Zusterlijk

Een koe onderbreekt haar bezigheden. Ze tuurt een tijdlang ingespannen naar de horizon, draait zich om en presenteert zich met afgewende kop aan een andere koe, die haar bereidwillig begint te likken, de hele hals, een randje van de schouderpartij. En daarna worden de rollen omgedraaid. Er gaat, ik kan het niet helpen, genegenheid vanuit.

Ik vraag me af of dit ritueel van wederzijds gelebber aan vaste koppels is gebonden.

Bij het IVO hielden ze voor onderzoek eeneiïge tweelingen en die bleven in de kudde zusterlijk bijeen; ze liepen altijd bij elkaar, ze graasden twee aan twee exact dezelfde richting op. Het schijnt ook gewoon wel onder koeien voor te komen dat dergelijke duo's worden gevormd.

Dit alles natuurlijk binnen het kader van de heersende rangorde. Elke koe weet wie voor haar aan de kant moet gaan en voor wie ze zelf aan de kant moet gaan. Een stabiele groep vertoont een volmaakte hiërarchie: bovenaan een koe voor wie iedereen aan de kant gaat, waarschijnlijk de oudste, en onderaan eentje voor wie niemand aan de kant gaat, de jongste. Dat is niet zielig. Het is een zuiver functionele ordening; deze rangorde is geen menselijke, laat staan een mannelijke. Koeien zetten koeien niet nodeloos op hun nummer, ze hebben nauwelijks reden om hogerop te willen komen.

Zo kun je ze ook bekijken: dieren onder elkaar.