Aristide heeft ook veel onverzoenlijke vijanden in de VS

WASHINGTON, 17 SEPT. De vroegere Haïtiaanse leider Jean Bertrand Aristide, die in Haïti in zijn ambt van gekozen president moet worden hersteld, heeft niet alleen veel onverzoenlijke vijanden in Port-Au-Prince maar ook in Washington.

Deze eerste gekozen politicus in de Haïtiaanse politieke geschiedenis werd na minder dan een jaar door zijn eigen chef-staf, Raoul Cédras, opzij geschoven. De persoon Aristide is echter ook de bron van verzet van veel Amerikaanse Congresleden tegen een militaire invasie. Om die oppositie gerust te stellen pleitte Aristide gisteren in het Witte Huis voor verzoening om “het geweld te stoppen”. Bovendien beloofde hij, zoals de Haïtiaanse grondwet voorschrijft, na de verkiezingen in 1995 op te stappen.

Wat te doen als de democratisch gekozen figuur zich ondemocratisch gedraagt? Is het karakter van de president daarvan dan de oorzaak of het politieke systeem waarin hij werkt? Voor dergelijke problemen is de Amerikaanse constitutie geen leidraad. Volgens een CIA-rapport is Aristide geestelijk gestoord en manisch depressief. Sommige Amerikaanse functionarissen vinden hem onverzoenlijk en onbuigzaam. De meeste Congresleden mogen hem niet wegens zijn linkse opvattingen en anti-Amerikaanse houding. De ultraconservatieve senator Jesse Helms beschuldigt Aristide van gewelddadigheid. Maar zwarte Congresleden vergelijken hem met de Zuidafrikaanse staatsman Nelson Mandela. En president Clinton kan niet om Aristide heen. Het doel van de invasie is herstel van de democratie, dus de democratisch gekozen president moet weer terug in het zadel. Aristide legitimeert de militaire operatie.

Aristide lijkt niet op een Amerikaanse president of een senator. Ook spreekt hij niet zulk mooi Engels als Nelson Mandela. Hij is ongeschikt voor de Amerikaanse televisie, die niet houdt van slechte uitspraak, ondertiteling of vertolking. Wel kon hij 30.000 dollar per maand besteden aan public relations in Washington, waar hij de afgelopen drie jaar heeft gewoond. Zijn voornaamste lobbyist was voormalig Democratisch Congreslid Michael Barnes. Die investering moet binnenkort vruchten afwerpen.

Aristide komt uit een land waar de loop van het geweer zwaarder telt dan de stembus en waar iedere functionaris zich tegen vijandige moordkomplotten moet beschermen. In zo'n omgeving is “gevreesd zijn” een deugd, want politiek is een kwestie van leven of dood.

Pag.5: President Aristide had slechte vrienden

Nelson Mandela kon in de voorheen alleen voor blanken bestemde democratische infrastructuur van Zuid-Afrika stappen. Voor Aristide was er alleen een presidentiëel paleis dat vroeger voor dictatoren bestemd was met daarnaast een verzameling moordzuchtige politieke clans. Amerikaanse functionarissen die met hem werkten, vonden Aristide onverzoenlijk tegenover zijn vijanden. De voormalige Amerikaanse gezant voor Haïti, Lawrence Pezzullo, noemde hem in een vraaggesprek met deze krant “onverzoenlijk” en “achterdochtig”. Hij wilde de macht niet delen met de oppositie. Pezzullo bemiddelde in het 'Governor's Island Accord', op grond waarvan de generaals zouden vertrekken en Aristide zijn rechtmatige functie weer terugkreeg. De onderhandelingen duurde nodeloos lang volgens Pezzullo, en dat lag niet aan de generaals maar aan Aristide. Die wilde niet rechtstreeks met de generaals onderhandelen, verwierp bijna elk compromisvoorstel en vond eigenlijk dat Amerika alles voor hem moest oplossen. Pezzullo's opvolger, het voormalige zwarte Congreslid Bill Gray heeft uiteindelijk het vertrouwen van Aristide wel gewonnen.

Maar Aristide heeft slechte vrienden. Hij benoemde zijn voormalige politiechef in Port-au-Prince, kolonel Pierre Cherubin, om in het Haïtiaanse vluchtelingenkamp op de Amerikaanse militaire basis Guantánamo mensen te rekruteren voor nieuwe veiligheidstroepen. Cherubin wordt beschuldigd van drugshandel en van moord op vijf jonge mensen. Amerikaanse functionarissen maakten Aristide op dit verleden attent. Aristide antwoordde dat hij de zaak had onderzocht en dat er niets waar is van de beschuldigingen. Daar moet de Amerikaanse regering in berusten. Vindt maar eens een onbesproken figuur in het kleine, corrupte wereldje van Haïtiaanse topfunctinarissen en bovendien moet de gekozen president zelf weten wie hij benoemt.

De CIA-verhalen over geestelijke gestoordheid van Aristide bleken bij nader inzien ongegrond. De informatie kwam van de huidige Haïtiaanse junta, die tot de coup in 1991 op de loonlijst van de CIA stond. De CIA had het rapport niet eens aangevuld met informatie uit de jaren van ballingschap in Washington. The Miami Herald bracht later aan het licht dat Aristide nooit opgenomen was geweest in de door de informanten genoemde psychiatrische inrichting in Montréal.

Aristides belofte tot verzoening heeft velen in Washington de wenkbrauwen doen fronsen. Vlak voor de coup tegen hem zette hij in een toespraak zijn toehoorders indirect aan tot het levend verbranden van zijn tegenstanders. Aristide-aanhangers hielden volksvertegenwoordigers van de oppositie voor de ingang van het parlementsgebouw tegen. Onder zijn bewind zijn de mensenrechtenschendingen doorgegaan maar in aantal zijn ze drastisch afgenomen.