de Zweedse vrouwen ook tegen toetreding tot de Europese Unie. Men vreest dat de sociale verworvenheden dan nog verder zullen afkalven.” De cijfers van het permanente kiezersonderzoek dat sinds het begin van de jaren vijftig wordt georganiseerd door de Universiteit van Gothenburg bevestigen dit beeld: veertig procent van de mannen vindt dat de omvang van de publieke sector kan worden beperkt tegen slechts 27 procent van de vrouwen.

Het Zweedse model is geblutst en gedeukt. Er dient heel wat aan gesleuteld te worden voordat het model weer kan rijden. Maar de sociale verzorgingsstaat hoeft niet te worden afgebroken, zegt de sociaal-democratische leider Ingvar Carlsson, die het land al eerder regeerde aan het hoofd van een sociaal-democratische minderheidsregering tussen 1986 en 1991. “We zitten in een crisis, maar ik wil de verzorgingsstaat niet kwijt. Dat het mis is gegaan, hebben we te danken aan de Conservatieve regering. Wij houden vast aan het Zweedse, het Noordse model en de kiezers hebben daarover het laatste woord.”

Privatiseringen

“Het Zweedse model is nooit dood geweest” meent professor Sören Holmberg, politicoloog aan de Universiteit van Gothenburg die in Zweden beter bekend is als 'meneer verkiezingen' wegens zijn veelvuldige televisieoptredens als analyticus in verkiezingsuitzendingen. Onderzoeken bevestigen dat de Zweden helemaal niet af willen van de sociale welvaartsstaat. “In 1991 lieten de peilingen en de verkiezingsuitslag weliswaar een ruk naar rechts zien, maar de waardering voor 'het Zweedse model' is nu hoger dan in het begin van de jaren negentig. Daar is ook een politieke verklaring voor. De mensen hebben gezien wat de gevolgen van grootscheepse bezuinigingen en van de doorgevoerde privatiseringen zijn en daar zijn ze nu boos over.”

Holmberg wijst er verder op dat het aantal mensen dat voor beperking van de publieke sector was tussen 1986 en 1992 steeds groter is geweest dan het aantal mensen dat ertegen was. Medio 1992 is daar echter verandering in gekomen en het afgelopen jaar sprak 43 procent zich tegen verdere beperking van de publieke sector uit, terwijl nog maar 32 procent daarvoor was. Dat duidt er volgens hem op dat de meerderheid van de bevolking het hart links heeft. 33 procent van de Zweden beschouwt zichzelf momenteel als links tegen 29 procent rechts. In 1991 was dat bijna omgekeerd. Toen noemde 29 procent zich links en 37 procent rechts.

Het ziet ernaar uit dat de Zweedse sociaal-democraten de komende drie jaren de richting mogen aangeven, aangezien de kans niet groot is dat de vier-partijencoalitie van Carl Bildt op eigen kracht een meerderheid zal weten te behalen. Het Zweedse model zal, ook onder sociaal-democratische leiding, stellig verder worden afgeslankt, al was het maar om het financiële evenwicht van het land te herstellen. Ingvar Carlsson heeft al aangekondigd dat een aantal belastingen omhoog gaat, maar in een adem zegt hij ook dat hij het investeringsklimaat wil verbeteren, zodat er meer banen worden geschapen. “Meer werkgelegenheid is mijn eerste prioriteit”, is het adagium van zijn verkiezingscampagne. Net als zijn Nederlandse broeders lijkt hij te zullen kunnen profiteren van het economisch herstel dat al onder de vorige regering is ingezet.

Grote vraag blijft echter of de Zweedse kiezers voor Ingvar Carlsson even warme gevoelens zullen koesteren als voor diens grote voorgangers, Tage Erlander en Olof Palme. Dat waren politieke vaderfiguren die tot de verbeelding spraken, die door de mensen werden vereerd. Ze speelden ook een samenbindende rol binnen de partij en worden momenteel node gemist. Nu de rol van de persoonlijkheid in de politiek van steeds grotere betekenis wordt, is dat een kwetsbaar punt, zeker gezien het feit dat steeds minder Zweden zich a priori tot één bepaalde partij voelen aangetrokken.

Volgens professor Holmberg is er nog steeds een ontwikkeling aan de gang van 'class-voting' naar 'issue-voting'. De mate van identificatie met één partij daalt nog steeds, ook de Zweedse kiezers zijn nog steeds bezig te deïdeologiseren. “Een aardige buurman”, dat vinden de Zweden Ingvar Carlsson wel, maar niemand ziet in hem vooralsnog de vader die 's avonds het licht komt uitdoen en dan zegt: “Gaan jullie maar lekker slapen.”